Erlend Øye :: Legao

Indienerds unite: Erlend Øye heeft een nieuwe plaat uit.

“There’s pain in every moment of the day”, zingt Øye ergens halverwege “Fence Me In”, de opener van deze Legao. In zijn stem trilt geen tienerdrama of sentimentaliteit na, het is een kalme berusting in het onvoorspelbare getij van het leven, vanuit de ervaring dat verdriet overal om de hoek kan spieden. De Noorse übernerd van indieland – schriel postuur, warrige, halfkrullende lokken, ziekenhuisbril met visbokaalglazen – is langzaamaan volwassen geworden. Het heeft er bovendien alle schijn van dat Øye daarbij ook artistiek een bladzijde moest omdraaien. Eerder dit jaar trok zijn electropop-zijproject The Whitest Boy Alive er al de stekker uit en opeens had hij nood aan een soloplaat – zijn eerste in elf jaar tijd.

In die elf jaar heeft Øye altijd geschipperd tussen dansvloerelektronica en folkpop: van soloplaat naar DJ-Kicks mixtape, van The Whitest Boy Alive naar Kings Of Convenience. Ook dat spectrum heeft hij in 2014 aan de kant geschoven, want Legao is – niet verschieten – voor een belangrijk deel een reggaeplaat geworden. Ziedaar de reden waarom je nooit persteksten mag lezen: ik ben acuut allergisch aan reggae en ik had er dus al flink de pest in toen ik het schijfje voor de eerste keer in de cd-lade moffelde. Gelukkig heb ik ook een ongelooflijk zwak voor Øye en stond mijn barometer een minuut later al niet meer op onweer. Daarvoor was “Fence Me In” een te fijne opener: laid-back groove, een lome bas en een zacht gospelorgeltje die geleidelijk mee aan tafel schuiven en de Noor die liefdevol en onzeker staat te croonen.

In “Garota” komt een trompet het palet nog wat meer schakering geven, maar in wezen heb je daarmee de muzikale fundamenten wel gehoord. En toch verveelt Legao zelden, met dank aan de intelligente teksten van Øye. Hij maakt zijn grote observaties en passant en zonder veel poeha, maar vergis u niet: hier worden levenslessen gedeclameerd die u zo in uw mooiste schrift kan neerpennen. Het zeemzoete “Bad Guy Now” is een halve parabel die je ongenadig een spiegel voorhoudt op een melodie van melancholische bluesgitaren. Ook in “Peng Pong” zit de pointe niet ver verstopt — “je kan liefde niet opjagen of afdwingen” — maar Øye klinkt wel poëtischer dan ooit: “Or are you just cold to me / cause you are afraid to be / another ship wrecked in my wake?”

Legao wordt nergens een ingewikkelde plaat. Spaarzame niemendalletjes als “Say Goodbye” worden afgewisseld met aanstekelijke soulballads (“Save Some Loving”) en voortreffelijke easy pop (“Rainman”). Is het Øyes beste plaat geworden? Verre van, maar dat is even niet van tel. Legao is het album dat hij op zijn 38ste voor zichzelf moest maken als neerslag van de persoon die hij geworden is. Nergens essentieel, maar wel een werkstuk om trots op te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =