Damien Rice :: 9

O was het verhaal van een man die, murw door de venijnige kopstoten van de liefde, zijn tegenslagen en treurnis verbeet en er een van de aangrijpendste platen van deze prille eeuw over maakte. 9 is het vervolg, over een man die overeind krabbelt, de vuisten balt, maar zijn hoofd toch nog laat hangen, en er opnieuw een van de aangrijpendste platen van deze prille eeuw over maakt.

O was vier jaar geleden zo’n melancholisch meesterwerk dat het onmogelijk leek om dezelfde pure diepgang en impact nog eens op te roepen. Dat moet ook Rice gedacht hebben, want bijna leek het inderdaad alsof er helemaal geen opvolger zou komen. Dat zou een van de meest gemiste platen van dit decennium geweest zijn, want weinigen hebben de afgelopen jaren zo mooi en treffend kunnen verwoorden dat alleen liefde je zo hard kan laten bloeden. Kwam dat nu door die verlegen cello, die fantastische stem van zijn vaste deelgenoot in de Liebesschmerz Lisa Hannigan of door de aria in slotnummer “Eskimo”?

Opener “9 Crimes” leidt de plaat in zoals na zoveel pracht op het debuut gehoopt mocht worden. Hannigan zet schuifelend in met een gedempte piano op de achtergrond en maakt zo duidelijk welke belangrijke rol ze in het zwaarmoedige spectrum van Rice bekleedt. Daarna treedt hij haar bij, ondersteund door een waarlijk prachtige melodie die uitmondt in de eerste, sobere, strijkers. De toon is gezet, het diep gegraven pad door het woelige landschap van gevoelens loopt verder. Ook “The Animals Were Gone” had zo van de voorganger geplukt kunnen zijn en brengt rust in de orkaan tussen hoofd en hart.

In navolging van O is 9 weer zo’n plaat die de luisteraar het afwisselend warm en koud doet krijgen, naargelang de gevoelens of herinneringen die naar boven komen bij het luisteren naar zoveel naakte melancholie. Maar de invalshoek van die melancholie is op deze plaat verschoven. Ze is cynischer, woedender, scherper. In de derde song, “Elephant”, vindt Rice dat het welletjes is en begint de toon te veranderen: “This has got to stop/ This has got to die.” Hij veert recht, schreeuwt zich schor en zet dat naar het einde toe in de verf met een naar Sophia neigende openbarsting: violen en, jawel, elektrische gitaren lijken een heropstanding in te luiden.

Vervolgens spuwt Rice op “Rootless Tree” verrassend een giftig en fel “Fuck you, fuck you, fuck you” in ons gezicht. Even incasseren, slikken en de bedenking maken of Rice zich in al die kommer niet vergaloppeert. Neen, hij komt ermee weg omdat het zo’n moordend goede song is, wars van berekening of vals sentiment. Het tempo gaat omhoog, de violen worden rustelozer, Rice herhaalt tot in den treure “Let me out”. 9 krijgt de allure van een aarzelend escapisme in plaats van berustende tristesse. Rices woede bereikt een orgelpunt in “Me, My Yoke and I”: zo schuimbekkend klonk hij nog nooit, en muzikaal leunt het nummer aan bij hoe The Veils klinken op Nux Vomica — vergelijk maar eens met “Jesus For The Jugular”. Rice experimenteert met zijn eigen zwaarmoedigheid en komt er verrijkt uit.

Voorts is er ook nog de aanstekelijke, voor zijn doen opzwepende folkpop van “Coconut Skins”, en aan het einde van de plaat het orgelpunt, “Accidental Babies”, dat vooral tekstueel samenbalt waar hij voor staat en muzikaal vintage Rice is. Meer dan een meejankende piano is er niet nodig om mijmeringen als “Do you really feel alive without me/ If so, be free/ If not, leave him for me/ Before one of us has accidental babies” te ondersteunen. In “Sleep Don’t Weep” ten slotte, beseft hij dat de opstand maar een opflakkering was, een schijnbeweging. Zure berusting zal het zijn en blijven.

“Love taught me to lie/ Life taught me to die” zuchtte Rice al op O. 9 is een veldslag tegen die stelling die Rice wil winnen, maar hij legt er zich achteraf alsnog bij neer dat hij de oorlog toch zal verliezen. Zowat iedereen heeft wel ergens een klootzak rondlopen die het leven leidt dat hijzelf wil leiden met die ene. Je zou er al bijna niet meer om malen als er platen als deze bestaan die zo mooi kunnen verwoorden en muzikaal vertalen wat je met lede ogen ziet. Geluk en schoonheid gaan toch zo zelden samen.

Damien Rice speelt op maandag 26 maart in het Koninklijk Circus in Brussel. Het concert is uitverkocht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + zes =