Onder het motto "Wees begaan met het lot van zij die het zonder laptop, Pro Tools en elektriciteit moeten stellen" haalden we dit e.p.’tje vanonder het stof, en dat had best wel wat vroeger mogen gebeuren, want het tweemansproject The Big Huge heeft met A Woven Page Of Silver Light een mooi staaltje retrofolk afgeleverd.
Dertig seconden ver in walsende opener "Will I Follow You To The Sea" moesten we even denken aan Harry Smiths legendarische Anthology Of American Folk Music. Roestige muziek met te schel en luid opgenomen gitaren en een zanger die op de achtergrond wat ligt te klagen. Tot blijkt dat het niet gaat om een gitaar maar een dulcimer, en dat de muziek van het in Baltimore gebaseerde duo, waarin ook ukulele, glockenspiel en accordeon worden gebruikt, eigenlijk veel sterker geënt is op de Britse dan op de Amerikaanse folk. Songschrijver Drew Nelson, die wordt bijgestaan door Michael Lambright, haalde de groepsnaam bij het dubbelalbum Wee Tam/Big Huge van Britse folklegendes The Incredible String Band, die samen met o.m. Fairport Convention en Pentangle een folkrevival op gang brachten in de late jaren zestig.
Dat The Big Huge ook wel eens tot de lichting new weird folk wordt gerekend, heeft waarschijnlijk te maken met een gemeenschappelijke fascinatie voor een soort van ongekunstelde, vaak kinderlijke manier van spelen die o.m. ook Vashti Bunyans opnames terug onder de aandacht bracht. Dit duo heeft echter weinig uitstaans met de grote namen uit het genre en besteedt zijn aandacht aan authentiek klinkende, contemplatieve folk die meer overeenkomsten heeft met de Richard Thompson van Henry The Human Fly dan met Devendra Banhart of Six Organs Of Admittance. De gelijkenis bestaat er misschien wel in dat er op een andere, licht psychedelische manier wordt omgesprongen met het pastorale sfeertje van het genre. De vreemde geluidsmix en dromerige structuren zorgen ervoor dat hun folk ver uit de buurt van volksfeesten en komieke danspasjes blijft.
Wél aanwezig: een drietal miniatuurtjes van rond de anderhalve minuut en een paar songs die even ongrijpbaar als tijdloos klinken. "The Ballad Of North Haywood" en "North Country" in het bijzonder zijn uitgebeend, weemoedig en verre verwanten van de rainy day folk van Nick Drake of Whip (Timesbold). De muziek lijkt ter plekke gecreëerd, vloeit mee op een natuurlijk ritme dat er niet in slaagt zich te conformeren aan het hedendaagse tempo en zet blijkbaar aan tot halfslachtige lyrische uitspraken. "A Subtle Tune" tenslotte, komt z’n belofte na door middel van gezellig getokkel en glockenspielgetengel en maakt de moerassige waas van mysterie die rond de muziek hangt compleet.
A Woven Page Of Silver Light bevat mooie songs, al gaat het om het soort muziek dat zichzelf naar de achtergrond dringt en daar wat onopvallend verder kabbelt. Het gevolg is dat je je aan het einde van de kleine twintig minuten amper nog kan herinneren wat je hebt gehoord, en het lijkt alsof je hebt zitten luisteren naar geluidsbehang met een volledig gebrek aan melodie en structuur. Een bescheiden stukje escapisme dus. Alles helpt in tijden van voetbalgekte.



