Adam Green & Binki Shapiro :: 20 maart 2013, AB

Geen klachten over het titelloze debuut van Adam Green en Binki Shapiro: de twee verwerken er hun stukgelopen relaties in het soort sixtiesduetten waar vooral Nancy Sinatra en Lee Hazlewood in uitblonken, en doen dat best overtuigend. Maar een goeie plaat is daarom nog geen garantie op een boeiend concert, zo blijkt.

“Het meest fotogenieke koppel in de muziekwereld”, zo hoorden we een radiopresentator het duo Green-Shapiro donderdagavond omschrijven. Niet gelogen, al is vooral de beminnelijke Binki Shapiro – een frêle chanteuse die zich al jaren in de marge van New Yorks hipste muzikale kringen ophoudt en eerder actief bij Fabrizzio Moretti’s Little Joy — daarvoor verantwoordelijk. De van een stevige baard voorziene Adam Green ziet er aanvankelijk eerder uit alsof hij vanuit zijn kartonnen doos het podium op gestommeld is, en zijn in het ijle starende ogen doen weinig helderheid vermoeden. In de lome opener “If You Want Me To” is zijn aandeel dan ook beperkt: terwijl Shapiro zich met iets te veel moeite recht houdt op de toonladder, moet hij niet veel meer dan wat spaarzame gitaarlijntjes voorzien, en zelfs wanneer hij daar mee bezig is, lijkt hij niet bijster aanwezig te zijn.

Ook in “Pleasantries” gaat het even mis: Greens microfoon blijkt niet aangesloten, vervolgens mist hij zijn cue, met wat giechelige hilariteit op het podium tot gevolg, en een tweede take die gelukkig beter verloopt. Green en Shapiro gooien lieflijk verpakte verwijten over en weer (“I punish myself with you” en “I was waiting for the chance you never gave me”, dat genre), terwijl de band een zoeterig arrangement, inclusief dreinend orgeltje, tevoorschijn tovert. En zo kabbelt dat gezapig verder, met sympathieke, heupwiegende ballads als “Pity Love” en “Casanova”. Het is allemaal wel charmant, maar na een nummer of vier slaat de verveling onherroepelijk toe. Er mag nu wel eens iets gaan gebeuren, en verrassend genoeg moet de actie van Green komen.

Met “Buddy Bradley” wordt immers het eerste van een reeks solonummers bovengehaald, en Green is daar zichtbaar blij mee: terwijl Shapiro zich bekwaamt in het zo bevallig mogelijk gitaar spelen, schiet hij wakker en maakt zich los van zijn microfoon, om loos te gaan in de grote Adam Green-show, met dansjes en alles erop en eraan. Een mens zou denken dat hij het tot nu toe niet al te tof vond, met de nieuwe songs die schijnbaar dodelijk zijn voor het onverwoestbare enthousiasme waar hij normaal gezien een patent op heeft. Tijdens ultieme meezinger “Friends Of Mine” – “The hardest song in showbizz” – is het hek helemaal van de dam, alsof Green nog even alle overtollige energie kwijt moet vooraleer hij zich opnieuw moet terugtrekken in zijn gedienstiger rol.

Maar het is gelukkig niet alleen Green die de eer van dit optreden nog een beetje weet te redden: de zeldzame songs waarin de twee écht duetteren – in de meeste nummers is vooral Shapiro aan het woord – weten wel te beklijven. “Just To Make Me Feel Good” (met openingsnoten die stiekem gestolen zijn van Bowie’s “Heroes”, maar hou het stil) weet de croon van Green perfect te verenigen met het zachtaardiger geluid van Shapiro, en het understated mooie walsje “Here I Am” is misschien wel het hoogtepunt van de set. Green die met diepe stem invalt na de breekbare strofes van Shapiro, veel innemender wordt het vanavond niet.

Het kan dus wel, de sfeer van de plaat naar het podium vertalen, maar het is zonde dat daar zo’n flauw uurtje aan vooraf moest gaan. Wanneer het in de bissen nog eens opnieuw aan Green is, doet die met “Dance With Me” en “Gemstones” voornamelijk verlangen naar een goede ouwe soloset. Een ietwat pijnlijke conclusie voor een duo-optreden, maar het is niet anders. Sorry, Binki.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × een =