The Lake House




Twee koningskinderen kijken elkaar smachtend aan, werpen
handkusjes, maar kunnen niet bij elkander komen, want tussen hen in
lonkt een woeste rivier en het water is veel te diep (of de prins
is een mietje en heeft zijn zwembrevet nog niet behaald). Feit is
dat zowat alle romantische films verder breien op dit eenvoudige
concept: twee mensen zijn voor elkaar gemaakt, maar er zit een
obstakel in de weg waar moeilijk zomaar over te springen valt. De
twee amoureuzen doen er alles aan om bij elkaar te zijn, halen de
gekste toeren uit tot ze na zo’n anderhalf uur van zwoegen
uiteindelijk uitgeput in elkaars armen vallen en verstrengelen in
een portie melodramatisch tonggedraai. Of een liefdesdrama boeiend
is, hangt dus grotendeels af van het fungehalte van het obstakel
dat de geliefden op hun weg tegenkomen: jaloerse exen, boze
stiefmoeders, één van de twee blijkt een prostituée, Pietje de Dood
hemzelf of een dwangmatige neuroot… ‘The Lake House’ van
Alejandro Agresti schuift een originele variant op het thema naar
voren: de twee geliefden blijken niet in hetzelfde jaar te leven.
Heb je dan eindelijk je ware Willie gevonden, dan kan dit als
domper op de feestvreugde wel tellen.

Dokter Kate Forster (Sandra Bullock) leeft in 2006 en verhuist met
spijt in het hart uit het huis aan het meer waar ze zich erg thuis
voelde. Ze laat een brief voor de nieuwe huurder in de brievenbus
achter, die op de één of andere duistere manier (magic!) bij
architect Alex Wyler (Keanu Reeves), de vorige eigenaar van het
huis terechtkomt. De twee beginnen met elkaar te schrijven en
ontdekken dat er twee jaar tussen hun levens zit. Alex converseert
met haar vanuit het jaar 2004, toen hij nog in het huis woonde,
terwijl zij leeft in het jaar 2006. Via de postbus van het huis aan
het meer corresponderen ze met elkaar, zonder elkaar te kunnen
zien. Ze begrijpen niet veel van de situatie, maar leren elkaar
langzaam appreciëren en beginnen behoedzaam een
wel-héél-langeafstandsrelatie. Om het mysterie te achterhalen,
besluiten ze het lot te tarten en elkaar te ontmoeten, maar dat
blijkt zo goed als onmogelijk…

Het is geen slecht concept, zo’n LAT-relatie op termijn. Qua
frustratie op liefdesvlak kan dat wel tellen. (Je mag nog een
zwembrevet hebben, bij elkaar komen zit er gewoon niet in). Vooral
het spelen met het tijdsverschil levert mooie symbolische beelden
op, die aangeven hoe Alex tracht om over de grenzen van de tijd
heen met Kate in contact te komen. Zo haalt hij een boek terug dat
Kate op een trein in 2004 kwijt raakte en als Kate in één van haar
brieven vertelt dat ze de bomen aan het Lake House zo mist, besluit
hij (in 2004) een boom te planten voor het appartementencomplex
waar zij later zal wonen, zodat de boom al een beetje volgroeid is
als zij er haar intrek in neemt. De film wordt verteld aan de hand
van flashbacks en de brieven die ze naar elkaar schrijven – of
beter ‘vertellen’, want om het luidop lezen wat af te wisselen,
wordt er ook gewerkt met een soort van ‘conversaties’ in het ijle.
(Ze praten met elkaar, maar kijken elkaar niet in de ogen). Dat
stoort niet; regisseur Alejandro Agresti (van het aandoenlijke
‘Valentin’) brengt het verhaal zonder overdreven franjes in beeld
en weet die sobere sfeer ook heel de film aan te houden.

Maar tot hier het goede nieuws. Eén geslaagd obstakel maakt immers
nog geen goede film. Er hangt nog zo veel meer af van de uitwerking
ervan, van hoe het allemaal in beeld gebracht wordt. En daar klopt
bij ‘The Lake House’ niet alles. Er is visueel nauwelijks verschil
tussen de twee tijdslijnen, wat het verwarrend maakt voor de kijker
en scenarist David Auburn (die we kennen van ‘Proof’, die ‘A
Beautiful Mind’
-wannabe) vertelt het verhaal iets te slordig.
Ik weet niet hoe het bij de oorspronkelijke Koreaanse versie zat,
maar Auburn had gerust wat ballast kunnen schrappen van de
nevenpersonages, die eigenlijk wat in de weg lopen van de essentie.
De relatie van Alex met zijn vader (Christopher Plummer), een
beroemde architect en tevens ontwerper van het huis aan het meer,
wordt niet genoeg uitgewerkt en halfafgewerkt heeft een dialoog
over het belang van lichtinval bij architectuur ook niet veel
meerwaarde. Kates moeder die even de relatie met haar overleden man
oprakelt, het had er gerust uitgeknipt kunnen worden en ook Alex’
broer loopt er maar wat bij voor spek en bonen. Nevenpersonages
zijn natuurlijk noodzakelijk om de hoofdpersonages te kunnen
schetsen, maar hier had het verhaal eerder nood aan meer van die
gekke afstandsingrepen: waarom proberen de twee nooit eens in die
brievenbus te kruipen bijvoorbeeld of probeert Kate haar eigen
leven via haar infiltrant in 2004 beter te maken? De personages
missen wat gedrevenheid en er zijn ook teveel zaken die schorten
aan het verhaal. De time travel regels zijn namelijk wel heel vaag.
Waarom kan Alex soms wel met Kates vriendje praten en niet met haar
zelf? Als ze dan toch met twee jaar verschil leven, is het gewoon
technisch onmogelijk om elkaar ooit te zien en ook het einde is
niet helemaal juist, want opeens wordt het butterfly effect (als je
iets wijzigt in het verleden, heeft dat een effect op het heden)
straal genegeerd. Er zijn films waarin beter en overtuigender
geknoeid wordt met tijd en waarin dat toch werkte in combinatie met
een liefdesverhaal: ‘Eternal sunshine of
the spotless mind’
en zelfs ‘The
Butterfly effect’
.

Maar als je met al het voorgaande kan leven, blijft er al bij al
nog wel een aardig filmpje over. Het is duidelijk dat het accent op
het emotionele ligt en dat we vooral niet moeten proberen alles te
begrijpen. De twee ‘Speed’-acteurs komen relaxt en natuurlijk over
en vooral de (weinige) scènes waarin ze samen te zien zijn, werken.
Lang geleden dat er nog eens zo’n serene en mooie kusscène (die in
2004) in een film zat. Alleen moet Keanu Reeves echt wel wat op
zijn niezen oefenen en ook Sandra Bullock begaat zo’n basic misser:
wanneer ze uit frustratie kwaad met haar voeten op de grond stampt,
lijkt het eerder of ze een (“stamp met je voeten op de grond”)
kabouter-Plop dans aan het doen is.

Wil je gezellig wat snotteren, geen probleem: ‘The Lake House’ is
in dat opzicht als aanloop-naar-die-ene-kus film zeker geslaagd.
Mooie gesprekken tussen eenzame zielen, romantisch gezwets (One
man I can never meet. Him, I would like to give my whole heart
to.)
en een Keanu Reeves die een paar traantjes laat, dat zal
ruimschoots volstaan. Maar er had meer in gezeten, stoeien met
vadertje Tijd is een heel dankbaar onderwerp en daar wordt te
weinig van geprofiteerd. Misschien nog een remake?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 3 =