Diversen :: Zero – A Martin Hannett Story 1977-1991

Producers: je hebt ze in alle soorten. Er is de ‘minimalist’: hij
beperkt zich tot het registreren van de livesound van een groep en
stelt zich tevreden met de vermelding ‘recorded by’ op de
hoesnota’s. Je hebt de ‘passe-partout’, die vaak al een eigen sound
heeft gecreëerd en die vervolgens toepast voor elke artiest die hij
onder handen neemt. Er is de ‘technicus’ van het dienende type, dat
zich plooit naar de wensen en grillen van de groep waarmee hij de
studio induikt en tot slot is er de ‘visionair’, de excentrieke
knoppenkunstenaar die de studio gebruikt als een volwaardig
instrument en een stijl heeft die vaak wordt beschouwd als een
genre op zich en hele generaties andere producers en
platenartiesten beïnvloedt. Phil Spector is/was er zo één, en één
van zijn grote bewonderaars heette Martin Hannett.
Na ‘Martin’ uit ’91 en ‘Here Is the Young Man’ uit ’98 krijgt deze
Hannett voor de derde keer al sinds zijn overlijden in 1991 een
eerbetoon in de vorm van een compilatie. Op ‘Zero: A Martin Hannett
Story’ staan 21 voorbeelden van zijn vakmanschap, 21 songs ook die
bewijzen dat Hannett véél méér was dan alleen maar de huisproducer
van het legendarische Factory-label en Joy Division, de groep die hij op
‘Unknown Pleasures’ voorzag van een nieuw, revolutionair (en later
veelvuldig gekopieerd) geluid, dat de sfeer van het grauwe,
postindustriële Manchester uitwasemde. Het woord ‘Story’ in de
titel is dan ook erg letterlijk op te vatten, want de 21
geselecteerde songs zijn chronologisch geordend.

Martin Hannett doet zijn intrede in de muziekwereld in 1975,
wanneer hij met enkele geestverwanten Music Force uit de grond
stampt: een collectief dat zich bezighoudt met het organiseren van
concerten, het promoten en adviseren van beginnende groepen en het
uitlenen en verhuren van instrumenten. De bedoeling is vooral
beginnende acts zo lang mogelijk uit de greep houden van de grote
platenfirma’s (schadelijk voor de autonomie en de identiteit van
die groepjes) en andere malafide figuren. Heel even is hij ook
bassist geweest in de band van zijn jeugdvriend Chris Lee, maar de
uitermate schuwe Hannett heeft snel door dat een rol achter de
schermen hem beter ligt.
Wanneer de punkgolf ook in Manchester de kop opsteekt en de eerste
bandjes hun (ruwe, ongepolijste) songs willen vastleggen voor de
eeuwigheid, ziet Hannett zijn kans schoon om zich te presenteren
als producer. De Buzzcocks, die punk als het ware
naar het noorden van Engeland brachten, zijn één van de groepen die
een duwtje in de rug krijgen van Hannett (die zich op dat moment
Martin Zero laat noemen) en Music Force. Met hen neemt hij de vier
tracks tellende e.p. ‘Spiral Scratch’ (’77) op, met daarop
ondermeer het onsterfelijke ‘Boredom’. Het plaatje wordt in alle
opzichten een succes en Hannett stampt met een plaatselijke
ondernemer het label Rabid Records uit de grond. Eveneens in deze
periode duikt hij de studio in met Slaughter & the Dogs
(een band die al langer actief is dan de Buzzcocks maar pas na het
zien van de Sex Pistols overschakelt van pubrock naar punk, hier
met ‘Cranked Up Really High’), Coronation Street-acteur Jilted
John
(echte naam Graham Fellows), dichter-performer John
Cooper Clarke
, Magazine (van ex-Buzzcock Howard Devoto)
en ex-Penetrationzangeres Pauline Murray, die voor haar
‘Dream Sequence’ wordt geruggensteund door de Invisible Girls,
zowat Hannetts ‘huisorkest’.

