The Cheeks :: Raw Countryside

Powerpoppers die grasduinen door vijftig jaar popcultuur en daar om de paar jaar een plaatje uit distilleren. Eigenlijk zitten we er niet bepaald op te wachten, maar toch hebben The Cheeks een vleugje overtuigingskracht dat ons tot hun platen bekeert. Popliefhebbers, spits de oren!

Uit een telefonische enquête, door een kennis van ons uitgevoerd, blijkt dat 99,93% van de bevolking nog nooit van The Cheeks gehoord heeft. Dat geeft een beeld van hoever het staat met de doorbraak van de band in deze contreien. De oorzaak daarvan kan uiteraard bij The Cheeks zelf gevonden worden: dit Duits vijftal neemt geen voorbeeld aan landgenoten zoals Rammstein (niet vooruitstrevend, wel véél vuurwerk) of Kraftwerk (ooit héél vooruitstrevend, nooit veel vuurwerk) door rockmuziek te maken die noch vooruitstrevend is noch voor vuurwerk zorgt.

Moeten we The Cheeks daarom zonder omzien verticaal klasseren en Raw Countryside gebruiken om de kleerkast te stabiliseren? Zo een oordeel zou niet echt rechtvaardig zijn. Raw Countryside mag dan een braaf, onschuldig plaatje zijn dat geen grenzen aftast, net zoals bij meisjes zitten vaak net daar de pareltjes. Het pleit met andere woorden voor de 0,07% van de bevolking die reeds met The Cheeks kennis maakte, want zij weten wat schoonheid is.

Het luie ritme van het jammerlijk pathetisch getitelde "What Goes Up Must Come Down" zorgt eindelijk voor een verklaring van wat The Kinks bedoelden met ’lazing on a sunday afternoon’: luister naar deze song en je wéét waarover Ray Davies & co het hadden. Tijdens dit nummer geen danspassen, hooguit wat dronken geschuifel, maar nog eerder zachtjes hoofdknikken op de bank. Of neem "The Day They Closed The Countryside", nog zo een nummer waarin de jaren zestig springlevend zijn en je spontaan beelden voor de geest komen van dansende bloemenkinderen. De ietwat neurotische stem van Kono Cheng (naast zanger ook de ’lead shaker’ van de groep, aldus de officiële biografie) wordt in evenwicht gehouden door heerlijk meerstemmige backingvocals die herinneringen oproepen aan The Mama’s And The Papa’s en waarbij er muzikaal, bij momenten, gelijkenissen zijn met de héél oude R.E.M.

Liefhebber of niet, er is één ding dat je The Cheeks moet nageven: ze kennen hun klassiekers. Zo zijn er de Phil Spector-echo’s in "Just A Good Boy" en "Diggin’ For Gold" en is "California Falling Into The Ocean" om evidente redenen een knipoog richting good old days. Met een sporadische electroflard in "Honeymoon Hell" en "Losing My Head" blijkt dat de Duitsers, ondanks alle nostalgische elementen, hun band met het heden nog niet helemaal doorgeknipt hebben, al treedt op Raw Countryside het Hammondorgel meer op de voorgrond dan de samplers.

"I’m Not Gonna Change" stellen The Cheeks zelf en waarom zouden ze? Ondanks het ontbreken van (muzikaal) vuurwerk of ook maar de minste aanwijzing dat een nieuwe stroming zijn kiem vindt in deze plaat, leveren de Duitsers tien sterke popsongs af die geschikt zijn voor het hele gezin. Doe er uw voordeel mee als uw oud moedertje op bezoek komt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =