Guillemots :: Through The Window Pane

De trouwe goddeaulezer zou intussen al moeten weten dat we geen klein beetje zot zijn van Guillemots. Na een veelbelovende e.p. en een groots Pukkelpopconcert is er nu dan eindelijk het debuutalbum Through The Window Pane. Geen onmisbaar meesterwerk, maar zeker van het allerbeste dat u dit jaar zal horen.

We hebben het even opgezocht: een guillemot is een zeevogel. Hij lijkt een beetje op een pinguïn: zwart en wit, maar dan met echte vleugels. Je moet al een rare dromer (of gesjeesde biologiestudent) zijn om je groepje naar een zeevogel te noemen, maar het klopt wel. De muziek van Guillemots is weids, dromerig en mysterieus. Ze droomt lekker weg en weet je op de juiste momenten weer wakker te schudden.

Guillemots zou een broertje van Keane kunnen zijn: gevoelige muziek met een zanger die de hoge tonen weet te halen en warme refreinen. Maar Guillemots is veel meer dan dat: de band stopt om te beginnen minstens twee ideeën meer in een song dan de brave meisjespoppers van Keane. Guillemots durft vooral popmuziek te maken die intelligent leentjebuur speelt bij andere genres.

De groep bestaat uit een klassiek geschoold songschrijver, een drummer met een folkverleden, een contrabassiste en een gitarist die enkele jaren geleden nog geschifte noisecomposities maakte in Brazilië. Noiseroots die hij overigens niet kwijtgeraakt is: op Pukkelpop liet hij zowaar een boormachine langs de snaren draaien. En het klonk zowaar weids, dromerig en mysterieus.

Dit levert in eerste instantie euforische en verslavende popsongs op als "Made Up Love Song #43", "Trains To Brazil" en "Through The Window Pane". Glorieuze pop die zelfs op de somberste herfstdag voor een schaapachtige glimlach zorgt bij de luisteraar. ’I love you, but I don’t think you care’ zingt Fyde Dangerfield in "Made up Love Song #43": vertwijfeld, maar niet moedeloos.

"Trains To Brazil" gaat over de melancholie en het fatalisme die de kop opsteken bij het zoveelste nieuws over terreur en oorlog, maar Dangerfield verliest er zijn goed humeur niet bij. Integendeel zelfs, hij geeft iedereen die het hoofd te hard laat hangen een veeg uit de pan: ’Can’t you live and be thankful you’re here. It could be you, tomorrow, next year.’ Een opgestoken middenvinger aan de cynici, die Dangerfield ongetwijfeld geitenwollensokkerigheid zullen verwijten. Ze missen dan wel de popsong van het jaar.

Guillemots is zeker niet vies van een beetje pathos, getuige openingsnummer "Little Bear", dat met alle zwierende en zwellende strijkers zo uit een Disney-film zou kunnen komen. Ook "If The World Ends" en "We’re Here" schuwen het filmgeluid niet. Denk Radiohead, Pink Floyd en Jeff Buckley, maar dan in cinematoscope.

Het album eindigt met "Sao Paolo", waarin Guillemots van al het voorgaande nog een song van twaalf minuten in elkaar knutselen: popmelodieën, jazzritmes, uitwaaierende strijkers, een beetje noise en een schitterend refrein. Maar het is vooral tekenend dat na de outro van dit nummer een verlegen muziekdoosje weerklinkt.

Through The Window Pane is nog geen meesterwerk. Door de vele ideeën missen we vooral halfweg een beetje samenhang. Maar als alles goed zit, is het fantastisch. Het siert Guillemots bovendien dat ze niet voor de gemakkelijkste weg kiezen. Ze zijn zeker in staat om geweldig succesvolle pop te maken, maar geven liever nog een extra draai aan hun songs. Dat maakt van Through The Window Pane het beste, avontuurlijkste en meest melancholisch opbeurende popalbum dat we dit jaar al hoorden. En als u dat laatste een contradictie vindt, moet u gewoon eens luisteren. Zie in dat genre overigens ook Funeral van The Arcade Fire. Het is een schitterende, gelaagde popparel tussen donkere postpunk en gladde, eendimensionale pop. Een dam tegen cynisme en leeghoofdige vrolijkheid. Net wat we nodig hadden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =