Tara Jane O’ Neil :: In Circles

Nu de grand dame van de zogenaamde weird folk, Joanna Newsom, pas echt haar stem gevonden heeft, en volop voor de magistrale pracht en breed uitwaaierende arrangementen kiest, slaan andere acolieten van de folkbeweging een heel verschillende weg in, ver verwijderd van alle orkestrale grandeur.

De keuze voor het instrumentarium blijft allesbepalend voor de perceptie. Newsoms laatste worp wordt overal laaiend enthousiast onthaald en weet op verbluffende wijze een overvloed aan instrumenten een plaats te geven zonder ooit verstikkend over te komen. Aan de andere kant van het spectrum kiest Isobel Campbell voor een verstilde schoonheid en minimale invulling, die door kwaadwillige luisteraars maar al te graag met inspiratieloos of domweg saai wordt verward.

Tara Jane O’ Neil heeft nooit uitgeblonken in grandeur. Haar albums werden steevast gekenmerkt door zachte gitaaraanhalen en verstilde drums waarboven haar stem zweefde, maar op In Circles lijkt het wel alsof het met (nog) minder ook kan. De e.p. A Ravelling verraadde evenwel nog niets. De vier songs klinken als “vintage TJO” en weifelen dan ook tussen het statuut van gebroken singer-songwriter en dat van onaardse folkie, met als enige zekerheid dat de schoonheid boven alles gewaarborgd dient te worden.

Op In Circles, haar zesde ondertussen, is er nog steeds sprake van angeliek gezang met een randje — alsof PJ Harvey en Isobel Campbell tot één versmolten zijn — en ook het rijke gamma aan instrumenten is gebleven, maar toch primeert bovenal de eenvoud. De gitaren klinken spaarzamer dan ooit en de drums zijn nauwelijks hoorbaar. Zelfs O’Neils stem wordt voorzichtig over de songs gedrapeerd, uit angst dat ze anders breken zou. In Circles sluit nauw aan bij Campbells Milkwhite Sheets en zal ongetwijfeld en even onterecht met onbegrip onthaald worden.

Het instrumentale “Primer” laat nog ruimte voor twijfel maar het zachte “Partridge Song” trekt volop de pastorale folkkaart. “A Sparrow Song” , het tweede “vogelnummer”, klinkt al even verstild; O’Neil gaat behoedzaam de strijd aan met de gitaren, al lijkt deze worsteling veeleer te steunen op tedere aanrakingen dan op brute kracht. In het bloedmooie “The Louder” — proef de ironie — is stilte nog steeds de belangrijkste partner. De zang klinkt ijler dan ooit tevoren en maant drum, gitaar en piano aan om het samenspel niet te verbreken door soloslim te spelen.

Met “A Room For These” lijkt het er even op dat het weer wat “harder” mag, maar dat is slechts schijn. De sobere melodielijn krijgt na meer dan een minuut een eerste versterking en zal pas na twee minuten het boetekleed afwerpen, de rijkdom van de song ontbloot zich dan ook in de laatste seconden. De kamer wordt betreden in het bluesy “Blue Light Room”, dat dankzij O’Neils stem een onaards karakter krijgt maar toch doet vermoeden dat Jason Molina goedkeurend meekijkt.

Ook “Need No Pony” trekt de blueskaart maar klinkt ondanks drums en keyboards verstild en afwezig, op het voorplan staan O’Neils stem en een enkele gitaar. De rijkdom van de song maakt zich alleen kenbaar aan hen die er voor open staan. Het instrumentale “Fundamental Tom” effent daarna het pad voor “The Looking Box”, dat na een initiële duisternis zichzelf ontplooit en de luisteraar troostend in de armen neemt. De afsluitende duisternis in “This Beats” wordt versterkt door het instrumentale karakter van het nummer, al schemert de hoop toch nog zwakjes door in de laatste minuten.

In Circles klinkt als het zwakkere broertje van You Sound, Reflect maar herbergt eenzelfde interne kracht. Alleen klinken de meeste nummers nu ijler en stiller, alsof ze zich schamen voor hun bestaan. Het vergt een extra inspanning van de luisteraar maar wie bereid is die moeite te doen, zal ontdekken dat In Circles bol staat van de mooie nummers, alleen vraagt het wat meer tijd vooraleer hun intrinsieke schoonheid zichtbaar wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + vier =