Hoodwinked




En de prijs voor drukste film van het jaar gaat naar ‘Hoodwinked’,
een nieuwe CGI-animatiefilm (alwéér een), waarin het sprookje
‘Roodkapje’ op de korrel wordt genomen. Geschreeuw, gegil, gegier,
gegiechel en gezang op de gekste momenten vormen een frontale
aanval op uw trommelvliezen die tijdens de gehele speelduur van 80
minuten geen moment ophoudt. Er zijn rockfestivals die zo’n volume
nog niet veroorzaken. Er zijn oorlogen die minder chaotisch
verlopen dan deze film.

De opzet lijkt nochtans wel geinig. In het grote sprookjesbos is
een mysterieuze dief aan het werk die er zich in specialiseert
geheime recepten te stelen. Roodkapje’s oma is zowat de laatste
inwoner van het bos die nog niet is overvallen. In de stijl van
‘Rashomon’ krijgen we vervolgens
vier versies te zien van het bekende sprookje: Roodkapje zelf (stem
van Anne Hathaway) vertelt hoe ze onderweg was naar haar
grootmoeder, maar achterna werd gezeten door een onsympathieke
wolf, die dan waarschijnlijk ook wel meteen de receptendief zal
zijn. De wolf zelf (Patrick Warburton) beweert een
onderzoeksjournalist te zijn die zelf achter de dief aanzit en
Roodkapje verdenkt. Een houthakker (Jim Belushi) raakt er toevallig
bij betrokken en de oma van Roodkapje (Glenn Close) blijkt
verslaafd te zijn aan extreme sports.

Voor een kinderfilm is dat een ambitieuze vertelstructuur: we
beginnen aan het einde van het verhaal, met de politie die het
huisje van grootmoeder binnenvalt en daar een vastgebonden oma, een
wolf in drag, een hysterische houthakker en een krijsende Roodkapje
aantreft. Vervolgens doen alle personages hun verhaal, wat dus wil
zeggen dat we vier keer terugkeren naar het begin en complementaire
versies te zien krijgen van dezelfde gebeurtenissen. Dit is bij
mijn weten de eerste keer dat een Amerikaanse mainstream
animatiefilm het aandurft om een non-lineaire structuur te
gebruiken, en hoewel je dat soort experimentjes eigenlijk moet
aanmoedigen, vrees ik dat dit voor kleine kinderen wel eens te
ingewikkeld zou kunnen blijken. Vooral ook omdat de klassieke
versie van het sprookje natuurlijk te simplistisch is om op deze
manier te kunnen vertellen: om de ‘Rashomon’-structuur te doen werken, hebben
de makers er vanalles bijgesleurd. Heel het gegeven van de
receptendief is uiteraard nieuw. De houthakker is eigenlijk een
mislukte acteur, die van armoe rondrijdt met een busje van waaruit
hij schnitzels verkoopt. En oma is weinig minder dan de Vin Diesel
onder de oude dametjes (Triple G), die snowboardt en
parachutespringt alsof ze nooit anders gedaan heeft. Het sprookje
‘Roodkapje’ wordt overladen met nieuwe elementen, en dat chaotische
verhaal, dat alle kanten tegelijk uitgaat, wordt vervolgens op vier
verschillende manieren verteld. Begin dàt eens uit te leggen aan
een zesjarige.

Er zitten leuke ideeën in ‘Hoodwinked’, daar niet van: het
schnitzelliedje is geweldig en Patrick Warburton maakt van de wolf
een heerlijk cool personage. Maar die geïnspireerde momentjes gaan
totaal verloren in de hysterie van het geheel. Bovendien lijdt de
film aan dezelfde ziekte die veel van het CGI-aanbod van de laatste
twee jaar plaagt. In navolging van ‘Shrek’ zijn animatiefilmers er voornamelijk
op uit om toch maar zo hip en up to date mogelijk te zijn.
‘Shrek’ was scherp, snel en
onsentimenteel, en in die trant wil men nu verdergaan. Fair enough,
maar in de praktijk betekent dat vaak dat alles behàlve die hippe
grappen overboord worden gegooid. We krijgen geen tijd om de
personages te leren kennen, we krijgen geen emotionele
betrokkenheid en uiteindelijk krijgen we zelfs geen verhaal als
dusdanig. Het enige dat we wél krijgen, is de ene snelle grap na de
andere. ‘Shrek’ had die snelle
grappen, ja, maar hij had ook een sterke verhaallijn en figuren die
ons iets konden schelen.

‘Hoodwinked’ duurt nauwelijks een uur en twintig minuten, maar
lijkt veel langer, wat ook weer een structureel probleem met de
film is: nadat we de vier verhalen hebben gehoord en de ‘Rashomon’-opzet van de film dus ten einde
is, gaan de makers nog eens een klein half uur dóór met hun
verhaal. Ze slepen er nog een hele derde akte bij, die eigenlijk
als een veel te lang uitgesponnen epiloog achter het verhaal
aanbengelt. ‘Hoodwinked’ eindigt en eindigt en eindigt maar – ik
zat nog te kijken naar de naam Peter Jackson op de
aftiteling.

Bovendien is dit de eerste low budget-CGI animatiefilm, en dat merk
je. De personages lijken eerder karikaturen dan volwaardige figuren
en de achtergronden zijn al bij al maar weinig vindingrijk. Niet
dat dit de doodsteek voor de film betekent: het slordig opgebouwde
verhaaltje en het ondraaglijk hectische tempo is daar
verantwoordelijk voor.

Ik zit te wachten op een tijd dat de Amerikanen zullen inzien dat
je animatie niet enkel hoeft te gebruiken als kinderentertainment
of postmoderne “kijk-eens-hoe-hip-wij-zijn” moppentrommel. Het
medium staat zoveel toe, waarom zou je daar geen gebruik van maken?
Een CGI actiefilm of zelfs een ernstig CGI drama, waarom niet?
‘Hoodwinked’ is een perfecte illustratie van het doodlopend steegje
waarin de Amerikaanse animatie momenteel verzeild is geraakt: wij
willen grappig zijn, wij willen bij de tijd zijn en al de rest
(inclusief scenario, personageuitdieping en bekwame regie) moet dan
maar wijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + elf =