Adam Green :: 9 februari 2010, AB

In De Welwillenden van Jonathan Littell maakt het hoofdpersonage het cruciale onderscheid tussen mensen die beseffen dat het leven een grap is en mensen die dat eveneens beseffen én er toch nog mee kunnen lachen. Na zijn optreden van vanavond mag eeuwige lolbroek Adam Green gerust tot die laatste gerekend worden.

Tijdens vorige passages in de AB en op het Dranouter Folkfestival, waar Green ergens in een verstopte tent mocht optreden tussen koeienvlaaien en zatte West-Vlamingen — voor wie het onderscheid nog wil maken–, toonde Green zich al als prima vertolker van de lichte, gemoedelijke sfeer die duidelijk hoorbaar is op platen als Jacket Full Of Danger en Gemstones. Niet enkel zijn onderwerpen behandelen de schijnbaar draaglijke lichtheid van het bestaan, maar de nummers zelf zijn net niet te kort of te lang om effect te hebben. Het zijn kleine bommetjes die moeiteloos een glimlach veroorzaken en aanzetten tot subtiele danspasjes.

Die sfeer is wel eventjes anders op het jongste album Minor Love. Met de keuze voor intiemere en op het eerste gehoor serieuzere nummers, was er aanvankelijk de vrees dat de voormalige beschimmelde perzik afstand nam van zijn wilde apenjaren. Dat het net die vrees is die behoort tot het verleden en niet dat laatste, bewees hij vanavond in de AB.
Green, dit keer met kort gewiekt haar en gehuld in een iets te kleine outfit die vaak beschamend onthullend is, toont zich nog steeds als een onbeholpen entertainer met typische glazige blik (niet voor niets biedt iemand uit het publiek hem een joint aan).

Opener “Cigarettes Burn Forever” wordt razendsnel afgespeeld, waardoor van de stijlbreuk die wel hoorbaar is op plaat nergens iets te merken valt. Heel wat nieuwe nummers die hij vanavond speelt, worden netjes ingepast in het muzikale kader dat zijn fans van hem gewoon zijn. Dat kader is vanavond echter aanvankelijk nog sjofel; Green lijkt wat weg van deze wereld wanneer hij oude favorieten als “Gemstones”, “Broadcast Beach” en “Drugs” — wat de zang betreft — de mist in doet gaan. Zijn zangpartij is inderdaad de meest slordige bijdrage van de hele groep, maar daarvoor verontschuldigt hij zich graag: hij moest namelijk een tijdje het zingen achterwege laten om te acteren in action filmsin Hollywood.

Wat grapjes betreft, laat Green zich alleszins van zijn beste kant zien. Zo noemt hij zichzelf de Jewish James Dean, schoffeert hij het Belgisch bier en neemt na een gelukkig toch verfijnder gespeeld “Emily” een duik in het publiek. “Hey Dude” en “Nat King Cole” lijken toch nog wat meer afstelling van Greens kant nodig te hebben en dat komt er wanneer hij enkele nummers alleen op gitaar speelt. Nieuwe nummers als “Give Them A Token” en “Boss Inside” worden dit keer niet ingebed in het oude ritme, maar worden daarentegen afgestript, wat zorgt voor een verrassend passend intiem effect.

Na een praatje over de vergelijking tussen de nieuwe iPad en masturberen (Green ontziet de kinderen op de eerste rij duidelijk niet), komt de groep er opnieuw bij om andere nieuwe nummers als “Buddy Bradley” en “Goblin” kracht bij te zetten. Afgesloten wordt er met de meer uitbundige oude nummers als “Choke On A Cock” (naar eigen zeggen daterend van toen hij zich tot het christendom bekeerde), “Morning After Midnight” en het heerlijk overdreven “Jessica”.

Op verzoek speelde Green tijdens de bisronde nog het geweldige “Carolina”, trakteerde het publiek ervoor nog op een eigen a-capellaversie van Shania Twains “That Don’t Impress Me Much” en moest vervolgens wegens tijdsgebrek het verhaal over bedorven mosselen in een Brussels restaurant afbreken om uiteindelijk toch af te sluiten met een enthousiast meegezongen “Baby’s Gonna Die Tonight”. De spring-in-’t-veld in Green is ondanks een rustige nieuwe plaat duidelijk nog niet dood. Wie Adam Green zegt, zegt feest. Zou hij ook trouwfeesten doen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =