Jeffrey Foucault :: 21 april 2006, Toogenblik (Haaren)

Een defect GPS-systeem zorgde ervoor dat Foucault en speelkameraad Eric Heywood miniatuurclub Toogenblik pas bereikten toen deze al half was volgelopen. Het zette echter geen domper op het gemoed van de singer/songwriter, noch op dat van het kleine publiek (groot in het consumeren van zware bieren), dat getrakteerd werd op ruim twee uur pure klasse.

Even zag het er dus naar uit dat Foucaults eerste verblijf in België in het zwart aangekruist zou worden in ’s mans dagboek. Heywood (beter bekend als begeleider van o.m. Richard Buckner en Son Volt) mocht tijdens de soundcheck al een snaar vervangen, de zanger na twee nummers. Vanaf dan liep het wél allemaal vlotjes en de drie of vier dozijn aanwezigen kregen het ene pareltje na het andere te verwerken. Het duo ging van start met het tweeluik "Ghost Repeater" en "Americans in Corduroy" en alles zat meteen zoals het hoort: de huilende pedal steel van Heywood deed tijdens het openingsnummer de accordeon van het origineel vergeten, terwijl zijn spaarzame gitaarbijdragen tijdens de tweede song nagenoeg perfect de etherische albumsfeer en het spel van Bo Ramsey opriepen. Foucault was goed bij stem en kreeg uitgebreid de kans om te tonen dat hij naast een begenadigd zanger en schrijver ook een prima gitarist is.

Naast eigen nummers kwamen er ook enkele covers aan bod, en bij de eerste was het meteen prijs: hun versie van Dylans "Blind Willie McTell" bevatte een zinderende intensiteit die het optreden nog enkele keren zou kleuren. Ook geslaagd was "Mexican Home" van John Prine, de man op wiens debuutalbum (u had ’m al lang in huis moeten hebben!) Foucault gitaar leerde spelen. Het nummer was ook de aanleiding tot enkele amusante anecdotes over het grote voorbeeld (’spandex’ en ’hot dog’ waren de sleutelwoorden, maak ervan wat u wil). Hoewel hij nooit lang uitweidde, gaf Foucault hier en daar wel wat extra informatie, o.m. over hoe het nummer "Pearl Handled Pistol" ontstond na het lezen van een boek over Sitting Bull, of hoe een halfgeslaagde huwelijksreis de inspiratie vormde voor het walsende "Tall Grass In Old Virginny". Americana, waar kleine tegenslagen en triomfen hand in hand gaan.

Ouder materiaal kwam ook aan bod: zo passeerden Townes Van Zandt-tribuut "Miles From The Lightning" (van het debuut) en een handvol nummers van z’n vorige album — Stripping Cane — de revue. De set was echter opgebouwd rond het pas verschenen Ghost Repeater, dat er integraal werd doorgejaagd. Doordat de elf nummers op het album sowieso al gevrijwaard zijn van overdadige instrumentatie en studiotruukjes die live niet te recreëren vallen, sloten de liveversies er naadloos bij aan. Hoogtepunten waren de vanuit de heup gespeelde blues "Wild Waste And Welter", het breekbare "One Part Love", dat door Heywoods virtuoze begeleiding naar een weergaloos niveau werd getild; alsook de door merg en been gaande folk van "I Dream An Old Lover", en het luchtiger "City Flower", dat de hoofden op en neer wist te bewegen.

Dat Foucault en de minzaam glimlachende Heywood indruk wisten te maken met hun relaxte optreden en dito verschijning was af te leiden aan de gezichten die gloeiden van waardering, en het aantal CDs dat achteraf van de hand ging. Het meest verbazingwekkende was echter dat het allemaal zo moeiteloos leek te gaan. Het ging duidelijk om muzikanten die wisten waar ze mee bezig waren, zonder een indruk te geven van steriel professionalisme. Er werd gemusiceerd op een hoog niveau, en toen de twee na bisnummer "The Apartment Song" (Tom Petty) van het podiumpje stapten, had je als luisteraar dan ook het gevoel iets strafs gezien te hebben. We betwijfelen dat Foucaults ingtetogen rootsmuziek genoeg crossover-appeal heeft om aan te slaan bij een groot publiek, maar dat de man goed op weg is om op korte termijn zelf een referentie zal worden, staat nu al vast. U krijgt vast nog een tweede kans, wees er dan ook bij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 18 =