Cat Power :: The Greatest

Op de (spuuglelijke) hoes: een gouden boksketting. De titel: The Greatest. Heeft Chan Marshall een verrassende carrièremove gedaan en is ze Princess Superstar en Lil’Kim achterna gegaan? Gelukkig niet. Hier geen gerap, maar oh zo vertrouwde prachtig ingehouden songs. Nieuw is de soms behoorlijke zweem country die er rond hangt.

In de drie jaar sinds het verschijnen van You Are Free is het enigma rond Cat Power toch enigszins verdwenen. Naar de release van The Greatest werd erg uitgekeken, en de plaat werd in grote muziekbladen her en der al uitgeroepen tot cd van de week/maand, en zelfs van het jaar. Er is iets veranderd aan de atmosfeer rond Cat Power, en dat voel je ook aan haar jongste worp. Op de een of andere manier krijg je het gevoel dat Marshall hier iets zelfverzekerder de wereld inblikt.

"Who’s going to play drums, guitar,…?" vraagt Marshall zich af in "Lived In Bars". Dat was inderdaad even een issue, want ze zat zonder band. Maar daar diende het groot lot zich al aan in de gedaante van veteraan Mabon "Teenie" Hodges. Als oudgediende van onder andere Al Green is deze gitarist een levende legende van de Memphis-soul. Tel daarbij nog eens de bas van broer Leroy "Flick" Hodges en de drums van Booker T. and the MG’s-drummer Steve Potts en je krijgt een hoop ervaring en klassiekers ("Love And Happiness", "Take Me To The River", …) op een hoopje. En wie Cat Power al eens live aan het werk zag, weet dat de juffrouw best gediend is met wat sterke schouders om op te steunen.

Nog steeds maakt Cat Power liedjes die zich breekbaar, met de aders bloot, tonen. Liedjes die je soms een knuffel zou geven om ze wat troost te bieden. Maar deze keer krijgen ze een wel erg klassiek jasje van countrysoul aangemeten door bovenvermeld trio en een rits blazers, strijkers en "shoobap’s" op de achtergrond. Dit past net als I’m Wide Awake It’s Morning van Bright Eyes en de binnenkort te verschijnen soloplaat van Jenny Lewis in een beweging van Amerikaanse indiekids die terug naar de bron gaan en de erg traditionele muzikale vormen van hun voorouders gebruiken om er hun hedendaagse verhalen mee te vertellen.

De titelsong, over de gloriedromen van een bokser, baadt in een weelderig strijkersarrangement maar drijft voorts wel op dezelfde piano als "I Don’t Blame You" vanop voorganger You Are Free. Echt helemaal country is de klaaglijke viool in "Empty Shell". "Living Proof" klinkt alsof het op een zonnige dag in de stoffige saloon van een klein mijnstadje werd opgenomen, op het moment dat er nauwelijks klanten waren. Wij kregen kippenvel bij dat bijna-wanhopige "You’re supposed to have the answer/you’re supposed to have living proof".

"Lived In Bars" is een eerste hoogtepunt. Producer Stuart Sikes laat de eenzaam achter de piano begonnen song open bloeien tot een pracht van een bloem met schitterende trompetjes en een koortje in de finale. Nog meer blazers op "We Could", maar echt uitschieten doen "The Moon" en iets later "Hate". De gitaar klinkt alsof ze van ergens uit de ingewanden van een mijn in dat zelfde stadje komt, en de stem lijkt maar van net iets dichterbij te komen. Voor de rest heerst er een loden stilte rond het kampvuur voor de schachtingang. Zelfs geen krekel tsjirpt in de eenzame nacht.

Wanneer "Hate" enkele nummers verder passeert, is het kampvuur al lang uit, Marshall zit op een kei, het pistool in de schoot: "I said I hate myself and I want to die" echoot ze een blonde jongen van zoveel noordelijker. Daarna mag "Love & Communication" op een iets positievere noot afsluiten met voor één keer een iets dikker aangezette gitaar en pulserende strijkers, als een ijzersterke nagedachte, iets om de luisteraar toch maar niet naar die scheermesjes te doen grijpen. En gelukkig maar, er is immers nog de repeatknop die we beter kunnen indrukken. Cat Power heeft weer een heel mooi album gemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 7 =