Stay




Rare jongens, daar bij 20th Century Fox: nu hébben ze eens een
interessante film in handen, doen ze weer absoluut niks om die te
promoten. ‘Stay’ werd geregisseerd door Marc Forster, de man die
ook al ‘Monster’s Ball’ en ‘Finding Neverland’ inblikte, en in de
hoofdrollen zien we bekende namen als Ewan McGregor en Naomi Watts.
Het scenario werd dan weer geschreven door David Benioff, die ook
al ’25th Hour’ pende voor Spike Lee.
Een respectabele stamboom, dus, en hoewel de film in kwestie nu
niet supercommercieel genoemd kan worden – daarvoor is het allemaal
wat te eigenzinnig en te moeilijk – moet het toch mogelijk zijn
geweest om hier een degelijke promotiecampagne rond te spannen.
Maar niks ervan. Ik mag doodvallen als ik ook maar één trailer voor
‘Stay’ heb gezien tijdens de voorbije maanden, affiches zijn
nergens te bekennen en ook op tv en radio heerst er een doodse
stilte rond het project. Het lijkt wel alsof Fox vooral niét wilt
dat u naar hun film komt kijken. Wat zonde zou zijn, want ‘Stay’
mag dan absoluut geen meesterwerk zijn, het is wel een fascinerend
thrillertje dat vooral visueel af en toe sterk uit de hoek
komt.

Ewan McGregor speelt Sam Foster, een psychiater wiens vriendin Lila
(Naomi Watts) enkele maanden terug heeft geprobeerd om zelfmoord te
plegen. Lila leert nu kalmpjes aan om terug in het normale leven te
stappen, terwijl Sam zijn patiënten behandelt. Eén van hen is Henry
Letham (Ryan Gosling), een student aan de kunstacademie die ermee
dreigt dat hij op de nacht van zijn 21ste verjaardag zelfmoord zal
plegen. Sam probeert hem natuurlijk tegen te houden, maar Henry
heeft de onaangename eigenschap te pas en te onpas van de aardbol
te verdwijnen. Naarmate Sam meer over hem te weten komt, begint hij
ook steeds meer aan zichzelf en aan de werkelijkheid te twijfelen.
Zijn Henry’s ouders echt dood? Hoe komt het dat hij op straat twee
keer na elkaar hetzelfde meisje dezelfde ballon ziet verliezen? En
hoe kan het dat Henry stemmen hoort en hagelbuien kan
voorspellen?

‘Stay’ werd vaak vergeleken met het werk van David Lynch. Dat soort
vergelijkingen zijn ondertussen natuurlijk al een cliché op
zichzelf geworden – telkens wanneer we een thriller te zien krijgen
waarin onverklaarbare dingen gebeuren, plakken we er maar het
etiket “David Lynch” op en klaar is kees. Hetzelfde gebeurde met
‘Donnie Darko’ en, recenter, met het
onterecht genegeerde ‘The Jacket’.
Die categorisering duidt ongetwijfeld op een zekere luiheid bij de
critici die hem gebruiken, maar ‘Stay’ past sowieso wel perfect in
dat rijtje: Marc Forster stapelt de bizarre plotwendingen op
elkaar, introduceert een hallucinant droomsfeertje, gooit er wat
(quasi-)persoonsverwisselingen tegenaan en, net als ‘The Jacket’, krijgen we op het einde dan
een scène die het allemaal uitlegt.

Bizarre plotwendingen, zei u? Wat dacht u hiervan: Henry’s ouders
zouden al een tijdje geleden gestorven zijn, maar wanneer Henry
Sams bureau binnenstapt terwijl die een partijtje schaak zit te
spelen met een oude vriend (Bob Hoskins), bekijkt Henry Hoskins met
afgrijzen en zegt: ‘Jij bent mijn vader!’ De brave man hoort het in
Keulen donderen. Wat later in de film weet Sam de moeder van Henry
(die dus eigenlijk dood zou moeten zijn) toch op te sporen en hij
bezoekt haar. Het oude mens schijnt te denken dat hij zelf haar
zoon is. Vervolgens begint ze overvloedig te bloeden uit een
hoofdwonde waarvan we eerder niet wisten dat ze die had. Weird
shit
, dus. In principe is een film als ‘Stay’ natuurlijk één en
al publieksjennerij: we weten dat er op het einde een scène zal
komen waarin aan alles een uitleg wordt gegeven, en gewoonlijk is
die uitleg zo ver gezocht dat we nooit kunnen hopen om er zelf
achter te komen. Het enige dat we hoeven te doen, is de waanzin van
de film over ons heen laten waaien en wachten tot de onthulling
volgt. Bij ‘The Jacket’ was het niet
anders – de vraag is dan maar hoe hoog je tolerantie is voor dat
soort intellectuele pesterijen. Je hebt mensen die er
verschrikkelijk zenuwachtig van worden, die de indruk krijgen dat
er onnodig met hun voeten wordt gespeeld, en dan heb je mensen die
van de eerste tot de laatste minuut gefascineerd blijven kijken. Ik
hoor bij die laatste categorie.

En de voornaamste reden daarvoor is dat films als ‘Stay’ haast per
definitie onberekenbaar blijven. Je kunt jezelf ongelooflijk veel
permitteren in dit soort cinema, je kunt zelfs personages laten
sterven en ze daarna terug opvoeren, waarom niet? Zolang je
ontknoping maar sterk genoeg is om dat allemaal te ondersteunen.
Dat heeft als gevolg dat de personages zonder veiligheidsnet door
de plot lopen: àlles kan gebeuren, eender wat kan hen overkomen. In
de meeste andere films weet je wel dat het uiteindelijk nog wel
goedkomt, hier wordt die zekerheid je ontnomen, omdat je niet eens
weet wàt er precies gaande is.

De voornaamste troef van ‘Stay’ is echter z’n visuele flair: Marc
Forster haalt alles uit de kast: hij maakt gebruik van scheve
kadreringen, jump-cuts, kleurenfilters, verschillende filmformaten,
bizarre sets en vooral van inventieve beeldovergangen. Personages
lopen door een deur en bevinden zich plots in een heel andere
ruimte. Dan beseffen we dat we ons ook opeens in een andere scène
bevinden. Trappen gaan eindeloos door, tot de personages het einde
ervan bereiken en blijkt dat we ook verder zijn gegaan in de tijd.
Er wordt een close-up gefilmd van een bepaald rekwisiet en opeens
zitten we ergens anders in het verhaal. Ewan McGregor loopt een
kamer binnen, en die handeling wordt twee, drie keer herhaald
vanuit een ietwat verschillende camerahoek, zonder dat de
personages door lijken te hebben dat de tijd op zichzelf terugvalt.
Dat zijn allemaal erg vindingrijke visuele trucs om de kijker het
gevoel te geven dat er iets niet klopt in deze filmwereld. Het zou
mij zelfs niet verbazen als die visuele trucjes de voornaamste
reden waren voor Forster om de film te maken, want hij amuseert er
zich duidelijk mee.

‘Stay’ is dus fascinerende cinema, met een degelijke cast: McGregor
en Watts zijn sterk als altijd, maar het is Gosling die hier weet
te verrassen. Hij begon een tweetal jaar geleden niet echt
veelbelovend met de vreselijke stroopfilm ‘The Notebook’, maar weet hier een complexe
rol op een zeer genuanceerde manier te spelen. Natuurlijk zijn er
zekere onvolkomenheden in de film: de gestileerdheid van de beelden
is erg knap om naar te kijken, tot op een bepaald punt, maar daarna
kan het ook al eens protserig gaan lijken. De grens tussen boeiend
experiment en pretentie is vaak erg dun. En ook – en dat is erger –
lijdt de film onder een nogal zwak einde. De uitleg, wanneer die er
dan toch komt, lokt een nogal sterk “oh, is het dàt maar?”-gevoel
uit. Het is wat te banaal voor de film die eraan vooraf ging. Maar
hey, tegen die tijd hebt u al wel mooi anderhalf uur boeiende
cinema gezien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + negentien =