Interessant en relevant wordt de Hannett Story natuurlijk wanneer
in Manchester de gewiekste (en even excentrieke) mediafiguur Tony
Wilson het Factory Label opricht. Wanneer hij voor het eerst Joy
Division ziet optreden – op dat moment nog als Warsaw – is Hannett
meteen verkocht. Met Joy Division zal hij naast een heleboel
singles (hier: ‘Transmission’) de elpees ‘Unknown Pleasures’ en
‘Closer’ opnemen, maar ook na de dood van Ian Curtis blijft hij de
groep trouw. Voor New Order (vertegenwoordigd met ‘In a
Lonely Place’) laat hij zelfs de kans liggen om het debuutalbum van
U2 te producen. De samenwerking met de Ieren blijft beperkt tot hun
eerste single (’11 O’Clock Tick Tock’). Naar verluidt zat hij met
U2 in de studio toen het bericht binnenliep dat zijn
soulmate Ian Curtis was overleden.
In ruil voor zijn productiewerk krijgt Hannett een aandeel in
Factory. Hij krijgt geen gage uitbetaald, maar deelt wel in de
winst – als die er al is. Dit heeft als voordeel dat hij zich ‘op
kosten van de zaak’ de allerlaatste technologische snufjes mag
aanschaffen én gebruiken, zoals op ‘Unknown Pleasures’,
‘Electricity’ van Orchestral Manoeuvres in the Dark en ‘The
Return of the Durutti Column’ van tokkelende treurwilg Vini Reilly
(aka Durutti Column). Andere producties voor Factory op deze
plaat zijn de single ‘Nightshift’ van het Belgische (jaja!) The
Names
en ‘Friendly Fires’ van Section 25, de
beschermelingen van Ian Curtis.

De ontnuchtering volgt wanneer Hannett wordt gedumpt door New Order
en A Certain Ratio (een andere illustere Factory-band, niét op deze
compilatie). Wanneer blijkt dat zijn aandeel in Factory in feite
helemaal niks voorstelt, keert hij het ‘huis van vertrouwen’ de rug
toe. Hij sleept Tony Wilson en co zelfs voor de rechter. Hij wint
het proces uiteindelijk, en spendeert zowat al het geld aan zijn
drank- en drugsverslavingen.
Na de breuk met Factory blijft Hannett even actief. Met punkband
The Only Ones neemt hij ‘Oh Lucinda (Love Becomes a Habit)’
op, maar ook van de rock en dub van Basement 5 is hij niet
vies. Daarnaast helpt hij Psychedelic Furs aan een hit (de
oorspronkelijke versie van ‘Pretty in Pink’, uit ’81) en probeert
hij de carrière van Wasted Youth te lanceren (verloren
moeite). Legende Nico, die in het begin van de jaren ’80 in
Manchester leefde, neemt met de Invisible Girls een nieuwe
versie op van ‘All Tomorrow’s Parties’.

Wanneer ‘new pop’, ‘new romantics’ en ‘big music’ (en vooral het
ZTT-label van rechtstreekse rivaal Trevor Horn) halfweg de jaren
’80 de fakkel overnemen, verdwijnt ook Martin Hannett stilaan naar
de achtergrond. Maar wanneer Manchester enkele jaren later een
nieuwe ‘boom’ kent met groepen als Stone Roses en Happy
Mondays
is hij weer van de partij. Met het stelletje ongeregeld
rond Shaun Ryder en Bez neemt hij in 1988 (voor Factory zowaar) het
album ‘Bummed’ en megahit ‘Wrot For Luck’ op.
Het blijkt Hannetts zwanenzang te zijn. Ook Kitchen of
Destiny
en electropopgroep World of Twist weten hem in
1990 nog te strikken, maar kunnen amper geloven dat de slome,
apathische dikkerd de man was die ooit door het leven ging als de
Phil Spector van zijn generatie. Maar niet alleen als producer is
zijn rol uitgespeeld. Op 18 april 1991 wordt Martin Hannett, amper
42 jaar oud, dood aangetroffen door zijn stiefdochter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 17 =