Enablers :: Output Negative Space

Net als u houden we op gezette tijden van een goeie brok literatuur of een lap muziek. Zelfs voor de combinatie van de twee zijn we te vinden, zolang het maar geloofwaardig blijft en met stijl gebeurt. Het kwartet Enablers slaagt daar op zijn tweede album verdomd goed in.

Terwijl Bob Dylan en Lou Reed al enige tijd worden beschouwd als artiesten die hun metier overstijgen, en terwijl zij zelfs goed genoeg bevonden worden voor academisch gepalaver, zijn er ook heel wat artiesten in de tegengestelde richting te werk gegaan. Leonard Cohen was zo’n dichter die zich al snel onderdompelde in de rockcultuur, en doorheen de voorbije decennia zijn er nog heel wat auteurs opgestaan die multidisciplinair scoorden. Vaak heeft dit echter iets gratuits, lijkt het een verdacht hippe poging uit te pakken met overmoed, soms met desastreuze gevolgen (koppel een dichter aan een DJ, bijvoorbeeld). Maar het wil ook wel eens lukken: gevestigd dichter Saul Williams kwam al op de proppen met twee avontuurlijke hiphopalbums, David Berman van the Silver Jews is gerespecteerd in meerdere kringen, en ook Output Negative Space is onder de leiding van undergrounddichter Pete Simonelli een album geworden dat spannend is, niet alleen als muzikale ervaring, maar ook als poëtische aanslag. De teksten krijgt u er gelukkig bij.

De gitaren van veteranen Kevin Thomson en Joe Goldring en het drumwerk van Joe Byrnes staan ten dienste van de narratieve poëzie van Simonelli — in zekere mate gaat het natuurlijk ook om een wisselwerking — maar zelfs als instrumentale release zou dit straf spul zijn. Strakke, donkere en intense postpunk, die niet enkel doet denken aan Spiderland van Slint, de betere Sonic Youth en een gespierder Television, maar ook de Chicago-school van Steve Albini en de filmische aanpak van sommige postrockbands. Het is een geheel dat de traditionele aanpak aan z’n laars lapt — geen proper strofe/refreingedoe — en in de plaats daarvan een sonisch palet creëert dat zowel intuïtief als doelgericht aanvoelt. Daarover declameert Simonelli dan teksten met een gortdroog timbre en een cool die we het laatst hoorden als voice-over bij een klassieke film noir.

De zanger, naar verluidt ook een ontzagwekkend podiumbeest, slaagt erin de muziek nog spannender te maken, ondanks een woordenvloed die ettelijke luisterbeurten nodig heeft om ten volle geapprecieerd (we hebben het niet eens over ’begrepen’) te worden. Kronkelende zinsstructuren, een waaier aan stijlfiguren en een imposant gevoel voor ritme zorgen ervoor dat de verhalen met hun referenties aan o.m. nachtelijke avonturen, seksualiteit en muziek baden in een haast voluptueuze sensualiteit. Het best komt dit tot zijn recht als de muziek eveneens opbouwt naar donderende climaxen. Net als de acht andere nummers gaat "On Monk" ingehouden, jazzy en dromerig van start, maar bloeit het halverwege plots open met gestaag intensifiërende gitaarspiralen en met chirurgische precisie uitgevoerde breaks, om tenslotte te eindigen bij een massieve muur van geluid. Even goed: het beknopte "Mediterranean" met z’n spastische jazz-punkexplosies, de gecontroleerde woestheid van "For Jack: A Philippic", en het aan postrock verwante "Sudden Inspection".

Niet alles op Output Negative Space is even geslaagd: zo komt er een einde aan "1939" voor het echt op gang is gekomen, en lijkt "Ghosting" wat richtingloos. Daar komt natuurlijk ook nog eens bij dat dit nu eenmaal niet het soort album is dat qua melodieën veel te bieden heeft of dat het uitnodigt tot meebrullen (we trakteren u op een dichtbundel naar keuze als u Simonelli’s parlando een minuutje kan bijbenen). Het blijft een halfuurtje dat meer op het hoofd dan op de buik mikt en bijgevolg vraagt om honderd procent aandacht. Maar dat is natuurlijk peanuts als u uw literatuurminnende vrienden ervan kan overtuigen dat zopas u de beatnikste plaat van het jaar in huis gehaald heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 4 =