The Chronicles of Narnia :: The Voyage of the Dawn Treader




‘The Chronicles of Narnia’ moet zowat de enige
franchise zijn die koppig verder blijft spartelen, ook al
lijkt zo goed als niemand daar echt belang bij te hebben. Deel één,
‘The Lion, the Witch and the Wardrobe’, werd door de critici
uitgespuwd en was – naar de normen van dit soort big
budget
spektakels – slechts matig succesvol aan de kassa’s.
Deel twee, ‘Prince Caspian’, was zelfs een dusdanige commerciële
flop dat producerende studio Disney er zijn handen van aftrok. Ze
pasten voor de derde aflevering. Alweer een flauwe
fantasyserie die in het stof bijt, zou je dan denken, in
navolging van ‘The Golden Compass’, ‘Eragon’ en nog een beerput vol
gelijkaardige crap, waar waarschijnlijk niet al te lang om
gerouwd zou worden door een grotendeels onverschillig publiek en
een algemeen vijandige pers. Maar nee, driewerf nee, zeg ik u –
20th Century Fox kocht de rechten van de serie over en zo werd deel
drie, ‘The Voyage of the Dawn Treader’, alsnog een feit. Enfin, een
feit… Eerder een voetnoot. En wie had gehoopt dat het hierna echt
wel gedaan zou zijn: no such luck. Deel vier, ‘The Silver
Chair’, is volgens onze goede vrienden van imdb momenteel in
development.
Een effenaf rampzalig lage opkomst voor ‘The Dawn
Treader’ zou ons dat misschien nog kunnen besparen, maar ik durf
niet te hopen.

Het verhaal draait ditmaal rond de twee jongste
Pevensie-kinderen (de ouderen worden met een minimum aan uitleg
afgevoerd, om enkel heel even op te duiken in een
flashback). Edmund (Skandar Keynes) en Lucy (Georgie
Henley) worden anno 1942 gehuisvest bij hun oom, tante en irritante
neef Eustace (Will Poulter). Via een schilderij in de kinderkamer
komen ze opnieuw in Narnia terecht, waar prins Caspian (Ben Barnes)
orde op zaken aan het stellen is. Om dat te doen, gaat hij op zoek
naar zes oude koningen, die verbannen werden onder het schrikbewind
van zijn aartsrivaal uit de tweede film, koning Miraz. Dat blijkt
echter niet zo makkelijk als verwacht: een mysterieuze groene mist
blijkt hen ontvoerd te hebben naar een… euhm… tja, naar een
mysterieus groen eiland met een klimaat waar je garanti reuma van
krijgt.

Voor een gedeelte zal het relatieve gebrek aan populariteit van
‘The Chronicles of Narnia’ wel te maken hebben met de tijdsgeest.
Fantasy- en actiefilms worden steeds somberder, steeds meer duister
– kijk maar naar de laatste ‘Harry Potter’ of de richting waarin
Christopher Nolan de ‘Batman’-reeks heeft gestuurd. En daar
tegenover staat dan ‘Narnia’, dat onvermoeibaar kleurrijk, luchtig
en kindvriendelijk blijft. De promotiecampagne van de films is
misschien op hetzelfde publiek gericht, maar mij lijkt het dat ‘The
Chronicles of Narnia’ veeleer kinderfilms zijn, waarvan het
doelpubliek zo’n tien jaar jonger is dan dat van ‘Harry Potter’ of
de andere grote franchises. In principe is daar natuurlijk
niets mis mee – kindercinema moet er ook zijn – maar ook binnen die
context bekeken heeft ‘The Dawn Treader’ serieuze problemen.

