Adam Green :: Jacket Full Of Danger

In Duitsland wordt Adam Green al even fel gesmaakt als Bratwurst mit Sauerkraut. In onze contreien loopt het vooralsnog niet zo’n vaart. Nochtans is Jacket Full Of Danger alweer een uiterst meefluitbaar album, dat zowel op uitbundig gekir van onschuldige peuters als op de goedkeurende knikjes van opoe en grootmoe mag rekenen, fopspeen en wandelstok onder luid gejuich de lucht in zwierend.

Al heeft peuter noch bejaarde vast enig idee van wat ze nu precies aan het meelippen zijn als Green het heeft over ’cigarettes full of grass’ of ’hairy nipples’. De ex-Moldy Peach borduurt voor zijn vierde soloplaat immers verder op het beproefde recept: absurde, hilarische en lichtjes van de pot gerukte teksten gecombineerd met kinderlijk eenvoudige, maar oh zo aanstekelijke melodieën. Dat leverde ons in 2003 de minicultklassieker Friends Of Mine op en vorig jaar het in vergelijking daarmee flink tegenvallende Gemstones.

Jacket Full Of Danger ziet de triomfantelijke terugkeer van de breed uitwaaiende strijkersarrangementen én de goeie songs, waar het Gemstones aan ontbrak. Wat dadelijk opvalt, is de evolutie van Greens stemgeluid. De ’ik doe mijn mond open en zing maar wat’-mentaliteit heeft gaandeweg plaatsgemaakt voor een goed geoefende, in pathos gedrenkte bariton die evenzeer doet denken aan crooners als Sinatra en Gershwin, overduidelijk in "Jolly Good" en "Watching old movies", als aan Jim Morrison.

De invloed van Morrison valt niet te negeren in de eerste single "Nat King Cole", de gedroomde remedie tegen de jaarlijkse herfstdepressie, en ook "Novotel", dat volgens Green het verslag is van een uitstapje met Beck naar de Church Of Scientology, laat doorschemeren dat The Doors voor hem meer is dan zomaar een band. "Animal dreams" lijkt een overblijvertje van Friends Of Mine en krijgt een carnavalesk einde mee, waarbij iedere zichzelf respecterende Aalstenaar automatisch de polonaisehouding aanneemt.

"Cast a shadow", een cover van Beat Happening, blinkt uit door het vredigste pianospel sinds The Velvets’ "Sunday Morning". Het beschikt over een zodanig opbeurende feel dat het volgens verscheidene bronnen een slechtgeluimde Herwig Van Hove met een gelukzalige glimlach om de lippen tot heupwiegend huppelen zou hebben aangezet, ondertussen niet nalatend complimentjes uit te delen aan iedere toevallige voorbijganger.

Het is een raadsel welke wijze levensles Green zijn publiek tracht mee te geven met een zin als "Bob Dylan was a vegetable’s wife", maar entertainend is het wel. Occasioneel uit de zanger zich in minder cryptische verzen. Het brutale "White Women" maakt duidelijk dat ook hij maar een op seks belust mannetjesdier is: "You know, I wanna bone you / I wanna make a hole in you" en dankzij "Drugs" begrijpen we weer wat beter waarom hij en Pete Doherty zulke goeie maatjes zijn: "I like drugs / I like to hold them for a friend".

Jacket telt twee buitenbeentjes. In "C-birds" neuriet een monnikenkoor de luisteraar naar een transcendentaal bewustzijnsniveau waarvan we het bestaan niet eens afwisten. "White Women" daarentegen is het moment waarop de verschrikte grootouders zo snel hun looprek het toelaat de woonkamer uitstrompelen: een vuige lap bombastisch rockgeweld met Led Zeppelinallures, waarin diezelfde monniken nogmaals hun mantra te berde brengen.

Dit toont aan dat Adam Green niet te beroerd is om zijn muzikale horizonten te verruimen, wat dan weer het beste doet vermoeden voor volgende releases. Green sluit de plaat af met een verontschuldigend "I’m So Embarrassed", maar daar zien wij geen enkele reden toe. We voelen aan onze eksterogen dat de eerste lentestralen op het punt staan door het grijze wolkendek te priemen en kunnen ons daar geen beter passende plaat bij voorstellen dan Jacket Full Of Danger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =