The Chronicles of Narnia :: The Lion, The Witch and the Wardrobe




C.S. Lewis, de schrijver van de zeven ‘Narnia’ boeken, was een
collega van J.R.R. Tolkien aan de universiteit van Oxford. De
mannen kenden elkaar, waren bevriend en schreven allebei een reeks
boeken in dezelfde geest. Fantastische werelden met magische
creaturen, grootschalige oorlogen, boze tovenaars en heksen… Het
enige fundamentele verschil was dat Lewis zijn boeken expliciet op
kindermaat schreef, terwijl Tolkien meer een volwassen publiek
bereikte (of wat daarvoor moet doorgaan). En inderdaad, als je de
verfilming van ‘The Lion, the Witch and the Wardrobe’ bekijkt, het
eerste boek uit de reeks, kun je je soms niet van de indruk ontdoen
dat je naar een kinderachtiger versie van ‘Lord of the Rings’ aan het kijken bent,
waarin de dramatiek en de actie werden afgezwakt om ook de
kleinsten aan te spreken.

Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog: Londen
ligt haast dagelijks onder vuur van Duitse bommenwerpers, wat tot
gevolg heeft dat heel wat moeders hun kinderen wegsturen naar het
platteland. Zo ook de vier Pevensie kinderen (twee jongens en twee
meisjes), die worden ondergebracht bij een mysterieuze professor in
een enorm landhuis. In dat huis ontdekken de kinderen een
klerenkast die toegang geeft tot het mythische land Narnia. De
koters komen erachter dat een boze tovenares, The White Witch
(Tilda Swinton), het land in een eeuwige winter hult, maar dat er
een profetie bestaat die zegt dat mensenkinderen haar van haar
troon kunnen stoten. Met behulp van een bekvechtend koppel bevers
en de leeuw Aslan gaan de Pevensies de strijd met The White Witch
aan.

‘The Chronicles of Narnia’ is gedrenkt in een christelijk sfeertje
dat tegenwoordig op een vreemde manier anachronistisch aanvoelt. We
krijgen de voorspelling van een verlosser (knipoog, knipoog), een
verrader onder de helden (knipoog, knipoog) en zelfs een
zelfopoffering die tot een herrijzenis leidt (en reken maar dat dàt
een knipoog is). Voor een beoekenreeks uit de jaren vijftig is dat
niet abnormaal: C.S. Lewis was nog katholieker dan de paus en hij
leefde in een tijd waarin kinderen standaard werden opgevoed met
religieuze waarden. Maar voor de film had men die doorzichtige
Davidsfonds-mentaliteit gerust een beetje mogen afzwakken. Tegen
het einde zit je te wachten tot er iemand met de schaal rondgaat.
(Het meest hallucinante “zijn-ze-er-nu-mee-aan-het-rammelen”-moment
in de film is er trouwens één waarin de kerstman plotseling opduikt
om de jonge helden van wapens te voorzien. Het is een Amerikaanse
heiligman, natuurlijk, dus dat hij een wapenhandelaar is wil ik nog
aannemen, maar vloekt zijn aanwezigheid niet ongelooflijk met die
christelijke subtext?)

Het eerste uur is nochtans best plezierig: het verhaal wordt goed
opgezet en in tegenstelling tot de ‘Lord
of the Rings’
-films, is er zowaar sprake van een gevoel voor
humor. De twee bevers die de Pevensies helpen tijdens hun tocht,
zijn heerlijke creaturen (zegt hij tegen zijn vrouw: ‘Zit niet zo
met je pels te frunniken, je ziet er prima uit.’), die ervoor
zorgen dat de film zichzelf niet al te serieus gaat nemen. Ook de
acteerprestaties zijn in orde. Tilda Swinton is een verleidelijke
White Witch, die aan het begin van het verhaal lichte pedofiele
neigingen vertoont (je moet haar eens ogen zien trekken naar het
jongste Pevensie-jongetje!), maar daarna al haar duivels ontketent.
Groovy. Ook de kinderen doen het over het algemeen niet slecht, met
als notenswaardige uitzondering William Moseley als Peter, de
oudste jongen. Is het puberale onzekerheid of een fundamentele
angst voor camera’s waardoor hij zo bedenkelijk voor zich
uitkijkt?

Maar het is in de tweede helft dat regisseur Andrew Adamson de
pedalen verliest. Kijk, ‘The Lord of the
Rings’
zal nooit m’n favoriete film worden, maar je kreeg in
die reeks tenminste de indruk dat je naar een volledig afgewerkte
wereld zat te kijken. Een wereld die zich oneindig ver uitstrekte
en bevolkt werd door meer creaturen dan je in honderd films kunt
proppen. In ‘Narnia’ merk je daar eigenlijk bitter weinig van. De
setting bestaat hoofdzakelijk uit een sneeuwvlakte en hier en daar
een groen grasveldje – niet echt concurrentie voor de
indrukwekkende vista’s uit Jacksons films. En wat de personages
betreft, krijgen we maar een bescheiden selectie aan vreemde
schepsels te zien. Het gevolg daarvan is dat de karakters continu
zitten te praten over “een vrij Narnia”, en over de één of andere
apocalyptische oorlog, maar dat we ons daar als kijker nauwelijks
een concept van kunnen vormen. Waar wordt er nu eigenlijk over
gevochten? Over die sneeuwvlakte? Over dat grasveldje, waar hooguit
een paar centauren staan te grazen? In ‘Lord of the Rings’ was dat element wél volop
aanwezig: Peter Jackson spendeerde de eerste zeven uur van zijn
epos met het opzetten van het leven van de hobbits, zodat je
achteraf een referentiekader had. Het was voor dàt leventje dat de
hobbits vochten, en je kon daar ergens wel in meegaan. Hier
probeert Adamson een episch gevoel te creëren, zonder dat hij daar
het materiaal voor heeft – hij heeft niet genoeg personages, niet
voldoende evoluties in het verhaal en ook zijn settings zijn niet
indrukwekkend genoeg. Dit lijkt wel een poging tot een kleinschalig
epos, en zo wérkt het niet.

Ook de soms scabreuze CGI doet de film geen goed. We krijgen
bevers, leeuwen, vossen en wolven die helemaal uit pixels zijn
opgetrokken, en dat zié je. De beesten bewegen zich met een
onnatuurlijke soepelheid, alsof ze geen gewicht hebben, geen
fysieke aanwezigheid. Misschien hadden ze de regie van deze prent
beter overgelaten aan Jean-Jacques Annaud, die had vast nog een
manier gevonden om ‘m met échte dieren te draaien. Let trouwens ook
op de scène waarin onze helden voor de wolven vluchten over
smeltend ijs: zelden heb ik een slechter blue screen shot gezien.
Het is ongelooflijk dat deze film 180 miljoen dollar heeft
gekost.

Eigenlijk is het echt zonde dat het zo is afgelopen – de eerste
helft van ‘Narnia’ belooft immers nog een ontwapenend jeugdfilmpje.
Maar waarom dat katholieke geneuzel, waarom die mislukte pogingen
tot epiek, waarom die slechte special effects? Je begint er ‘Harry
Potter’ steeds meer door te waarderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 2 =