The Wild




Er is behoorlijk wat fantasie voor nodig, maar met enige moeite kan
ik nog wel enkele redenen bedenken waarom u naar de nieuwe
animatiefilm ‘The Wild’ zou willen gaan kijken. 1) Uw kinderen
dreigen ermee dat ze hun Rilatine niet meer innemen als u weigert;
2) u bent één van die mensen die zat te schreeuwen van het lachen
bij ‘Madagascar’ en u hebt een pasje om tijdens het weekend het
instituut verlaten; 3) het kan u echt niet schelen waar u naar gaat
kijken, als het maar beweegt en lawaai maakt en u hoeft er niet
teveel bij na te denken; 4) u bent nu eenmaal een grote
dierenvriend, en de aanblik van schattige animatiediertjes doet uw
hart garanti smelten, al gedragen ze zich dan nog zo lullig; 5) u
hebt nog nooit eerder een film gezien en wilt voor uw eerste keer
de drempel vooral niet te hoog leggen. Indien geen van de vijf
bovenstaande redenen op u van toepassing zijn, zou ik iets beters
zoeken om te doen met m’n tijd.

Het verhaal (daar gaan we): Samson (Kiefer Sutherland) is een
sympathieke leeuw in de zoo van New York, die aan iedereen die het
wil horen sterke verhalen ophangt over zijn avontuurlijke jeugd in
de Afrikaanse wildernis. Iedereen heeft hem graag, maar hij ligt
overhoop met zijn jong zoontje Ryan. De kleine begint namelijk
stilaan te puberen en knakt bijna onder de fröbelstress omdat hij
niet kan brullen zoals zijn oudeheer. Na een slaande ruzie zet Ryan
het op een lopen en zo wordt hij per ongeluk opgesloten in een
container die naar Afrika gebracht wordt. Samson gaat natuurlijk
achter zijn kleine aan, geholpen door een (veel te grote) meute
vrienden: Bennie de eekhoorn (Jim Belushi), Nigel de koala (Eddie
Izzard), Bridget de giraf (Janeane Garofalo) en Larry de slang
(Richard Kind).

U wint niet al te veel punten als u kunt zeggen waar de makers van
‘The Wild’ de mosterd zijn gaan halen: het concept van de vader die
zijn opstandige zoon moet gaan zoeken komt rechtstreeks uit
‘Finding Nemo’, de capriolen in
Afrika zijn dan weer uit ‘Madagascar’ gepikt. Dan hadden we nog
kunnen hopen dat het niveau van de film dichter tegen ‘Nemo’ zou liggen dan tegen ‘Madagascar’, maar hey, een mens kan zoveel
hopen: dat hij een vriendelijke buschauffeur zal treffen, dat er
een groot aambeeld bovenop Laura Lynn zal vallen (met assorti
kleinere aambeeldjes voor al haar fans), dat Peter Jackson een film
zal maken die minder dan drie uur duurt… Sommige dingen hoop je
nu eenmaal tevergeefs.

Net als ‘Madagascar’, lijkt ‘The
Wild’ immers gemaakt volgens het principe: “maak het zo druk en
hysterisch mogelijk, dan wordt het wel leuk”. Regisseur Steve
‘Spaz’ Williams (ik hou me in om geen witz te bedenken over die
bijnaam) heeft absoluut geen idee hoe je een draaglijk tempo in een
film moet leggen: zowat élke scène eindigt er wel mee dat de
personages heel luid tegen elkaar staan te schreeuwen of dat ze
zich fysiek in de gekste bochten moeten wringen. Het
hyperkinetische tempo van ‘The Wild’ staat nauwelijks een rustpunt
toe, en deed mij soms denken aan die klassieke sketch uit ‘This Is
Spinal Tap’, over de volumeknop die tot 11 gaat. ‘Als we nog een
beetje extra kracht willen, zetten we hem op 11.’ – ‘Maar als je nu
gewoon van 10 het maximum maakt, en je zet ‘m op tien voor wat
extra kracht?’ Een bedachtzame pauze, en dan: ‘Nee, deze gaat tot
11.’ Deze film staat continu op 11.

Wanneer Williams dan toch een poging onderneemt om een rustig
momentje in te bouwen, valt hij dan ook plat op zijn kont met
fataal verkeerd gekozen muziek: tussen twee oorverdovende scènes in
(het is nu eenmaal een oorverdovende film) krijgen we daar plots
‘Clocks’ van Coldplay te horen. Een mooi nummer, daar niet van,
maar het is een stijlbreuk van heb-ik-jou-daar.

Zitten er dan geen leuke grappen in ‘The Wild’? Af en toe wel eens.
Vooral Nigel, een flegmatieke koalabeer die het kotsbeu is dat hij
als motto van de zoo vereeuwigd is in de vorm van een suffe
knuffel, weet af en toe wel een leuke one-liner te brengen. Maar
die momenten gaan verloren in de chaos. Het helpt overigens ook
niet dat er zoveel comedy sidekicks worden bijgesleurd. In
‘Finding Nemo’ kregen we Dory die
voor de humor moest zorgen, en gaandeweg de gelegenheid kreeg om
als personage een soort van ontwikkeling te vertonen. In ‘The Wild’
is Samson op schok met de helft van de zoo, zodat die beesten nooit
de kans krijgen om enige persoonlijkheid te kweken. Ze zijn er
enkel om leuk te wezen, om grappig bedoelde teksten te spuien.
Nigel lukt dat af en toe, de anderen lopen er voornamelijk bij als
beeldvulling.

Blijft daar nog de typisch Amerikaanse “winner”-mentaliteit van de
film: de hoofdpersonages moeten leren om echte leeuwen te zijn, die
brullen en vechten, en die pas wanneer ze hun kracht hebben bewezen
op het einde, het respect van het publiek waardig zijn. Goed
ouderschap betekent schijnbaar dat je van je kinderen sterke kerels
moet maken. Walgelijk.

Er zijn zoveel leuke dingen die u kunt doen in 94 minuten: u kunt
een mooi boek beginnen lezen, een knetterend gesprek aangaan met
vrienden, afhankelijk van uw uithoudingsvermogen kunt u zelfs tot
driemaal toe de liefde bedrijven. Wat allemaal zinniger
tijdverdrijven zijn dan dit ongeïnspireerde, bij elkaar gejatte en
grotendeels onleuke bandwerkje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − elf =