Viva Velinx :: 15 april 2006, Velinx

Viva Velinx rijdt al tien jaar, als een betere dieselmotor, het drukke festivalseizoen op gang. Ooit zagen wij er Wayne Kramer, gitarist van het roemruchte sixties-noisecombo MC5, zich de ziel uit het lijf spelen. Ook dit jaar twijfelde de affiche tussen melodieuze noiserock, bitsige soulfunk, modieuze teringherrie en akoestische luisterpareltjes.

Dat begon al met het Canadese The Organ. Grab That Gun, hun debuutplaat klinkt heel eighties, aldus het persdossier. Een understatement dat kan tellen. Met je ogen dicht waande je je immers op een concert van niemand minder dan The Smiths, de legendarische Britse band die voor iedere verwarde tiener in de jaren tachtig de soundtrack van zijn pubertijd inluidde. Zangeres Katie Sketch klonk als een kruising tussen Morrisey en –ook een referentie die kan tellen- Kristin Hersh van The Throwing Muses, terwijl de gitariste een vrouwelijke cloon leek van Johnny Marr. Wij sloten de ogen en waanden ons veertig minuten in de jaren tachtig. Sterke opener.

Iets Belgisch dan, Neeka bijvoorbeeld. Brak met haar tweede CD, Candy Comfort, heel wat potten. Beviel vervolgens in 2006 van een wolk van een zoon én van een derde plaat, Women Wonderland. Een twijfelgeval, aldus (mvs). Overgelukkig, tot op het genante af, songmateriaal: knap barok instrumentarium. Wij benieuwd of Ilse Goovaerts in Tongeren een heus kerkorgel het podium op ging sleuren. Neen dus.

Wel een uitstekende begeleidingsband, waar wij o.a. de prima gitarist van Yevgueni in herkenden. Neeka’s set vormde een perfecte balans tussen folky, akoestische fluisterliedjes, een beetje à la Mojave 3, en meer rockende nummers waarin de band, nog steeds akoestisch, kon op loos gaan. Hoogtepunten? "Candy Comfort", de single "More than you" en de perfecte samenzang tussen La Goovaerts en haar bloedmooie achtergrondzangeres in "Will you cover me". Mooi als duizend madeliefjes.

Ieder beetje popliefhebber had al weken uitgekeken naar het concert van John Parish & Band. Parish, producer van fijne dames als PJ Harvey en ronduit schitterende groepjes als Eels, Giant Sand, Sparklehorse, Bettie Serveert en 16 Horsepower, nam voor het eerst in 15 jaar terug zelf plaats achter de microfoon. Bij zo’n indrukwekkend cv denk je aan rock met een randje, alternatieve country die je koude rillingen bezorgt. Niets van dit alles. Parish en z’n maten serveerden slaapverwekkende, smakeloze, kleurloze, eentonige eenheidsworst die een prima alternatief biedt voor valium. Als u het ons vraagt: meest teleurstellende concert van het jaar.

Tijd voor een regelrecht buitenbeentje. Het Hongaarse wonderkind Yonderboi leverde met Splendid Isolation een plaat af die het midden houdt tussen Hongaarse jazz, fifties filmmuziek en symfonische pop. Live swingde deze formatie als de beesten. Prima drummer –die tegenritmes!-, funky gitarist, een waterval van geluidjes uit de laptop en dat typische orgeltje van The Doors op synthesizer. Het concert begon wat in mineur –niemand zat echt te wachten op een zoveelste cover van "Riders on the storm" van the Doors.

Echter, als een roos die zich openvouwt, bouwden de heren gestaag naar een climax. Dit was experimentele pop met een randje Balkan, maar tegelijk was dit zoveel meer. Op de strafste momenten dachten wij terug aan hoe Asian Dub Foundation, nog zo’n eclectische mix van alles en nog wat, de tent van Dour ’98 in lichterlaaie zetten. Zover kwam het niet in de Velinx maar toch: die idioot grijnzende, vingerknippende dertiger vooraan waren wij…

"Eerste concert van Lalalover op Limburgse bodem." prijkte er op de concertflyer. Nochtans maakte Tom Kestens, in een vorig leven toetsenist bij Das Pop, met Heliotropic een van de betere debuten van 2005. Saillant detail: Kestens nam de plaat op in het Spaanse Ronda, in dezelfde studio waar dEUS The Ideal Crashinblikte.

Live hield Lalalover het midden tussen diepe soul en groovy funkjazz. Dansbaar, zeker, maar ook aangenaam vertier voor de oren. Twee namen van op het eerste zicht terminaal onhippe muzikanten schoten ons te binnen: Stevie Wonder en –hou u vast aan uw grootmoeders bretellen- Kool and the Gang. Het mag een verdienste heten als je die invloeden kan ombuigen tot een sound die er bij een veeleisend publiek ingaat als zoete broodjes. Klasse!

Tijd voor een optreden waar wij ons meer op hadden verheugd dan een ezel die zich, na drie dagen vasten, verlekkert op een wortel. Dear Leader, de nieuwe band rond Aaron Perrino, ex-zanger van het magistrale The Sheila Divine, leverde met All I Ever Wanted Was Tonight een bij momenten briljante popplaat af. The missing link tussen het ter ziele gegane Buffalo Tom en The Foo Fighters, zo zou je hen kunnen omschrijven.

Live baadde het combo in een stevige prikkeldraadsound. Hevige distortiongitaren boden een perfect tegengewicht voor het machtige strottenhoofd van Aaron Perrino, een stem waar je kathedralen op kan bouwen. Bovenal speelde de groep de ene na de andere perfecte popsong, zacht krijsende juweeltjes die zich met weerhaakjes in je hoofd nestelden. Toen Perrino ook nog eens solo en op semi-akoestische gitaar enkele oude nummers bracht, kon ons geluk niet meer op. Wat ons betreft speelden deze Amerikanen hét concert van Viva Velinx 2006. Geef de mannen een plaats op Pukkelpop of Dour! En snel!

Veel volk op de been voor Millionaire. De groep rond ex-Evil Superstar Tim Vanhaemel heeft met Paradisiac een volgens de rest van de mensheid superieure popplaat afgeleverd. Wij daarentegen zijn er nog minder van onder de indruk dan de jaarlijkse kerstboodschap van Koning Albert. Yep, soms is het eenzaam roeien in de woestijn.

Dat belet echter niet dat wij het optreden van de jonge wolven bij tijd en wijle briljant vonden. Vanhaemel en de zijnen gaven zich voor 110 procent, hielden de distortionpedaaltjes constant ingedrukt en speelden het soort modieuze teringherrie die het hippe deel van de mensheid het equivalent van een orgasme bezorgt. Sterk maar vermoeiend.

Viva Velinx 2006 bood, net als elk jaar, een gevarieerd programma. Jammer dat er, zoals in de beginjaren, geen concerten meer doorgaan in de mooie cafetaria. Daar staat tegenover dat het festival groepen programmeert die met chirurgische precisie twijfelen tussen bekend en vernieuwend. Anders gezegd: Viva Velinx is een festival waar je mooie ontdekkingen kan opdoen. Een pluim tenslotte voor het publiek, dat zich en masse niets aantrok van het rookverbod en, zoals dat hoort bij het betere concert, rustig een sigaret opstak. Benieuwd hoe de affiche er volgend jaar uitziet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − drie =