The Great Ecstasy of Robert Carmichael




“C’est un film très choquant!”, waarschuwt de kassierster me
nog. Nu weet ik uit ervaring dat ik er blijkbaar erg onschuldig uit
zie. Als ik in de Wok Away pikante currysaus kies, krijg ik ook een
waarschuwing naar m’n kop (“het is wel heel pikant hé, meisje”).
Dus eerst tong verbranden en dan pas geloven, is mijn motto. ‘The
Great Ecstasy of Robert Carmichael’ van nieuwkomer Thomas Clay zou
een walgelijke scène bevatten en mijn kassierster heeft spijtig
genoeg behoorlijk gelijk gekregen: het woord ‘goor’ is niet
misplaatst. Het eerste wat door mijn hoofd flitst na de film, is
dat ik mij toch eens zo’n pepperspray moet aanschaffen, want je
weet vandaag de dag nooit waartoe een mens allemaal in staat
is.

De jeugd van tegenwoordig. Ze hebben geen manieren meer, geen
waarden meer. Na ‘The Great Ecstasy of Robert Carmichael’ geloof je
het maar al te graag. In iedereen schuilt een beest, blijkbaar, en
zelfs de braafst uitziende nerd is tot extreem seksueel geweld in
staat. Elke school, elke klas heeft er wel zo eentje: een
hoogbegaafde die er gewoon nooit cool zal uitzien, een Robert
Carmichael. Een wonderkind op de cello, de beste punten van de
klas, maar hij trekt op met verkeerde vrienden. Zijn vriend Joe
(als je dat al een vriend mag noemen natuurlijk, eerder iemand die
zijn drugs aan hem doorsluist) is van school geschopt en is één van
de overlevenden van een ras dat ik uitgestorven achtte: de gabber.
Hij past perfect in het clichéplaatje: petje op, korte opbollende
jas, een wippend loopje waar duidelijk op geoefend is en genoeg
bollen in zijn broekzak om een heel leger in vervoering te brengen.
De jongens vervelen zich steendood in het saaie havenstadje waar ze
wonen en lummelen en slikken maar wat in het rond. Wanneer Joe’s
neef Larry uit de gevangenis ontslagen wordt en het groepje
vervoegt, loopt het voor het eerst uit de hand. De jongeren
belanden op het appartement van Larry’s dealer, en volledig onder
invloed van een drugscocktail moet het enige meisje in het
gezelschap het ontgelden. Ze wordt meegesleurd in een aparte kamer
waar drie jongens haar verkrachten. Een scène die heel
claustrofobisch in beeld wordt gebracht: we zien niets, we horen
enkel achter een deur het meisje hartverscheurend schreeuwen. Er
wordt uitgezoomd op de deur terwijl een dj wat oorverdovende
hardcore-muziek staat te mixen. We kunnen niet anders dan naar die
deur kijken en gruwelen. In de zetel zit een uitgetelde Robert
stoned en futloos naar beelden te kijken over de oorlog in Irak.
Niemand reageert of toont een greintje medeleven. Voor mij dé scène
uit de film, die de hele bedorven sfeer van het jongerenclubje
vastlegt.

De opbouw van de film is tergend traag; sommige scènes zijn
langgerekt en brengen in mijn ogen niet veel bij aan het verhaal
(de leraar die zijn boek probeert te verkopen bijvoorbeeld), maar
zorgen wél voor eenzelfde dreigende stemming als bij ‘Elephant’. Ook de bedrukkende klassieke
muziek van o.a. Purcell draagt bij tot de wrange smaak in je mond.
Het kwade hangt in de lucht. Je voelt of weet (door de reputatie
van de film) dat er iets gaat gebeuren en je wilt weten of je het
had zien aankomen. En dan komen de laatste tien minuten die
simpelweg walgelijk zijn. Wat begint als een spelletje, loopt
volledig uit de hand. Op dat vlak doet het een beetje denken aan
‘Funny Games’ (de spelregels? wie blijft leven, wint!) van Michael
Haneke, maar ‘The Great Ecstasy’ is nog veel minder ‘funny’, met
een eindscène die nog lang in je hoofd blijft spoken, terwijl je
die beelden eigenlijk het liefst zo snel mogelijk van je netvlies
wilt deleten.

Dé hamvraag is natuurlijk: waarom? Waarom raakt een brave jongen
als Robert in overdrive en laat hij zich in met extreem seksueel
geweld? De jongen gaat van uiterst deugdzaam naar moordenaar in één
week. Maar er is niet echt een verklaring te vinden. Hij heeft een
zorgzame moeder, een enorm talent en op de drugs kunnen we het ook
niet steken. Is het verveling, een uitzichtloze toekomst, de
rijkdom van anderen die hem de ogen uitsteekt of is het de invloed
van de Marquis de Sade-boeken die hij leest? We zullen het nooit
weten. Net zoals we nooit helemaal zullen weten wat een jongeman in
Antwerpen bezielt om een kindermeisje en een peuter af te knallen.
De verklaring die in de film zelf wordt aangereikt, was voor mij
niet echt overtuigend. De film tracht een metafoor te zijn voor de
oorlog in Irak. We zien de jongeren vaak naar beelden kijken van
Tony Blair die zijn bevolking tracht warm te maken voor een invasie
en er worden ook soortgelijke beelden tussen gemonteerd, maar de
link met de gewelduitbarsting van Robert was toch niet helder
genoeg.

Tweede vraag is waarom regisseur Thomas Clay voor deze gruwelijke
aanpak heeft gekozen. Wil hij met zijn debuut opvallen? Dat is dan
zeker gelukt. Is dit geweld gratuit of niet? Na de film barst er
tussen mijn kassierster en een vaste filmganger een discussie los.
Zijn de beelden wel echt nodig? Misschien moest hij het allemaal
niet zo expliciet tonen, de eerdere verkrachtingsscène was minder
expliciet, maar werkte toch ook? Maar zijn we anderzijds nog wel te
choqueren? Is extreem geweld niet de enige manier om ons nog wakker
te schudden?

Het risico bij zo’n film is natuurlijk dat de rest van de scènes
bijzaak worden. ‘The Great Ecstasy’ is als film helemaal niet
slecht in beeld gebracht (de beeldvoering stemt precies overeen met
het apathische, donkere karakter van de jongeren zelf), maar het is
maar één moment dat zal bijblijven: de gortige finale. De hele film
wordt gereduceerd tot een aanloop naar dat ene moment. Zonder die
laatste scène zou er wellicht niemand over de film wat te vertellen
hebben, maar ze zit er nu eenmaal in en het is toch interessanter
hierover te lullen dan of ‘The Da Vinci
Code’
nu beter is dan het boek of niet…

Moeilijk om een film als deze het juiste aantal kinderkopjes te
geven, want hoe kan je hem nu aanraden? Zelfs wanneer je de
mannelijke bevolking even beu bent en je je stelling “het zijn
allemaal zwijnen of psychopaten” wil bevestigd zien, zou ik toch
iets anders aanraden. Ik kan moeilijk zeggen dat ik ervan heb
genoten, maar op de vraag of een film als deze bestaansrecht heeft,
kan ik alleen maar volmondig ja zeggen. Maar hou toch maar je benen
gekruist tijdens de film…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =