Kasabian :: Empire

“Muziek door het volk, voor het volk!” “De beste plaat sinds
‘Definitely Maybe’ van Oasis en
‘Let it Bleed’ van de Stones!” “Het is haast onvoorstelbaar dat een
andere band ook maar in de buurt komt van dit album!” Voor één keer
was het niet de immer overenthousiaste Britse pers die een blik
superlatieven opentrok, maar de band zelf, toen werd gepolst naar
het verloop van de opnames van de nieuwe cd. Qua ‘hoog inzetten’
kan dat tellen, natuurlijk, al is het niet helemaal ten onrechte
dat Kasabian eind vorig jaar boordevol vertrouwen de studio introk.
Van hun eerste plaat – een fraaie mélange van de dansbare rock uit
het ‘Madchester’ van de jaren negentig, de anthems van Oasis
en de dance van The Prodigy en Chemical Brothers – gingen in eigen land
alleen al maar liefst 700 000 exemplaren over de toonbank.
De groep wordt intussen dan ook vaak de enige, echte erfgenaam
genoemd van bands als Primal
Scream
, The Charlatans en Stone Roses. Toch liggen de roots van
de groep niet in Manchester maar in Leicester, hartje Engeland.
Daar leerden zanger Tom Meighan en gitarist Serge Pizzorno elkaar
kennen op school, beleefden ze een heleboel ‘dolle avonturen’ en
richtten ze samen met hun kompanen Chris Karloff, Chris Edwards en
Ian Matthews een band op.

Al gauw na de lange tour die volgde op het succesvolle debuut,
werden de opnames aangevat voor ‘Empire’. Ook nu weer stond
Kasabian zelf in voor de productie, en werden ze daarin opnieuw
bijgestaan door Jim Abbiss (Placebo, Chemical Brothers, Arctic Monkeys, Editors, Duels en nog véél méér).
Volgens de tussentijdse bulletins die de wereld ingestuurd werden,
verliep alles méér dan naar wens, maar toch eisten de opnames een
slachtoffer: Chris Karloff werd na ‘muzikale meningsverschillen’
vriendelijk verzocht op te hoepelen. Niet dat het vertrek van de
gitarist en toetsenman zo’n enorme impact heeft gehad op de sound.
In wezen ligt ‘Empire’ grotendeels in het verlengde van ‘Kasabian’,
alleen werden de nummers deze keer niet alleen geïnjecteerd met een
ferme dosis sixties psychedelica maar ook met jaren ’70
glam.

Openen doet de band ijzersterk met titelsong ‘Empire’ en het door
een Gary Glitterbeat opgejaagde ‘Shoot the Runner’. Het zijn twee
gespierde songs die je zo naar de oorlog kan sturen en waarvan je
weet dat ze het er – zelfs zonder degelijke wapenuitrusting –
levend van af zullen brengen. ‘Last Trip’, een geslaagde poging om
de Beatles van ‘Magical Mystery Tour’ up te graden naar de 21ste
eeuw, vloeit haast naadloos over in ‘Me Plus One’, dat zelf ook
gretig uit de pot geestesverruimende snoepjes heeft gegraaid en
door zwierige, oosterse strijkers naar de uitgang wordt geleid. In
dezelfde lijn, en naar onze mening het beste nummer (want iets
krachtiger en iets méér song) van deze psychedelische
drievuldigheid, ligt ‘Sun Rise Light Flies’.

Gelukkig beseffen Pizzorno en Meighan dat een goede song niet
altijd moet bedolven worden onder loodzware arrangementen. Daarom
ook komt ‘Stuntman’, één van de weinige nummers waaraan Karloff nog
meewerkte (en evengoed op de eerste plaat had kunnen staan) na
ettelijke luisterbeurten bovendrijven als één van onze favorieten
op ‘Empire’. Ook verrassend luchtig aangekleed is het door Serge
Pizzorno gezongen ‘British Legion’, dat nog het meest doet denken
aan een samenwerking tussen The Beatles en The Kinks. Het contrast
met de epische afsluiter ‘The Doberman’ kan niet groter zijn: het
nummer, dat net als ‘Knights of Cydonia’ op de laatste van Muse, een mariachi trompet op bezoek
krijgt, buigt maar barst net niet onder de lagen strijkers, gitaren
en door elkaar vloeiende stemmen.

Jammer genoeg blijkt het keizerrijk van Kasabian niet helemaal een
onneembare vesting te zijn voor gewone stervelingen. Het traject
van de veldtocht vertoont ook enkele valkuilen, die ook de groep
zelf niet kon ontwijken. Zo is ‘Apnoea’ eerder een rommelig boeltje
dat klinkt als een geaborteerd nummer van de Chemical Brothers,
blijkt ‘By My Side’ na het verwijderen van de make up niet meer te
zijn dan een flauw Oasis-nummer en valt ook ‘Seek & Destroy’ te
licht uit om te figureren op een zogeheten meesterwerk.
Maar goed, los daarvan hebben wij ons hier net als met de eerste
Kasabian weer reuze mee geamuseerd en zijn we van plan dat nog een
hele tijd te doen. Kortom: de Champions League zal Kasabian niet
winnen met dit elftal, maar een plaatsje in de kwartfinales is toch
ook mooi, niet ?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + achttien =