Joan As Police Woman :: Real Life

De allesbehalve alledaagse groepsnaam (naar het schijnt een
verwijzing naar een voorliefde voor verkleedpartijen) gecombineerd
met de norse blik op de coverfoto doen een cd vol chick-rock
verwachten. Niets is minder waar, want Joan Wasser is natuurlijk
beter bekend als de indie-liefhebster uit Connecticut die het
podium al mocht betreden met Antony
and The Johnsons
, Rufus
Wainwright
, Jeff Buckley en
Lou Reed. Op haar zesendertigste is ze nu, na enkele kleine,
onbekende projecten, klaar voor solowerk. Want hoewel Joan As
Police Woman een groep is, zijn alle spots toch duidelijk op Wasser
gericht. Verdiend natuurlijk, want met alle muzikale bagage die
deze dame op zak heeft, is het vreemd dat ze zo lang wachtte om uit
de schaduwzone te treden.

‘Real Life’ begint met het titelnummer, een sterke pianoballade die
wat aan Jolie Holland Holland
doet denken en meteen uitnodigt om languit te gaan liggen en je te
laten meeslepen door deze plaat. Toch kan ik mijn kritische geest
niet bedwingen: de vrees duikt op voor een reeks soortgelijke
nummers die genietbaar, maar onmogelijk te onderscheiden zijn. Deze
angst wordt echter meteen opgeheven bij het tweede nummer, ‘Eternal
Flame’ (geen paniek, niet de achtenzeventigste cover van het
gelijknamige Bangles-nummer), een midtempo song die een zweem soul
incorporeert. Wat afwisseling wordt niet geschuwd en dit levert
mooie resultaten op. ‘Christobel’ flirt met indierock en verrast
met een fijne, slepende gitaarsolo. Het catchy ‘Save me’ wordt erg
speels dankzij het betere fluisterwerk en sensuele hulpkreetjes,
die me zelfs even aan het vroege werk van Donna Summer deden
denken. Nog een geslaagd experiment is ‘I Defy’, waarop Antony even
de souldiva mag spelen. Dit nummer krijgt bovendien ook een pluim
voor de warme compositie met bijstand van de blazers. Ook afsluiter
‘We Don’t Own It’ verdient een eervolle vermelding aangezien die
het album rustig, doch con brio afsluit. De sterke gelijkenis met
Rachael Yamagata wordt bij deze dan ook vergeven. Over het geheel
valt weinig op te merken. ‘Ride’ klinkt wat vrijblijvend en
‘Flushed chest’ had een kleine lift kunnen gebruiken, maar toch
kunnen deze nummers eerder mediocre dan zwak genoemd worden en
trekken ze het niveau niet de dieperik in. Na de ep’s uit 2004 en
2005 had het full album meer dan tien songs mogen bevatten, maar
dit kon natuurlijk even goed tot overbodige opvullers geleid
hebben.

Laten we er geen doekjes om winden, ‘Real life’ is een puike
debuutplaat. De soms wat hese, maar desalniettemin volle stem van
Wasser blijft boeien en de variatie tussen de nummers onderling is
ronduit verrassend. Indie en rock gaan hier samen met een sterke
invloed van old-school soul en blues, wat de songs een warmere
klank geeft, die goed samengaat met het timbre van de vocals. De
knipoog naar het verleden resulteert niet in duffe nostalgie maar
maakt dat enkele nummers een tijdloze klasse over zich krijgen.
Hier en daar worden links met collega’s duidelijk, maar toch geeft
het album niet het gevoel het resultaat van copy/paste-werk te
zijn. Op enkele middelmatige tracks na, is dit een vlekkeloos
debuut geworden. De overgang van bandlid naar frontvrouw is
geslaagd en doet uitkijken naar meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 13 =