Hugo Largo :: Drum

Vroeger waren mannen nog echte mannen. Met flinke snorren en een priemende blik overzagen ze de wereld en bedwongen ze vreemde continenten. Geen jungle was te ondoordringbaar en geen berg te onbeklimbaar voor deze mannen, met echte mannennamen als Scott, Stanley en — euh — Hillary.

De hoes van Drum, met besneeuwde bergtoppen en daarboven in sierlijke letters de naam "Hugo Largo", laat een hommage aan een avontuurlijke ontdekkingsreiziger vermoeden. De waarheid is evenwel minder prozaïsch, maar daarom niet minder boeiend. Drum werd immers in 1987 een eerste keer uitgebracht, in het jaar waarin Sonic Youth de klassieker Sister aan de wereld kenbaar maakte en Pixies met Come On Pilgrim de oerschreeuw terug in zwang bracht. In een muziekwereld waar naast een obscure underground alleen commerciële en alternatieve of indie muziek bestond, klonk Drum verassend anders en vooral veel zachter.

De groep hield het hierna nog één album (Mettel) uit voor zangeres Mimi Goese solo ging. Een opmerkelijke gast is Michael Stipe, die niet alleen op enkele nummers co-producer is, maar ook van één nummer de co-auteur. R.E.M. zou evenwel pas een jaar later echt doorbreken met Green, wat Stipes inbreng misschien minder opzienbarend maar daarom niet minder intrigerend maakt. Dat Hugo Largo daarenboven beschouwd wordt als een groep die onder meer Dead Can Dance, Lush (ten tijde van Spooky) en Rachel’s beïnvloed zou hebben, blijken genoeg redenen om een heruitgave te rechtvaardigen.

Bij "Grow Wild" lijkt Carla Bozulich niet ver weg, al haalt Goese nergens het "hysterische" van Bozulich. Ze weet haar stem wel netjes tussen oude folk en bevreemde wicca-chants te plaatsen in dit nummer dat zwaar steunt op de baslijnen en slechts nu en dan een sfeervol geplaatste vioolpartij toelaat. Het pastorale "Eskimo Song" knispert hierna paradoxaal genoeg als een warm haardvuur waarbij Goese over Schotse hooglanden uitkijkt. Een nors kijkende kiltdrager mompelt binnensmonds "Ay Lass" alvorens een nieuw houtblok op het vuur te gooien.

"Fancy" van The Kinks krijgt diezelfde behandeling: Diamanda Galas heeft de hel ingeruild voor een Aards Paradijs dat verdacht veel lijkt op Tolkiens ideaalbeeld van de gouw als een lieflijke en dromerige plaats, ontdaan van elke dreiging. Stipe mag dan wel aan "Harpers" meegeschreven hebben, zijn inbreng lijkt beperkt te zijn gebleven tot loutere sfeerschepping, want de song steunt volledig op de etherische stem van Goese. Met "Scream Tall" mogen de bassen en viool weer van stal gehaald worden voor een Britse "murderballad" die tot aan de knieën in het bloed baadt.

"Country" laat iets weidsere landschappen voor het geestesoog verschijnen, maar evoceert eenzelfde dromerige sfeer als de andere nummers, waarbij vooral de stem van Goese dominerend is en de bassen als ondersteuning dienen, al weerklinkt nu en dan een hoorn. "Eureka" start haast onhoorbaar maar kiest al snel en resoluut voor een dreigende ondertoon, met een nog jonge Stipe duidelijk hoorbaar op de achtergrond. "Second Skin" herbergt de enige muzikale uitbarsting op het album en breekt hierdoor resoluut met de andere songs. Het niemendalletje "My Favourite People" huppelt tenslotte de andere songs na, met een laatste glansrol voor Goese.

Op Drums kiest Hugo Largo bewust voor een vaak pastoraal aandoende sfeer. De weidse vlaktes en groene velden van het landelijke Groot-Brittannië worden meermaals opgeroepen maar de abrupte manier waarop de meeste songs eindigen, laten een onbevredigend gevoel achter. Drums klinkt tijdloos maar dat maakt van een album nog geen klassieker, hoogstens een leuk hebbedingetje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 17 =