Sean Lennon :: Friendly Fire

Het kan überhaupt niet makkelijk zijn om een boreling te wezen uit één van de meest bekende echtparen die de muziekgeschiedenis produceerde. Om dan nog koste wat het kost een carrière te willen maken binnen datzelfde wereldje, is wel bijzonder dapper – of masochistisch.

Uit pure menslievendheid zou men toch soms hopen dat de appel eens beslist wat hij doet. Ofwel valt hij pal onder de boom, ofwel kiest hij liever een plekje meters verderop. Maar een onbesliste appel, eentje die niet ver weg en niet dichtbij valt — die kortom in de schaduw van de boom terechtkomt — daar heeft de wereld slechts weinig medelijden mee. Sean Lennon had het kunnen weten, maar wie zijn wij om hem tegen te houden een Axel Merckxje te plegen en per se zijn boterhammen in de muziekindustrie te willen verdienen. In ieder geval is de man met Friendly Fire niet aan zijn proefstuk toe. In 1998 bracht Lennon reeds Into The Sun uit, een album dat positief onthaald werd in de pers, zonder echter al te veel potten te breken. Daarna bleef het acht jaar stil. Lennon tourde met deze of gene, dompelde zich onder in die grote roes van artistieke verwaandheid die men wel eens de New Yorkse scene pleegt te noemen, en leefde in het algemeen het luie leventje dat kinderen van stinkend rijke hippies leven. Dat hij na acht jaar van niets uitsteken (tenzij je daar halve optredens met mamalief bijrekent) een doodbrave en relatief onopvallende plaat uitbrengt met amper tien songs erop, duidt in ieder geval op de relaxte levenshouding van de man. Het is duidelijk: voor hem hoeft het allemaal niet.

Friendly Fire is meer nog dan haar voorganger een ingetogen en zelfverzekerde plaat geworden. De sfeer van vervlogen muziekgeschiedenis blaast van begin tot eind zijn verwarmende adem door Lennons songs. Zachte harmonische lagen van akoestische gitaar en weeë keyboards vormen de basis waar met grote precisie een rustgevend slaapkleedje overheen geweven wordt. Gecombineerd met de zachte, ijle stem van Lennon, en hier en daar een backing vocal, is het resultaat wellicht één van de meest rustgevende popplaten van het voorbije jaar. En dat voor iemand die de meerderheid van zijn dagen doorbrengt op tournee met Cibo Matto en mamalief Yoko Ono – beiden niet vies van een potje experimenteel lawaai. Van dergelijke gedurfdheid op Friendly Fire is in ieder geval geen spoor te bekennen. Sean Lennon liet de stoute schoenen in de hoek staan en ruilde ze in voor een soort zachte pantoffels van gelaten melancholie. Een overmaat aan muzikale pretentie kan hem moeilijk aangewreven worden.

Een mooi plaatje is het anders wel geworden. Het hele album plakt van de sfeer en heeft een prachtig afgewerkt geluid. Ook al is Lennons stem verre van indrukwekkend, songs als “Parachute” en “Would I Be The One” zijn qua geluid en dramatiek niet kapot te krijgen. Het verrukkelijke “Headlights” klinkt als een onsterflijke hit uit lang vervlogen tijden, waarvan het ontwapenend opgewekte pessimisme je bij de keel grijpt: “Count the stars instead of crying / Life is only slowly dying.” Spijtig toch dat Seon Lennon geen krachtigere stem heeft. Dankzij de fijne productie van de plaat valt niet al te vaak op hoe licht zijn stem weegt, maar op zich verklaart het wel waarom veel van de songs een weinig blijvende indruk maken. De man neemt dan ook geen risico’s en blijft met al zijn songs veilig binnen zijn stembereik, maar het maakt de plaat er alweer niet meteen boeiender op. Wellicht ook daarom dat Lennon op zo’n gelaten, bijna defaitistische, manier zingt. Van het verdriet en de problemen in de teksten valt zelden wat in zijn stem te merken.

“Nomen est omen,” wist men een tweetal millennia geleden al, en inderdaad: Friendly Fire is een uiterst vriendelijk en sympathiek plaatje geworden. Sfeer en zachte popsongs te over, met hier en daar zelfs een rasechte classic. Zwaar wegen doet Friendly Fire echter in geen geval, hoe genietbaar ook.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 9 =