Metallic Falcons :: Desert Doughnuts

– This is the desert. Who are you?
– I’m a friend of the desert.
– Are you my desert friend?
– I am.

Metallic Falcons slaagde erin een hype te creëren alvorens de band
een eigenlijke release kon voorleggen. Het project is namelijk de
nieuwste vrucht uit de Cocorosie-stal: frontvrouw is Sierra
Casady en zus Bianca mag deze keer het papierwerk voor haar
rekening nemen (zij is mede-oprichtster van Voodoo Eros Record’),
want voor dit project koos zuslief Matteah Baim als bondgenoot. De
eerste bronnen voorspelden een professionele U-turn omdat een zware
metalinvloed in het werk te horen zou zijn. Zo ver is het
uiteindelijk niet gekomen, maar toch zoekt Metallic Falcons andere
muzikale oorden op dan Cocorosie. De duistere maskerade op de hoes
maakt meteen duidelijk dat deze nieuwe koers grimmiger terreinen
verkent. De verwachtingen lagen hoog, maar gingen gepaard met de
vrees dat het allemaal niet meer dan een gimmick zou zijn. Opener
‘Journey’ is meteen een goede aftrap en lanceert de obscure sfeer
waarin ‘Desert Doughnuts’ ons veertien nummers lang zal
onderdompelen. Toch is ‘Airships’ het eerste nummer dat de waarde
van het project ten volle blootlegt: hierin wordt de ‘normale’
zangstem van Casady gecombineerd met een gitaarriff die alterneert
met haar ijle, klassieke gezang over een meer ingetogen passage.
Aan het einde worden al deze lagen over elkaar gemonteerd, waardoor
de song mooi openbloeit. Waar Cocorosie soms lichtjes infantiel
klinkt en dweept met spontaneïteit, is Metallic Falcons beter
afgemeten. Veel nummers vormen een constructie waarbij
verschillende lagen afgewisseld en gecombineerd worden. Grootste
troef blijkt Casady’s stem, die switcht tussen fragiele operamodus
en een lagere zangstem. Deze dichotomie werkt soms naar
contrastwerking toe, maar vaker naar harmonie: beide varianten
vullen elkaar perfect aan en gaan in sommige songs een dialoog aan.
Een mooi staaltje van vocaal talent is dan ook ‘Desert Cathedral’,
opnieuw een nummer dat vernuftig in elkaar gestoken is: er wordt
gewerkt met herhaling, maar tegelijkertijd is een opbouw aanwezig,
zodat het geheel niet repetitief maar net bezwerend gaat klinken.
De hele plaat baadt in een donkere sfeer, die een gevoel van
isolement en afscheid oproept, maar nooit vervalt in melige
pathetiek. Casady speelt dan ook geen lamenterende rol, maar weet
net een zekere sereniteit en warmte toe te voegen aan de barre
soundscapes. Als luisteraar kan je niet anders dan je laten
meesleuren door deze gitzwarte zandstorm; onder meer ‘Misty Song’
en het adembenemende ‘Barry Metal’ vervullen deze functie met
glans.

Omdat men de mosterd toch ergens moet halen, zijn soms wel
raakvlakken merkbaar met groepen als Dead Can Dance (het Lisa Gerrard-deel van hun oeuvre) en This
Mortal Coil. Deze links zijn bijvoorbeeld op ‘Disparu’ duidelijk,
maar het blijft bij een knipoog en daar valt in deze tijd van
intertekstualiteit niets tegen in te brengen. Hier en daar valt ook
een echo van Cocorosie op te merken (het duidelijkst in ‘Four
Hearts’), maar toch straalt het album genoeg karakter uit om trots
overeind te blijven. De op voorhand vernoemde metalinvloed bleef
grotendeels achterwege. In sommige tracks (‘Airships’, ‘Snakes and
Tea’) duikt een wat zwaarder gitaargeluid op, maar daar blijft het
bij. Hoewel een plaat als deze ingaat tegen enige categorisering,
kan ze misschien nog het best als zweverige gothic folk bestempeld
worden. Hoe de combinatie ook genoemd wordt, er bestaat geen
twijfel over dat ze werkt. Zo moet de kring bevriende musici ook
gedacht hebben, want doorheen ‘Desert Doughnuts’ maken
verschillende collega’s hun opwachting. Zo passeren onder meer Jana
Hunter, Devendra Banhart, Greg
Rogrove (Tarantula A.D.) en Antony (die met verve wat extra tragiek
aan ‘Nighttime and Morning’ toevoegt) de revue.

Al na één luisterbeurt smelten de vooroordelen tegenover Metallic
Falcons weg als sneeuw voor de zon en worden alle verwachtingen
overtroffen: de lat ligt verbluffend hoog op deze eersteling. De
combinatie van de klassiek getrainde stem en de duistere
soundscapes werkt ronduit bedwelmend. ‘Desert Doughnuts’ bevat niet
gewoon enkele hoogtepunten, vrijwel elk nummer stevent af op een
eigen apotheose. Bovendien toont Metallic Falcons aan dat
originaliteit dan toch een wezenlijk kenmerk van de Casady-clan is.
Na Noah’s Ark, de tweede
Cocorosie-plaat, die soms net iets te sterk de lijn van het debuut
volgde, was enig bewijs daarvan welkom. Een sterk staaltje
vakmanschap!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =