The Dead 60’s :: The Dead 60’s

Rood is de kleur van bloed, gevaar en revolutie. Het knalrood op de hoes van de debuutplaat van The Dead 60’s is dan ook niet toevallig gekozen. De groep spiegelt zich aan The Clash en wil al rockend de Britten en de wereld een geweten schoppen. De ballen hebben ze al, nu nog goeie rock-’n-roll om hun gedachten kracht bij te zetten.

Met The Dead 60’s heeft de Britse muziekpers er weer een MySpace-hype bij. De vier youngsters uit Zuid-Liverpool creëerden eerst veel fuzz op het internet, zoals dat tegenwoordig hoort, vooraleer platenfirma’s interesse toonden. Volledig in de stijl van Bloc Party, Hard-Fi en andere jong grut uit de Britse scène knipogen ze heel vet naar rocklegendes uit het verleden, zoals The Clash, Gang Of Four en in het geval van The Dead 60’s ook skagroep The Specials.

"The Dead 60’s klinken niet als de andere groepen uit Liverpool", vermeldt de bio op de website. Hoe dat dan mag zijn, zeggen ze er niet bij. The Dead 60’s klinken alleszins wél zoals the Clash. Een beetje té zelfs. De lads wisselen rebellerende rock af met dub en ska. En de teksten? In goeie ouwe Clash-traditie gaan die over de revolutie, wapens en de corrupte gevestigde waarden. De Casbah is bij The Dead 60’s nooit veraf.

"Riot Radio" is het nummer waar het allemaal mee begon. Deze ’single of the week’ in menig Brits muziekblad is een dikke twee minuten onversneden rock-’n-roll die bouwt op een verdomd catchy gitaardeuntje. We voelen niet meteen de drang om te gaan rebelleren tegen de gevestigde waarden, maar dansen en uit de bol gaan zit er dik in. Ook het korte maar krachtige "A Different Age" en "Just Another Love Song" tappen uit hetzelfde vaatje. Leuke, no-nonsense rock die de laatste tijd aan de andere kant van de Noordzee aan de bomen lijkt te groeien.

Jammer genoeg weten The Dead 60’s geen plaat lang te overtuigen. De ska-nummers zijn duidelijk niet het ding van de Britten en overstijgen de middelmaat niet. "Train To Nowhere", "Red Light", "Control This" … stuk voor stuk slagen ze er niet in te boeien. Helemaal fout loopt het op het instrumentale "Soul Survivor", dat de prijs wegkaapt voor flauwste woordspeling. Enkel tweede single "Ghostfaced Killer", een opvallend vrolijk deuntje, kunnen we nog met een onderscheiding bekronen. Misschien is het omdat The Dead 60’s voor één keer de sérieux van zich af werpen.

Komt er dan nog bij dat de sfeer van seventiesachtige rebellie die het viertal ophangt nooit geloofwaardig overkomt. Om de haverklap samplen The Dead 60’s loeiende sirenes om aan te tonen hoe rebels ze wel zijn. Het lijkt verdacht veel op een slim marketingtrucje.

Laat uw hoofd niet op hol brengen door de muziekpers die graag hoofden op hol brengt: deze Dead 60’s zijn op hun best leuk en entertainend, maar om hier nu de nieuwe Clash van te maken? Daar passen wij voor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 13 =