En het voornaamste daarvan is het gebrek aan een goede schurk.
In de eerste film had je Tilda Swinton als heks, die een eenvoudige
motivatie had: ze wilde Narnia regeren. Simpel. Het centrale
conflict van de film was erg eenduidig, maar het deed wat het moest
doen. In ‘Prince Caspian’ had je een paar smoezelende Spanjolen die
in essentie hetzelfde wilden bereiken. Maar ditmaal… Tja, ditmaal
hebben we een groene mist. Een groene mist waarvan het mij nooit
helemaal duidelijk werd waar hij vandaan kwam of waarom, maar die
in ieder geval niet erg charismatisch is als slechterik. ‘The Dawn
Treader’ heeft dan ook geen overtuigende narratieve drive.
Nog meer dan bij de vorige films, krijg je de indruk dat dit
helemaal nergens over gaat, maar dat de makers gewoon een mager
excuus nodig hadden om hun personages twee uur lang over en weer te
laten lopen. De pogingen om er toch nog een moraal in te steken (de
personages komen oog in oog met hun eigen diepste angsten en het is
pas als ze die overwinnen, dat ze de groene mist kunnen verslaan!),
komen dan ook extreem geforceerd over.

Voor het eerst komt er een nieuwe regisseur aan bod: Michael
Apted neemt het over van Andrew Adamson, maar hoewel Apted een paar
degelijke titels op zijn cv heeft zijn (check zeker de ‘Seven
Up’-reeks), kan hij hier niet vermijden dat hij de gebreken van de
vorige films integraal overneemt. De sets lijken nog steeds
afdankertjes uit Lord of the Rings, met als ergste voorbeeld The
Dawn Treader zelf – het schip van prins Caspian ziet er meer uit
als een decorstuk uit de Efteling dan als een echte, bemande boot
die al drie jaar lang over de zeven zeeën zwalpt. Tenzij de
bemanning van The Dawn Treader ten alle tijden een schilder aan
boord heeft om het minste vlekje weg te retoucheren. De wereld van
Narnia blijft er ongeloofwaardig proper en afgeborsteld uitzien.
Net zoals de acteurs, trouwens, die nog steeds resoluut van de
B-lijst afkomstig zijn en de diepgang van een fotomodel tonen. Hun
haar ligt altijd mooi in de plooi, en wanneer ze een emotie moeten
uitbeelden, proberen ze dat gewoonlijk te doen door één van hun
mondhoeken lichtjes naar beneden dan wel naar boven te trekken.
Zoals het hoort in het universum van de vroom christelijke C.S.
Lewis, komt tijdens de laatste 15 minuten Aslan de leeuw nog even
voorbij trippelen om een nauwelijks verholen religieus boodschapje
door onze strot te duwen. “Mijn rijk ligt aan de andere kant,” zegt
hij tegen Lucy en Edmund. “Misschien dat jullie er ooit naartoe
gaan, maar nu nog niet.” En ook nog: “In jullie wereld besta ik
ook, maar onder een andere naam.” Knipoog, knipoog.

‘The Dawn Treader’ is weinig meer of minder dan een triest derde
deel van een triestige reeks. Heel jonge kinderen zullen zich
misschien niet storen aan de zwakke verhaallijn, het gebrek aan
suspense, de slechte acteerprestaties, de kige vormgeving of de
christelijke propaganda – maar die heel jonge kinderen zouden
eigenlijk ouders moeten hebben die beter weten.

NB: ‘The Voyage of the Dawn Treader’ wordt zowel in 2D als in 3D
vertoond. Op de persvisie zat ik opgezadeld met de 3D-versie, wat
alweer inhield dat het beeld veel te donker was en de
beeldcomposities gedeeltelijk verloren gingen in de schaduwachtige
hoeken van het scherm. Toen ik mijn brilletje na pakweg anderhalf
uur even afzette omdat ik barstende hoofdpijn begon te krijgen,
merkte ik dat het beeld er veel mooier, overzichtelijker en vooral
helderder uitzag op die manier. Ik heb de laatste 20 minuten dan
ook zo uitgekeken. Wanneer gaat die 3D-bubbel eens een keer
barsten?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 6 =