The Fast and the Furious :: Tokyo Drift




Een kleine bekentenis: Ik heb zowel genoten van ‘The Fast and the Furious’ als van de
ongelooflijk clever getitelde sequel, ‘2
Fast 2 Furious’
. En neen, ik ben geen autofreak die tijdens het
weekend de binnenwegen onveilig maakt met een opgefokte racemachine
terwijl naast mij een kortgerokte blondharige del mascara-prut uit
haar ogen zit te wrijven. Jammer maar helaas, ik val op bruinharige
dellen. Neen, ik heb het geluk gehad om beide films in benevelde
toestand te mogen aanschouwen. En laat ik u zeggen, in zo’n
toestand wordt de filmsnob in mij compleet overgenomen door een
craplover die stiekem Bruckheimer-films steelt bij zijn lokale
videotheek. Het is voor mij dan ook een grote eer om dit kroonstuk
van de nu al boven zichzelf stijgende franchise te mogen bespreken.
Met het oog op een diepgaande analyse (Wordt de homo-erotische
subtext behouden nu zowel Vin Diesel als Paul Walker niet meer
meedoen? Wat gebeurt er wanneer de Amerikaanse race-cultuur
geconfronteerd wordt met de Japanse? En hoeveel jonge deernen
verlagen zich in dit deel tot onder het niveau van ordinaire
stoephoer?), had ik me voorgenomen om de film nuchter te bekijken.
Een merkwaardig experiment, want zonder ook maar één druppel
alcohol aan te raken kreeg ik alweer een joekel van een kater op
m’n dak, en deze keer moest ik zelfs niet wachten tot de volgende
ochtend!

De plot kan gemakkelijk gereduceerd worden tot een simpel ‘vroem
vroem vroem’, maar speciaal voor de lezers ben ik dan toch op zoek
gegaan naar iets dat ook maar lijkt op een verhaal. Sean Boswell
(Lucas Black, ooit nog het kleine ventje tegenover Billy Bob
Thornton in ‘Sling Blade’, nu een trotse patser met een vettig
redneck-accentje) is een relschopper. Nadat hij zowat een halve
bouwwerf in de vernieling heeft gereden tijdens een straatrace
wordt hij het land uit gestuurd om bij zijn vader in Tokyo wat
manieren te leren. De kwibus loopt er nog geen dag rond of hij
staat al op een parking te geilen op de georganiseerde straatraces.
Hij daagt een gemeen kijkende Japanner uit voor een race en rijdt
alweer een machine compleet in de vernieling. In Tokyo doen ze
namelijk aan ‘drifting’, een kunstje waardoor je zo beheersd
mogelijk je auto kan laten glijden en slippen, en dat heel handig
is in de smalle bochten van zo’n parkeergarage. Onder de vleugels
van Han (Sung Kang), een kleine crimineel, leert Sean driften om zo
respect en geld te verdienen op de straten van Tokyo. Wanneer hij
aanpapt met het liefje van een neef van een yakuza-baas, loopt het
echter fout en zal hij zijn racetalent moeten gebruiken om zijn
leven te redden.

Clevere mannen, de makers van deze ‘Tokyo Drift’. Na twee
race-avonturen in Amerika, verhuist de setting naar Japan en wordt
de film een stuk commercieel aantrekkelijker op de internationale
markt. Voeg daar dan nog eens een trouw doelpubliek aan toe en je
krijgt een product dat de oogjes van Hollywoodbonzen spontaan in
dollartekentjes doet veranderen. Vanuit commercieel oogpunt is deze
‘Toky Drift’ dus een stuk slimmer dan je zou vermoeden. En de film
zelf? Wel, die is dan weer een stuk dommer dan je zou
verwachten.

‘The Fast and the Furious’-films
zijn idiote nonsens – de eerste was genietbare nonsens, de tweede
was dat niet (tenzij je een half café hebt leeggezopen). De derde,
waar ook Paul Walker geen zin meer in had, valt qua fungehalte
ergens tussen de eerste twee. ‘Tokyo Drift’ weet op zijn beste
momenten de pretentieloze fun te brengen die de eerste film
sporadisch leuk maakte. Stoere mannen die een grote bek tegen
elkaar opzetten, racen om de grootte van hun lul te bewijzen en
ondertussen een lekkere griet binnendraaien als het wat meezit. En
aanvankelijk is dat ook hetgene wat we hier te zien krijgen. Een
openingsrace met als inzet een blond wicht is opwindend en knap in
elkaar gestoken, en de loeiharde muziek van Kid Rock, wel, die is
gewoon irritant als de pest. Wanneer een achtervolging uitloopt op
een druk kruispunt en de racers driften tussen de mensenmassa
krijgen we nog zo’n opwindende uitschieter. Een klein uurtje lang
is ‘Tokyo Drift’ dus best te pruimen voor wat het is: luid en
onnozel amusement. Maar daarna had ik het wel gehad met de
debiliteit, en geef toe, een klein uur nog half kunnen genieten van
een lang uitgesponnen MTV-clip met blinkende auto’s, opgepompte
ego’s en irritante beats is een prestatie op zich (of een teken van
slechte smaak, natuurlijk). Zeker wanneer er een min of meer
serieuze plot met gangsters wordt toegevoegd is het gedaan met
lachen (hoewel Sonny Chiba als mobster in wit maatpak, gleufhoed en
dikke sigaar een hilarisch zicht is). Er zijn grenzen aan
onnozelheid, en na een uur vliegt ‘Tokyo Drift’ er tegen 200 per
uur over.

Wat betreft de personages, tja… wat kan ik zeggen? Lucas Black is
een soort kruising tussen de stoere Vin Diesel en de surfer van
Paul Walker en moet eigenlijk niet veel meer doen dan lefgozerpraat
verkopen en af en toe een idiote grijns uit zijn mondhoeken
sleuren. Met een beetje verbeelding (best die andere helft van het
café leegzuipen), zet hij eigenlijk een ‘Fast & Furious’-versie
neer van wat Bill Murray deed in ‘Lost
in Translation’
, en op die momenten werd de cinefiel in mij dan
toch nog getrakteerd op wat binnenpretjes. Is het goed geacteerd?
Nauwelijks, maar wat verwacht je met dit soort materiaal. De
bijrollen bestaan dan weer uit karikaturen en stereotiepen: de
Afro-Amerikaanse sidekick, de gemene Japanner die in een zwart
onderlijfje een pruimgezicht staat te trekken, de mentor en het
meisje dat veroverd moet worden. Als extra decor krijgen we ook nog
een uitzinnige bende Japanse grietjes (meestal gekleed in zo’n
sletterig pornofilm-schooluniformpje) die staan te huppelen tussen
de felgekleurde race-auto’s. In dit wereldje staan de opgefokte
wagens duidelijk hoger op de waardenschaal dan vrouwen.

‘Tokyo Drift’ is dom, luid en seksistisch. Maar wat maakt het ook
uit, het doelpubliek zal er naar gaan kijken, de broek volspuiten,
bevredigd de zaal verlaten en over een paar maanden de dvd kopen.
De races zijn snel en opwindend en er lopen genoeg goedkope
juffrouwen in beeld om de pubers wekenlang natte dromen te
bezorgen. En zo’n film kan niet helemaal slecht zijn, toch?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − drie =