The Artificial Sea :: City Island

Alina Simone werd onlangs door de Amerikaanse gespecialiseerde pers
geëerd als Cat Power-concurrente in wording. Voor haar debuut-ep
deed ze afstand van de folkinvloeden die dezer dagen al te vaak
verwerkt worden en opteerde in plaats daarvan voor duistere
arrangementen waarin ze zowel haar vreugde als haar leed kon
bezingen. Terwijl ze haar eerste stappen als zangeres zette, leerde
Simone Kevin C. Smith kennen, die op dat moment bezig was met
muzikale opvoeding. De twee besloten samen het nieuwe project ‘The
Artificial Sea’ op te starten, waarvoor Smith zijn verzameling
gitaren, oude synthesizers en zelfs aftandse game-consoles en
huishoudapparaten inschakelde. Hoe eclectisch dit ook klinkt, toch
werd eerder gezocht naar een obscure intimiteit waardoor aan de
andere kant van de oceaan meteen een verband met Portishead gelegd
werd.

Deze link met Gibbons en Barrow is al in de titel van het eerste
nummer op ‘City Island’ merkbaar: ‘Gloryhole’. Deze aftrap is het
meteen meest bombastische nummer op de plaat. Over een door
percussie gestutte synth loop waait Simone’s stem, die als het ware
een gevecht voert om zich vast te klampen in de desolate razernij.
Het lijkt wel alsof na deze inwijding de storm geluwd is, want de
overige negen nummers klinken opmerkelijk rustiger en zijn eerder
een toonbeeld van de complementariteit tussen beide partijen. Wat
volgt, kleurt ook nauwgezetter binnen de lijntjes van de
triphop-traditie. Wanneer de muzikale knowhow ten volle wordt
aangewend, levert dit enkele niet zozeer ophefbarende, doch bijster
aangename tracks op. ‘Vor’ wordt ingekaderd door sensueel Slavisch
gefluister dat overloopt in zangpartijen waarbij Simone sterk doet
denken aan Natalie Walker. De achterliggende beat is niet te
overweldigend, zodat de vocals niet overstemd worden maar een mooi
samenspel ontstaat. ‘Tunnel Visions’ is dan weer een track waarvan
Björk niet vies zou geweest zijn in haar ‘Homogenic’-periode. De
combinatie van een zachte beat en strijkers zorgen voor de perfecte
ondergrond en de doorbreking hiervan door het plotse intermezzo
brengt verfrissing in plaats van verstoring.

Tot hiertoe lijkt het allemaal snor te zitten voor The Artificial
Sea en inderdaad, dat er talent aanwezig is, kan niet ontkend
worden. Het probleem is dat bij een deel van de tracks een al te
veilig spel gespeeld wordt met repetitieve loops met hier en daar
een wat inspiratieloos geplande variatie. Het lichtjes jazzy ‘Light
of 1000 TV’ onderscheidt zich van de rest van de tracks met het
getokkel op de basgitaar en wordt halverwege dan wel doorbroken
door een over the top James Bond-achtige orchestratie,
maar kan desalniettemin niet blijven boeien. Deze vrijblijvendheid
is een kwaal waaraan een vrij groot deel van de nummers lijden.
Binnen het album is er genoeg variatie, met bijvoorbeeld de
ambient-toets in ‘Things we Spent’ en de dreigender sfeer van
‘Happy Ending’, maar intrinsiek stralen deze nummers te weinig
kracht uit, waardoor ze het gevoel geven nergens heen te gaan.
‘Better Living’, het enige nummer dat volledig opgebouwd is uit
samples en waarvoor Simone dus even een rustpauze mocht nemen, had
als interlude kunnen werken, maar is met de lengte van een
volwaardige song ook alweer te vlak. Vooral de tweede helft van de
cd gaat gebukt onder deze kleurloosheid. Om het indommelen tegen te
gaan, worden aan het einde van de plaat met het poppy ‘Outpost’ en
‘Milemarker’, een experimenteler track waarop Simone zich van haar
meest kwetsbare kant laat horen over, gelukkig nog enkele sterke
nummers geplaatst.

Met het juister materiaal plaatst The Artificial Sea zich in het
verlengde van groepen als Portishead en Lamb, maar spijtig genoeg
wordt op ‘City Island’ nog te vaak de automatische piloot
ingeschakeld om een album van hetzelfde kaliber te maken. Op de
stem van Simone valt niets aan te merken, maar het is aan Smith om
een uitdagend parcours uit te tekenen waarop zij zich kan
uitleven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − vier =