The Chronicles of Narnia :: Prince Caspian




Het vet is zo’n klein beetje van de soep. Dat is wel het minste
dat je kan zeggen van de fantasy-revival die aan het begin van dit
decennium met veel lawaai en behaarde dwergen op gang werd
getrokken door ‘The
Lord of the Rings’
en ‘Harry Potter’ en er
vervolgens voor zorgde dat de markt overspoeld werd met
fantasyboekverfilmingen. Maar ook los van de steeds wisselvalliger
wordende kwaliteit (van meevallers ‘The Spiderwick
Chronicles’
en ‘Stardust’ tot
onuitstaanbare rommel als ‘Eragon’ en ‘The Golden Compass’)
lijkt het wispelturige publiek stilaan genoeg te krijgen van die
magische werelden bevolkt door slecht acterende koters, pratende
CGI-beesten, wauwelende tovenaars en miscaste Nicole Kidmans. De
eerste Narnia-film (gebaseerd op het veel te omvangrijke werk van
nonkel pastoor C.S. Lewis) wipte nog leep op de mastodontrug van de
uitdovende ‘Lord of
the Rings’
-hype en werd een gigantische hit. Nu, drie jaar
later, moet opvolger ‘The Chronicles of Narnia: Prince Caspian’
het waarmaken buiten de meer passende kerstperiode én in een
overzadigde fantasymarkt. Net zoals ‘The Lion, the Witch and the
Wardrobe’
is ‘Prince Caspian’ een met religieuze metaforen
gelardeerde ‘LOTR’-rip-off dat zo
hard een grootschalig en meeslepend epos wil zijn, maar nooit
verder geraakt dan een duur bosspel voor fantasynerds. Het goede
nieuws? Het ziet ernaar uit dat ‘Caspian’ nog niet aan de helft
van de wereldwijde recette van zijn voorganger zal geraken en dat
we dus een klein beetje mogen hopen dat ze er de brui aan geven na
het reeds geplande derde deel. Fingers crossed.

Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een jaar is voorbijgegaan
sinds Peter (William Mosely), Susan (Anna Popplewell), Edmond
(Skandar Keynes) en Lucie (Georgie Henley) als koningen en
koninginnen het land van Narnia vaarwel wuifden. Eigenlijk willen
ze allemaal nog eens terugkeren naar hun fantasiewereld en nog geen
vijf minuten later gaat hun wens in vervulling wanneer een
metrostation verandert in een poort naar Narnia Beach (je zal het
in Brussel Centraal niet tegenkomen, denk ik dan). Maar wat blijkt,
een jaar in de echte wereld is eigenlijk 1300 jaar in het
ondertussen verwilderde Narnia. Jeminee. De Narniërs zijn zo goed
als uitgestorven en een mensenras met een opvallende Spaanse
tongval zijn heer en meester over het rijk van Asla. De vier
kinderen zullen, samen met de laatste magische wezens (wat sprekend
ongedierte, een duo dwergen, een handvol centauren en een paar
versleten minotaurussen) proberen om Narnia te redden van de gemene
koning Mira (Sergio Castellito) en zijn leger Spanjaarden…
excuseer, Telmarines. Ze krijgen bovendien hulp van prins Caspian
(Ben Barnes), de gevluchte neef van koning Mira en rechtmatige
eigenaar van de troon. Allemaal goed en wel, maar waar zit die
verdomde leeuw met de stem van Oskar Schindler?

