Bonobo :: Days To Come

Beestenbos is boos. Na achtereenvolgens Animal Magic en Dial "M" for Monkey kiest ons favoriete triphopaapje Bonobo met Days To Come ditmaal voor een vrij humane albumtitel. Aan de kwaliteit van de muziek wordt gelukkig niet getornd.

Bonobo, Simon Green en niet voor niets synoniem voor dwergchimpansee, is een van die kleine broertjes uit de muziekwereld. U kent ze wel, het zijn meestal fantastische groepen die door het grote publiek niet de erkenning krijgen die ze verdienen. Zo opereerde Terence Trent D’Arby jarenlang in de schaduw van Prince en moeten Elbow en Doves het vandaag afleggen tegen Coldplay. Bonobo werd ten tijde van zijn debuut steevast afgedaan als the poor man’s Jazzanova en geraakt sindsdien erg moeilijk van dat stigma af.

Voor zijn nieuwste schijf vond de Brit twee vocale speelkameraadjes. Net zoals bij de bonobos staat ook hier het wijfje het hoogst in de rangorde. In het verleden leende Bajka haar stem al aan onder meer Transglobal Underground, Ben Mono en Beanfield. De combinatie van de Indiase zangeres haar sensuele stem, vervaarlijk goed gelijkend op die van Shirley "Diamonds Are Forever" Bassey, en Bonobo’s zwoele klanktapijten wekt een diepgaande verleiding op.

Het mannetje laat een minder diepe indruk na. Eerder dit jaar zorgde Fink nog voor een primeur door de eerste singer-songwriterplaat bijeen te schrijven voor het Ninja Tune label. Hier is hij medeverantwoordelijk voor de minst interessante track op het album. Finks klagerige zangpartijen in combinatie met Greens speelse onderbouw beklijft niet. Net als bij Joseph Malik, die op het Compostlabel iets gelijkaardigs ineen steekt, klinkt dit nummer te oppervlakkig.

Green beperkt zich niet tot nu-jazzbreaks. Op de instrumentale nummers bakent hij zijn territorium ver buiten die grenzen af. Hier komt zijn voorliefde voor dampende funk en broeierige hiphop naar boven. In "Ketto" en "Transmission94 (parts 1&2)" wordt het nabijgelegen gebied van DJ Shadow, Blockhead en Cinematic Orchestra ontgonnen. Met die laatste deelt hij de voorliefde voor breed gearrangeerde muziekstukken die zoveel meer zijn dan slechts geluidsbehang.

Afsluiten doet de man uit Brighton in stijl. De eerste tonen van "Recurring" refereren aan Cocorosie, maar al snel ontpopt het zich als een atmosferische odyssee doorheen de jungle. Het nummer zit vol melancholische hersenspinsels die al dagdromend het licht zien. In dit soort weelderig aangeklede tracks zit de kracht van Bonobo verscholen. Doorheen alle lagen klinken de liedjes verfrissender dan een koele plensbui in een warm regenwoud. De heerlijke geur van het natte hout en het frisse gras laat een helende kracht na.

Met koperblazers, strijkers en heel wat slagwerk trekt Green steeds verder en verder weg van de traditionelere sampletechnieken die door dj’s worden aangewend. Op de vorig jaar uitgebrachte e.p. Live Sessions speelde er al eens een saxofoontje bovenop de tape. Met dit album is het de bedoeling om volledig live te gaan. "More energy and a bigger, heavier sound", om het met Simon Greens eigen woorden te zeggen.

Nog even dit; de bonobo behoort tot de bedreigde diersoorten. Indien we er allemaal eentje in ons cd-rek adopteren, stellen we de toekomst van het dierenrijk veilig. Alsook die van de aanstekelijke, organische dancemuziek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =