Volt :: Rörhät

Volt. Het moet één van de minst geïnspireerde bandnamen ooit zijn.
De naam doet denken aan foute machoposes en versterkers die tot 11
gaan. U begrijpt dan waarschijnlijk wel dat wij niet echt
enthousiast waren toen ons gevraagd werd de debuutplaat van deze
Duitse band te bespreken. Bovendien duurde het even voor wij het
ding effectief in onze handen kregen, zodat wij ons intussen al
voorgesteld hadden dat het schijfje vol stond met cliché hardrock,
en dat het een gruwelijke Manowar-achtige cover had
meegekregen.

Groot was onze verbazing dus toen wij het plaatje uiteindelijk
toegestopt kregen. Van middeleeuwse krijgers en glimmend staal was
absoluut geen sprake. Het artwork was zelfs verbazingwekkend sober,
en deed meteen vermoeden dat we helemaal niet te maken hebben met
een band die uit de metalhoek komt. Onze nieuwsgierigheid werd
gewekt, en eens thuisgekomen gooiden we ‘Rörhät’ meteen in onze
cd-lade.

Van bij de eerste akkoorden werd het al duidelijk; dit heeft vrij
weinig te maken met metal. Opener ‘Kreuz’ begint met een
aanstekelijk basic stonerriffje dat echter al na een twintigtal
seconden een hoop dissonanter wordt. Wanneer zanger/gitarist Andre
dan zijn schuurpapieren strot opentrekt, wordt het duidelijk: Volt
brengt pure noiserock. Toch hebben we hier op het eerste gehoor
niet echt te maken met een band die tot het uiterste gaat. ‘Kreuz’
is een vrij beheerst nummer waarin de typische tempowisselingen en
dissonante akkoorden weliswaar aanwezig zijn, maar niet echt gaan
overheersen. Het is dus zeker geen braaf liedje, maar het lijkt wel
een beetje alsof de band zich inhoudt.

Doordat ‘Kreuz’ vrij ingehouden en conventioneel klinkt, komt de
tweede track van het album dan ook als een mokerslag aan. ‘Griffel’
is namelijk een stuk noisier dan zijn voorganger. We krijgen
repetitieve riffs te horen, en een hoop chaotische
tempowisselingen. Waar je tijdens het eerste nummer nog
probleemloos kon headnodden, is dat hier al een stuk
moeilijker. Het valt zelfs af te raden, als je geen
whiplash wil oplopen. ‘Griffel’ is namelijk een rasechte
noise-explosie. Een klein minpuntje is wel dat het nummer, net
zoals elke andere explosie, na een tijd gewoon stilvalt. Tijdens de
laatste anderhalve minuut wordt dezelfde riff namelijk tot
vervelens toe herhaald, en dat haalt uiteraard de vaart uit het
nummer. Een song als ‘Stativ’ is in hetzelfde bedje ziek.

Bij de rest van de plaat is dit gelukkig al heel wat minder het
geval. Songs als ‘Frommbug’, ‘Zwigillusion’ en ‘Dr. Crox Medusa’
bewijzen dat de mannen van Volt ook noiserocknummers kunnen
schrijven die tot de laatste seconde spannend blijven, en ‘Hospital
in Wales’ en ‘Vlt’ zijn wel heel erg vette knipogen naar The
Melvins
, die duidelijk een belangrijke invloed zijn. ‘Vlt’, het
laatste nummer van de plaat, eindigt trouwens met een minutenlang,
ongelooflijk donker en intrigerend sfeerstuk dat evengoed op een
plaat van de vroege Isis
of Amen Ra had kunnen staan.

Het mag duidelijk zijn dat wij “Rörhät” een zeer degelijke plaat
vinden, die echter, zoals gezegd, wat moeizaam op gang komt, en
hier en daar een klein beetje ingehouden klinkt. Dat doet vermoeden
dat Volt eigenlijk beter overkomt op het podium dan op plaat, wat
onzes inziens eigenlijk ook het geval is bij onze Vlaamse
noisemonsters van Vandal X. Houdt u van the Melvins, Unsane of
Vandal X, dan is Volt misschien wel spek voor uw bek. Op hun
MySpace staan een aantal tracks van deze plaat en hun
eerste ep. Ga gerust eens luisteren, want ze zijn het ontdekken
waard…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =