Wolf Parade :: Apologies To The Queen Mary

Wat hebben we u gezegd? Nog voor Funeral van Arcade Fire de grote plas was overgezeild, was de hype al tot zulke wanstaltige proporties gegroeid dat we in de slipstream al de eerste navolgers zagen opduiken. Clap Your Hands Say Yeah is al maanden een internethype om daar straks in januari via V2 de vruchten van te plukken, ondertussen is er Wolf Parade om als eerste de kroon van "nieuwe Arcade Fire" te dragen.

Het is snel gegaan voor Wolf Parade. Ergens in 2003 werd de groep opgericht omdat zanger-pianist Spencer Krug plots wel een optreden had maar geen band. Even later was dat euvel verholpen met de komst van gitarist Dan Boeckner en drummer Arlen Thompson. Wolf Parade was geboren en werd in 2004 vervolledigd met toetsenist Hadji Bakara.

En dan rolt de bal pas echt de helling af, lawine-style: Modest Mousevoorman en SubPopbediende Isaac Brock tekent het viertal op dat legendarische label uit Seattle en neemt hen mee op tour. Even later mogen ze ook mee met Arcade Fire, die zowel door Boeckner als Thompson een handje werden geholpen bij de opnames van Funeral. Jawel, ook Wolf Parade maakt geheel en al deel uit van het ons-kent-ons-netwerk dat deze dagen zowat elke band uit Montréal tot ongekende hoogten stuwt.

Veel verbazing om de hype moet er dus niet geveinsd worden, de messen preventief slijpen lijkt ook niet echt wijs, de kwaliteit van de veelheid aan Canadese bands indachtig. Een neutrale starthouding dus, en dat terwijl wij aan de universiteit in maar liefst twee vakken leerden dat objectiviteit niet bestaat. Wij waren toen nog beïnvloedbaar, we hebben dat maar voor waar aangenomen en zijn dus verdomd snotty subjectieve bastards geworden. Neutraliteit bewaren we dus enkel voor die gevallen waarbij we het écht niet weten. Apologies To The Queen Mary was er lang zo eentje, maar ondertussen zijn we er toch uit, geloven we.

Dat hoekige geluid en die ietwat schelle zang (zowel van Krug als Boeckner) heeft Wolf Parade alvast gemeen met Win Butler en zijn gevolg. De opzichtige plastieken synthklanken in "We Built Another World" en "Dinner Bells" roepen echter herinneringen aan Hot Hot Heat op. Ook Canadezen, ook bekenden van de groep: Canada is erger dan Groot-Antwerpen zo rond 1994, zweren wij u.

Zoals met de kleuren op de hoes het geval is, is ook het palet aan geluiden vrij beperkt met de glasachtige gitaren, die eightiesbliepjes, de wat monotone stemmen en af en toe een piano, zoals in opener "You Are A Runner And I Am My Fathers Son". Binnen die beperkingen wordt wel heel wat gevarieerd: "Fancy Claps" wordt voortgedreven door stuwende synths, terwijl "It’s A Curse" naar het einde van Apologies To The Queen Mary toe zowaar eventjes iets ronder en melodieuzer is. Een meer poppy geluid maakt dus ook deel uit van het gamma.

Apologies To The Queen Mary rockt bij momenten een lekker stuk en is af en toe leuk, maar nergens is de plaat bijzonder of hartverwarmend. En laat Arcade Fire dat nu net wel zijn. Wij zijn dus niet erg onder de indruk, maar we hebben ons wel al goed geamuseerd met deze cd. Wolf Parade mag erbij, maar moet geen dikke nek krijgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − vijftien =