Er mag dan wel 1300 jaar voorbijgevlogen zijn voor de nog steeds
hemelstergend irritante mini-protagonistjes, voor de rest is er
niet veel veranderd in het prefabuniversum van Narnia. De decors
ogen nog altijd clean en fake, de Nieuw-Zeelandse locaties blijven
beperkt tot de B-sites van ‘The Lord of the Rings’
en Andrew Adamson is nog altijd niet gezegend met enig
meerwaardetalent om een magische wereld tastbaar tot leven te
brengen. Ja, ‘Prince Caspian’ is iets donkerder, iets actievoller
(de nachtelijke aanval op het kasteel is bijna spannend) en iets
minder kwistig met het religieuze en mystieke geneuzel, maar het
blijft toch alweer een slap aftreksel van dat andere fantasy-epos
(ook hier mogen de bomen eens meevechten) en het mist bovendien de
originaliteit, humor en charme die van de Harry Potter-reeks een
genietbare fantasy-ervaring maakt. En zo voelt ook deze ‘Prince
Caspian’ aan als een geforceerd epos dat zich uitsluitend richt op
de hardcore fans die maar niet genoeg mystiek verantwoorde nonsens
naar binnen gelepeld kunnen krijgen en de jongere doelgroep die met
open mond en grote ogen kan staren naar de antropomorfe
CGI-diertjes die toch zo schattig en aandoenlijk zijn. Om van
kleine medemens Peter Dinklage met zijn kalende rosse manen en
rubberen neus nog maar te zwijgen.

In tegenstelling tot ‘The Lion, The Witch and The
Wardrobe’
doet Adamson deze keer geen enkele moeite om iets van
een verhaal op te bouwen of ook maar een greintje sfeer op te
wekken. Het gebrek aan een uitwerking van het universum (Narnia is
niks meer dan een paar bossen, drie wegels, een strand en anderhalf
kasteel) en de personages, creëert een afstandelijk en mechanisch
blockbustergevoel achter ‘Prince Caspian’. Ook het flinterdunne
verhaal (er is blijkbaar flink gesnoeid in de plot en thematiek van
het boek) beperkt zich tot routineuze setpieces – die absoluut niks
voorstellen naast de massascènes van Jackson – die met de meest
lullige hyperbooldialogen en een paar selectief gekozen deus ex
machina’s aan elkaar hangen. Bij een ‘Lord of the Rings’ zit je
na tien minuten in Midden-Aarde, bij ‘Harry Potter’ na vijf
minuten op Hogwarts, bij ‘Narnia’ zat ik na twee uur en een klets
nog altijd in de naar popcorn en snoep stinkende multiplexzaal.
Magie van mijn voeten.

Maar het zijn de acteurs die van ‘Prince Caspian’ een
tenenkrommende affaire maken om snel te vergeten. Halve postkaart
William Mosely is op geen enkel moment geloofwaardig als jonge
(anti)held en zijn Britse accent slaat nog bekakter uit dan in het
vorige deel. De rest van die Pevensiekinderen krijgen nauwelijks
nog iets om handen (het oudste meisje wil Caspian binnendraaien, de
jongere broer staat Filliberkegewijs te trappelen aan de zijlijn en
het ukkie van dienst probeert het wereldrecord walgelijk schattig
wezen te breken) en staan louter in functie van de stroef draaiende
nonplot. Kleine, herkenbare momentjes tussen de personages zijn
afwezig en ook nieuwkomer Ben Barnes (denk aan Orlando Bloom met
een krullend Spaans accent) worstelt al bijna even hard met de term
‘charisma’ als zijn kompaan annex melkmuil Mosely. Ze gaan allemaal
nog veel Petit Gervaiskes mogen eten als ze ooit ook maar een
beetje in de buurt van ‘acteren’ willen komen. Net zoals Javier
Bardem-lookalike Sergio Castellito nog heel veel naar ‘No Country for Old Men’
zal mogen kijken om te leren hoe je een memorabele slechterik moet
vertolken.

Peter Jackson mag nog zo zijn best gedaan hebben om te bewijzen dat
fantasy geen onvoorwaardelijke onnozele troep hoeft te zijn, Andrew
Adamson is vastberaden om al het verworven krediet terug te
verkwanselen met dit weinig indrukwekkend tweede deel uit een
lichtjes overbodige fantasyreeks. ‘Prince Caspian’ mag zichzelf dan
wijsmaken dat dit een donkerder en meer volwassen episode is in de
Narnia-reeks, het blijft allemaal behoorlijk infantiel (een duel op
de dood wordt even stilgelegd voor een rustpauze, spannend),
rommelig en amateuristisch. ‘Het ruikt hier naar magie’, mompelt
het walgelijk schattige ukkie wanneer de magische wereld van Narnia
opengaat. Dat is geen magie die je ruikt, liefje…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =