Beirut :: Gulag Orkestar

Die verduivelde weblogs toch. Zonder dat zaad van Satan zouden we
misschien nooit iets gehoord hebben over Zach Condons folkproject,
Beirut. Blog na blog jankte zichzelf blauw in een poging ons te
melden hoe onwaarschijnlijk goed deze plaat wel was. Maar is ‘Gulah
Orkestar’ echt al die poeha waard? En wie/wat bestuurt dit project
met de (op dit moment althans) politiek beladen naam?

Zach Condon, die samen met enkele leden van A Hawk and a Hacksaw
aan dit album heeft gewerkt, is een Amerikaanse
multi-instrumentalist met bakken potentieel, en komt, gezien zijn
jonge leeftijd (terwijl ik dit neerpen is hij nog steeds twintig
jaar oud), zijn verleden als slaapkamermuzikant en zijn permanent
hoge intoxicatiegraad in aanmerking voor het prefix ‘muzikaal
enigma’.
De inspiratie voor dit album vond Condon blijkbaar in een
impulsieve reis door Europa; een doorreis die hij zelf omschrijft
als een soort constante roes, en met “roes” hebben we het hier niet
over één of andere intellectuele of spirituele uitdieping. In
Europa kwam hij ook in aanraking met de klanken van de
zigeunermuziek bij (hoogstwaarschijnlijk even zatte) Serviërs. Een
goed jaar geleden dook hij dan eindelijk de studio in, en het
resultaat heet ‘Gulag Orkestar’.

In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, is dit album geen
coverplaat van de vergane ex-Joegoslavische glorie. De
instrumentatie stemt bijvoorbeeld niet altijd overeen met het soort
bezetting die men vaak op stereotiepe Balkanplaten terugvindt. De
percussie klinkt overdreven zuiders, hier en daar krijgen we bijna
lachwekkende synthesizers, en de klank en structuur van sommige
nummers heeft veel meer weg van Westerse popmuziek dan van de
melodieën die je in het traditionele werk terugvindt.

De opener belooft op zich weinig goeds: we worden met een
uitgerokken knoert van een mars om de oren geslagen, en dan nog een
exemplaar dat schijnbaar op halve snelheid wordt gespeeld. Hier
worden we ook meteen geconfronteerd met één van de irritante
trekjes van Condon: het concentreren van heel wat instrumenten (en
zijn eigen stem) in één (centraal) kanaal. Het gevolg is dat
sommige nummers gewoon stikken in hun eigen bezetting, iets wat
vast niet de bedoeling kan geweest zijn, en nogmaals de
vergelijking met muziek uit de Balkan in de onderbuik trapt.

Gelukkig blijft dit soort tergingen verder uit, en met
‘Prenzlaurberg’ en ‘Brandenburg’ wordt een positievere toon gezet.
Eén van de voordelen van het luisteren naar traditionele
Balkanklanken is dat je je helemaal niet hoeft te concentreren op
de tekst, aangezien de meeste mensen in deze contreien er geen moer
van begrijpen. Daarom kun je het vocale aspect eerder aanzien als
deel van de instrumentatie, iets wat ook voor Beirut geldt.
Diepgaande teksten ga je hier niet vinden, en Zach Condon heeft een
fantastische stem die we niet in diskrediet horen te brengen door
zijn irrelevante poëzie te citeren. Toonvoorbeeld hiervan:
‘Postcards from Italy’, met de hulp van segmenten trompet die
eerder aan een fijn popdeuntje doen denken dan iets anders. Dit
geldt even zeer voor ‘Mount Wroclai (Idle Days)’, waar de accordeon
ook voor de eerste keer een centrale positie mag innemen.

Met ‘Scenic World’ worden we in de wereld van de cheapskate
synthesizers gegooid; het doet me wat denken aan het afgedankte
exemplaar dat nog ergens in mijn woonkamer staat. Ironisch genoeg
is het ook dit nummer (en ‘After the Curtain Falls’, ook al met
bergen synths) dat het strakst, maar bij momenten ook wat
getelefoneerd klinkt.
Niet voorspelbaar, maar wel soms ronduit schabouwelijk, is de
percussie op ‘Gulag Orkestar’. Een tamboerijn en djembé-achtig
slaginstrument gebruiken is leuk, maar doorgaans werken ze niet zo
feilloos als je je nummers speelt alsof je ermee door de bebouwde
kom moet hossen. Gelukkig krijgen we naar het einde van dit album
toe wat meer echte drumkits te horen, maar de percussie zorgt
tijdens de beluistering alvast voor de grootste irritaties.
Nummers als ‘Bratislava’ en ‘Canals of Our City’ omvatten de ware
kracht van dit album: weinig inhoud, fijne muziek, trompetten die
doen denken aan Boban Markovic, Belgrado’s nieuwe muzikale
ambassadeur, en Zach Condon die zijn eigen toonladder
exploreert.

Mensen die denken dat ‘Gulag Orkestar’ vol stereotiepe meestampers
zit, moeten twee keer nadenken alvorens deze plaat te kopen. Het is
wel duidelijk dat Condon heel wat verschillende stijlen in zijn
plaat opneemt, en ook wat de Balkan betreft wat dieper heeft
gegraven. Tijdens zijn huidige livesets speelt hij trouwens wel een
paar klassiekers, ondermeer het fantastische ‘Ederlezi’ (vooral
bekend van Goran Bregovic).

Het is moeilijk te voorspellen waar dit project zal eindigen.
Condon heeft reeds verklaard dat zijn volgende plaat iets heel
anders wordt, dus zouden wij dit ook maar beter zien als een leuke
one-off. Een fijn debuut, met leuke hoogtepunten, alsook
enkele verschrikkingen. Voor wie zin heeft in iets nieuws kan
‘Gulag Orkestar’ vast de oplossing bieden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =