Zool. :: Vadem

De zool is de basis. Het is de fundamentele ondersteuning van de
mens, zowel in figuurlijke als in letterlijke zin. De zool van de
muziekminnende mens om de Dodentocht van het leven te bewandelen,
zijn verfijnde, subtiele plaatjes die als bakens oplichten in de
zee van inhoudsloosheid en platitudes. Gedurende de laatste dagen
is ‘Vadem’, het volwaardige debuut van Zool, onze steun in
moeilijke dagen. Zool. aka Gerry Vergult speelde vroeger bas bij
Aroma di Amore, de cultband die uitblonk in experimentele new wave.
Vergult, die ook af en toe bij Daan speelt, geraakte echter meer en
meer gefascineerd door drumcomputers en laptops. Zijn voorliefde
voor zinnenprikkelende, uitgepuurde elektronica heeft met deze
plaat een voorlopig hoogtepunt bereikt. Als de Vlaamse Kieran Hebden laat Zool. kille,
industriële en onbestemde elektronische klanken zich verweven met
organische geluiden om zo een fleecedekentje over de luisteraar te
draperen dat de aardse dreiging net niet weet tegen te
houden.

Zelden een hoes gezien die de sfeer van een plaat zo treffend weet
te verbeelden. Op de voorgrond van ‘Vadem’ heerst de natuurlijke,
idealistische pracht, terwijl de aardse beslommeringen als een kil
en duister Mordor in de verte opdoemen. Hoewel de elektronica van
Zool. duidelijke verwantschappen vertoont met Boards of Canada, is
de sfeer op ‘Vadem’ behoorlijk verschillend van die op de laatste
BOC-plaat, The Campfire
Headphase
. De elektronische wolkjes van Vergult laten slechts
af en toe de zon door en kondigen vaak een druilerige regendag aan.
Luister maar naar de onbestemde klanken in ‘Blistered’, waarin
krakerige beats en piepende geluiden ons hoofd boven water houden
in de stroom van dreigende elektronische geluiden. Met het
prachtige ‘Chomsky’ ben je als luisteraar al gauw meegesleurd in
het ondergrondse, waar druppels van de rioolbuizen op de grond
plenzen en tippelende rattenpootjes in de verte weerklinken. Door
de erg zuivere klanken die van alle kanten op je af lijken te
komen, zorgt dit nummer voor een erg ambigue ervaring. Het klinkt
onbekend en licht dreigend, maar toch vertrouwd en lieflijk.
Wanneer de live-drums invallen, ben je al helemaal op je gemak in
de wondere elektronicawereld van Zool.

Referentiefetisjisten hebben een makkelijke kluif aan ‘Vadem’. Zool
zou perfect thuishoren in de Morr Music-stal, naast de knisperende
elektronische dromen van múm of
de indietronics van Styrofoam.
Ook tussen Warp-artiesten zou Vergult zich wel op zijn gemak
voelen, hoewel Zool. wel steeds vertrekt van een duidelijke,
transparante structuur. Squarepusher-chaos vind je op deze plaat
niet terug. De nummers deden ons wel af en toe denken aan Aphex Twin in een ritmische, melodieuze
bui. Het titelnummer van ‘Vadem’ had bijvoorbeeld zo op het
‘Richard D. James album’ kunnen staan. De verschillende stroompjes
van synths, elektronica en cello’s vinden elkaar in een
gemeenschappelijke rivier van traag vloeiende melancholie. Waar op
verschillende nummers de heterogeniteit van the salad bowl heerst,
krijg je hier een melting pot van meeslepende weemoed.

In andere nummers is de vergelijking met ‘Rounds’ van Four Tet dan
weer snel gemaakt. In ‘Elysian’ bijvoorbeeld, waar rustige
gitaarklanken een web vormen met subtiele elektronische effecten,
ruisende beats en een korte, melodieuze synth. ‘Museum’ vertrekt
vanuit een gelijkaardig principe, maar dan met banjo, metaalachtige
beats en een sterk bewerkte zangpartij. Zool kijkt verder dan zijn
computerscherm groot is en gelukkig maar. Het is deze harmonische
symbiose tussen kil en warm, tussen digitaal en analoog, tussen
elektronisch en organisch die voor de sterke aantrekkingskracht van
‘Vadem’ zorgt. Op het wat saaie ‘Glisten’ na, zijn er dan ook
weinig tegenvallers op deze plaat te vinden. Zool.s
elektronica-riviertjes vloeien gestadig verder en hoewel er weinig
scherpe bochten te noteren vallen, boeten ze nergens aan
subtiliteit en betovering in.

Een kleine verzuchting: op het Belgisch-Duitse Dictaphone na is de
braakliggende grond tussen jazz en elektronica in onze contreien
nog niet voldoende omgewoeld. Op basis van ‘Vadem’ lijkt Gerry
Vergult de geschikte man om te doen waar Kieran Hebden en Steve
Reid maar half in slaagden, namelijk jazz en elektronica elkaar
laten ontmoeten op een bevreemdend, maar oorstrelend kruispunt.
‘Vadem’ laat alvast het beste verhopen voor de toekomst. De
ondersteunende, muzikale zool van Vergult is er één om in de gaten
te houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × een =