Criminal :: Sicario

Prijs de globalisering! De wereld is uw dorp, en dat geldt ook voor het handvol Chilenen dat in contact kwam met het metalgeweld en zodoende een onschuldige uitlaatklep vond voor zijn woede. Dat scheelt alweer een paar uitgebrande auto’s, dunkt ons.

Resultaat van die Chileense (en voor de volledigheid: een kwart Britse) metalliefde is het Vervaarlijke Viertal Criminal. Ondertussen ook alweer elf jaar naarstig zwoegend in steeds minder van het insijpelend vocht dampende repetitiekoten, is de band toe aan zijn vijfde worp. "Nothing screams "toughness" like a pair of drawn guns" moet het gezelschap op een verlicht moment gedacht hebben, en dus sieren revolvers en bloedvlekken Sicario’s cover en de frontpage van de band. Doodgaarne zouden wij nu even snel de link leggen met dat ons welbeminde, wauwelende 50 Cent-geval, maar dat doen we compromisgewijs toch maar niet — het zou ons trouwens te ver brengen. Neen, wij geven toe dat we vannacht weer eens extra lang onder het te donkere bed zullen turen op zoek naar schietgraag gespuis, en het langharig tuig heeft zijn pleziertje ook weer gehad. Meer moet dat niet zijn: is wederzijdse goede wil niet gewéldig?

Door hun imago bezetene poseurs zijn het echter allerminst. Wie Zuid-Amerika en metal zegt, zegt Sepultura, en laat het nu net hun kenmerkende, vettige thrashgeweld zijn dat Criminal eens grondig onder handen besloot te nemen. Melodische bulldozergitaren, geënt op solide en sobere death-metalpercussie, afgewerkt met Reiseneggers rafelige strottenhoofdgeluid; zoiets mag u verwachten. Weg met de chaos die genregenoten als Vader en (ergens) Morbid Angel met graagte over uw ontvankelijke hoofd uitkappen: het blijft allemaal erg melodisch, duidelijk gestructureerd en toegankelijk.

Geef toe, bovenstaande klinkt allemaal verschrikkelijk interessant. Jammer genoeg heeft uw kankerende zuurpruim van dienst ook nu weer een abstract krasje op Sicario’s zieltje gevonden. De band heeft immers een beetje last van het met-kettingzagen-jonglerende-pinguïn-op-een-eenwielersyndroom. Verrassend en erg welgekomen, maar verwacht niet dat het uw aandacht verschrikkelijk lang zal vasthouden. Verschrikkelijk lang heet in dit geval langer dan vijfentwintig minuten — net de helft van de totale speelduur dus.

Terwijl opener "Rise And Fall" nog veelbelovend van de boxen druipt, maakt de storm al gauw plaats voor een druilerig motregenbuitje: we voelen dat er water in de lucht hangt, maar schenken er geen aandacht aan. Grote boosdoener is het gebrek aan variatie: het klinkt gewoon allemaal als één langgerekt nummer. De gitaarriffs zijn te inwisselbaar en hetzelfde geldt in het kwadraat voor de drumpartijen van Zac O’Neil, als Brit de enige niet-Chileen in de band. Never change a winning team kan in theorie dan wel goed klinken, er komt onvermijdelijk een moment waarop je spelers de applausvervanging boven nóg maar eens een rondje veldploeteren verkiezen.

De schaarse momenten waarop Sicario heel eventjes het roer omgooit, zijn dan ook de interessantste. Zo zijn er bijvoorbeeld het epische Iron Maiden-brugje en de meer avontuurlijke zangstijl in het sterke "The Root Of All Evil", onze favoriet. Titelnummer "Sicario" is dan weer een kleurloos vullertje dat niet echt op zijn plaats is tussen het technische gitaargeweld. Hoe het saaiste opdondertje van de bende het tot titeltrack heeft kunnen schoppen, blijft ons totnogtoe een raadsel — complottheorieën zijn altijd welkom op het werkadres van ondergetekende. Wat de overige nummers betreft kunnen we duidelijk zijn: degelijk, maar te weinig geïnspireerd.

Sicario klinkt als de allochtone jongeling die in zijn blinde woede de Kangoo van zijn eigen bompa in de fik steekt: gevaarlijk compromisloos en vol goede bedoelingen, maar jammer genoeg toch niet zo doeltreffend. Met dàt verschil dat we in dit geval de daders toch maar liever geen pak voor de broek geven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + achttien =