Cecilia:Eyes :: Echoes From The Attic

In vervlogen tijden — is het werkelijk alweer zo lang geleden? — wou de VRT nog haar steentje bijdragen tot het Belgisch gevoel. Elke zondag voor het middagjournaal startte, werd de kijker getrakteerd op een blik over de taalgrens en wat onze Waalse vrienden zoal bezighield. O tempore non suspecto: heden ten dage geraken we niet verder dan opmerkingen over een corrupte PS-staat.

Tot de best gekende Waalse culturo’s behoren nog steeds de gebroeders Dardenne en Benoît Poelvoorde, maar onderhuids roert zich op muzikaal vlak al veel langer iets. Na de releases van Pillow (Henegouwen), Sweek (Namen) en het uitstekende Some Tweetlove (Luik) is het opnieuw de beurt aan een Henegouwse groep om de Waalse postrock op de kaart te zetten. Maar Cecilia :: Eyes treedt net zoals de meeste van haar collega’s nog iets te veel in de voetsporen van de grote voorbeelden om een blijvende indruk te na te laten.

Het is namelijk een oud zeer — ook aan Vlaamse zijde — dat vooral postrockgroepen zich moeilijk kunnen loswrikken van hun voorbeelden om een eigen stem te vinden. Dit “gebrek” aan originaliteit wordt echter steevast gepareerd door een degelijk vakmanschap dat criticasters alvast ten dele de mond snoert, terwijl de groep verder timmert aan een eigen geluid en een eigen smoel. Ook Echoes From The Attic blijft in de eerste plaats een vingeroefening die doet verlangen naar meer.

Toch start het album veelbelovend met “My Clothes Don’t Fit Me Anymore”, dat een nukkig ritme met een hoog rock-’n-rollgehalte koppelt aan enkele epische gitaaruithalen. Helaas wordt het met “Goodbye The Sky” al iets moeilijker om een voor de hand liggende vergelijking niet te maken. Het gitaargepriegel waarmee de song afgetrapt wordt, is al te vaak gebruikt om nog te imponeren. De ritmesectie houdt manmoedig stand en hier en daar valt een knap intermezzo te horen, maar “Goodbye The Sky” blijft niet meer dan een geslaagde imitatie.

Gelukkig tracht “Play” het roer terug om te gooien, — een op dreef zijnde ritmesectie werkt op eenzelfde elan verder, maar de gitaren blijven roet in het eten gooien. De gitaren worden met een trefzeker vakmanschap gestreeld, maar blijven tegen beter weten in bij een overheersende ijle klank zweren, zelfs al worden er op de achtergrond wel degelijk interessantere gitaarmelodieën gesmeed. Ook “One Million Whales” strandt roemloos op de kust van de goede bedoelingen. Een interessante aanzet verdwaalt in te clichématige wateren om op te vallen.

”The Airscrew/ Parts 1 & 2” wordt in twee verschillende versies aan de man gebracht. Bij de eerste, instrumentale versie blijft het schoentje op dezelfde plekken knellen — het wandelen gaat, al blijft het moeizaam stappen. In “The Airscrew part 1 &2 (Cecilia:Eyes vs Johanne Lovera)” wordt de song middels vocalen in een ander kleedje gestopt. De fraaie opsmuk verbergt helaas niet het struikelblok dat ons al een album lang voor de voeten liep. Enkele andere kleine kunstgrepen én wat meer kritische zin hadden van Echoes From The Attic een veel indrukwekkender album kunnen maken.

Cecilia:Eyes teert met dit debuut zwaar op het ambachtelijke kunnen en veel minder op inventiviteit en vernieuwing. Wil de groep zich onderscheiden van andere postrockgroepen, dan zal zij veel meer een eigen identiteit moeten en durven ontwikkelen. Nu blijft Echoes From The Attic steken in een set van technisch goed uitgevoerde maar nergens echt vernieuwende songs. De schoolfrik in ons noteert dat het niet zozeer een kwestie van niet kunnen als wel een kwestie van niet willen is. Een voldoende halen is geen schande, maar een onderscheiding had binnen de mogelijkheden gelegen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − twaalf =