Svarte Greiner :: Knive

De langste nacht is achter de rug, de aarde — ons halfrond althans — heeft zich opnieuw naar de zon gekeerd en laat de duisternis verdwijnen. Er kan weer geademd worden, de demonen hebben niet langer de heerschappij nu het zonlicht de kant van de mensheid heeft gekozen. Laat er vreugde heersen in de harten.

Creaturen van de nacht slepen zich naar hun holen, waar de eeuwige duisternis regeert en de lach is uitgestorven. Messen worden geslepen en wonden opengereten, op de achtergrond weergalmt Knive van Svarte Greiner (zwarte takken). Knive: duisternis en angst op plaat vastgelegd om onrustige zielen in hun waan te versterken. Weinig platen bannen zo consequent elke vorm van hoop als het debuut van Svarte Greiner.

Achter Svarte Greiner verschuilt zich Erik K. Skodvin, beter bekend als de helft van Deaf Center. Samen met Otto Totland is Skodvin verantwoordelijk voor een van de prachtigste "minimal electro meets post-classic"-platen van de laatste jaren. Pale Ravine weet op magistrale wijze geluiden door elkaar te weven om zo tot een bezwerend geheel te komen dat de luisteraar niet alleen overdondert, maar ook wondermooie landschappen voor het geestesoog tovert.

Wanneer Skodvin zich echter de naam Svarte Greiner aanmeet, glijden over diezelfde landschappen duistere wolken en verhullen donkere schaduwen welke gevaren zich verschuilen buiten het gezichtsveld. De atmosfeer op Knive is opmerkelijk donkerder, melodieën en ritmes worden ingeruild voor verstoorde klanken en onrustwekkende geluiden die elke structuur gebannen hebben. Als in een akelige koortsdroom ijlen schrikwekkende beelden door de geest en verstoren ze elke rust, hoe kort ook.

Knive is een vreemd album geworden dat zich niet eenduidig laat kennen. Geluiden en klanken wisselen elkaar af zonder dat ooit een structuur naar voren treedt. Maar Skodvin beheerst zijn metier als geen ander en laat gitaren overgaan in onbestemde field recordings, laat iele vrouwenstemmen contrasteren met zacht geschuifel en creëert een unheimliche sfeer die een schizofrene paranoia haast tastbaar maakt.

Hoewel er op Knive negen onderscheiden nummers staan, is het moeilijk om ze niet als één geheel te beschouwen. De titels lijken immers veeleer willekeurig gekozen te zijn omdat een soundscape van een slordige 45 minuten te veeleisend zou zijn om telkenmale in één zit uit te zweten, zelfs als dat een noodzaak is om het album — voor zover dat mogelijk is — te doorgronden.

Losgekoppeld van zijn kompaan lijkt het wel alsof Skodvin eindelijk zijn demonen kan ontketenen. De sfeerelementen die Deaf Center typeren zijn hier overvloedig aanwezig maar worden nergens begrensd of bezworen. Het geeft aan Knive de allure van een mystieke trip door een weinig bekend facet van het bestaan. Binnen de schijnbare chaos sluimert een structuur die inspeelt op de primaire maar vaak verborgen en ontkende emoties in elke mens.

Met Knive heeft Svarte Greiner de handleiding en het gereedschap aangereikt voor een confronterende introspectie in de eigen duisternis. Niet iedereen zal bereid zijn die tocht aan te vangen maar wie de moed vindt om het album een oprechte kans te geven, zal niet meer dezelfde zijn. Van een loutering zal er geen sprake zijn, maar dat is niet het doel van dit album.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =