The Whitest Boy Alive :: Dreams

Situatie: je levensgezel(lin) drukt, te pas en te onpas, zijn (haar) bewondering uit voor het miskende genie Peter Doherty. Vraag: wat verstop jij op 25 december voor hem (haar) onder het sparrenloof? Mogelijke antwoorden: a) Het traditionele paar sokken uit de H&M, ditmaal met rode streepjes en oranje stippen. b) De nieuwe verzamelaar van The Clash: The Singles. c) Niets, want Kerstmis is voor zatlappen en mietjes.

Ziedaar, een exemplarische meerkeuzevraag uit de ‘ultieme’ relatietest in je favoriete gossipmagazine. Bij zo’n test moet je al van slechte wil zijn om, na het optellen van de punten, niet gecategoriseerd te worden als ‘ideale droompartner’. Maar, zo nu en dan, kruis je het pad van de meer doordachte keuzevraag. Die wordt, wat intelligenter, multiple choice genoemd en hij beslaat niet langer de thema’s seks, mode of emotionele intelligentie maar peilt naar je ruimtelijk-technisch inzicht en kennis over macro-economie en de Europese instellingen. Bij zulke vragen lijkt antwoord a vaak net zo aannemelijk als antwoord b of c. Tussen het kaf en het koren van de continue toevoer ongeraffineerde muziek, ligt soms een plaat die zich opdringt als zo’n meerkeuzevraag. Dreams, het debuut van het vierkoppige The Whitest Boy Alive, is daar een goed voorbeeld van.

The Whitest Boy Alive draait rond Erlend Øye, uw favoriete bleekscheet en Berlijner Marcin Oz, niet beter bekend als DJ Highfish. Øye speelde de rol van Art Garfunkel binnen het Noorse fluisterpopduo Kings of Convenience. De Scandinavische vorsten lanceerden zichzelf in het derde millennium met het sympathieke credo Quiet Is The New Loud en bevestigden in 2004 met het schitterende Riot On An Empty Street. In de drie jaren tussen beide albums, reisde Øye van Shelton, USA naar Turku, Finland. ‘En route’, werd de sympathieke vikingnerd dikke maatjes met een draaitafel, besloot naar Berlijn (voorspelbaar, nietwaar?) te verhuizen en ontwikkelde daar een zesde zintuig voor subtiele elektronica. Een driesterren soloplaat (Unrest) later, zong Øye een beklemmende versie van “There Is A Light That Never Goes Out”, en klutste die, samen met Royksopps “Poor Leno”, duchtig door elkaar. Het resultaat was een briljante compilatie in de DJ-Kicks reeks, Øyes magnum opus tot dusver.

Omdat een derde album van Kings Of Convenience niet hoog op de agenda staat en Erlend Øye zijn hand niet omdraait voor een project meer of minder, mag de cd-boer, anno 2006, plaats vrijmaken in de rekken naast The White Stripes en White Circle Crime Club. Op Dreams bedient The Whitest Boy Alive zich gretig van de sfeer en invloeden van Øyes oudere werk, maar werpt ook een sympathiek vraagteken op. Aan u om het bolletje bij het juiste antwoord zwart te maken. Hieronder alvast een voorzet.

Het intuïtieve antwoord: Erlend Øye mag dan al zijn sporen verdiend hebben, met dit album slaan hij en zijn groep lichtjes naast de bal. Toegegeven, de single, “Burning”, werd ondertussen kapot gedraaid en in het collectieve geheugen gebeiteld, het opgewekte gitaarriedeltje ervan ontlokt desondanks nog steeds kreetjes van verrukking. Het vervolg van de plaat klinkt daarentegen als een plezierige jamsessie: onschuldig, maar daardoor al gauw gedegradeerd tot gezellig behangpapier.

Het doordachte antwoord: Erlend Øye heeft een palmares dat leest als een evolutiediagram. Met dit album breien hij en zijn groep een vervolg aan dit schema in de juiste richting. Toegegeven, het tweede deel van het nieuwe Dreams (van “Inflation” en “Figures” over “Borders” tot “All Ears”) haalt niet het niveau van de eerste zes nummers, maar die haken zich, single “Burning” op kop, na een luisterbeurt of drie dan ook definitief vast in het langetermijngeheugen. In 2001 was rustig nog het nieuwe luid, tegenwoordig zorgt eenvoud voor een vol geluid. De monotone bas op “Golden Cage”, het stuwende gitaartje op “Fireworks” en de melancholische synths van “Don’t Give Up”: ze lopen als stroop je oren in en dwingen je tot een dansje in versleten pantoffels en kamerjas. Ondertussen zingt Øye met droeve stem: “Let it be, oh, baby, let it hurt”: Vastpakken en doodknuffelen!

Tot slot nog een gouden raad bij het beantwoorden van multiplechoicevragen: de eerste keuze is meestal niet de goede.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 20 =