Bell Orchestre :: Recording A Tape The Colour Of The Night

In allerhande cultuurtempels ondergaan iele, stramme en vaak hip bebrilde jongens en meisjes met een teveel aan intellectuele bagage allerlei uitingen van de moderne danscultuur, waarna ze zich in de beslotenheid van de duur geprijsde loft wijden aan doorwrochte artikels over het net beleefde. Maar toch is er niemand die hen begrijpt. Vooral wij niet.

De dans als culturele uiting is dan ook nooit ons ding geweest. Bij ballet denken wij nog steeds aan veel te strakke maillots die net dat ietsje te weinig aan de verbeelding overlaten terwijl haar moderne variant een kluwen van lichamen en bizarre bewegingen op ons netvlies brandt. Zelfs haar soundtracks, alle pogingen van schoon volk als Woven Hand ten spijt, lieten we tot op heden gaarne aan ons voorbijgaan. En daar brengt, u voelde ons al op onze spitzen aankomen, Recording A Tape The Colour Of The Night uiteraard verandering in.

Terwijl in Belgenland Monza niet verder raakte dan een tweetalig doorslagje van de kermiswals "Ik hou van u" laat Bell Orchestre zich lekker hautain inspireren door een schare dansers die twee jaar lang lief ende leed met hen deelden, waarna de groep zijn eigen voorzichtige danspasjes neerzette op Recording A Tape The Colour Of The Night, waarbij een tagline als "The Arcade Fire Goes Postrock" menig zieltje zal winnen.

De hoge woorden zijn eruit: zowel Richard Reed Parry als Sarah Neufeldt spelen bij The Arcade Fire en hun muziek mag gemakshalve onder postrock geklasseerd worden. Maar net zoals Esmerine, laat Bell Orchestre de droom triomferen. Blazers en strijkers primeren dan ook in het aanzwellende "Recording A Tunnel (The Horns Play Underneath The Canal)", dat als een herboren "Peer Gynt Suite" ontluikt tot een triomfantelijk ochtendgloren.

"Meer licht" sprak de Duitse getormenteerde ziel Goethe op zijn sterbed terwijl het Latijnse "Fiat Lux" al evenzeer om haar lichtdrager roept. Het is echter Lucifer die eerste viool speelt op "Les Lumieres pt. 1". De prins der duisternis meet zich een opgewonden klezmerritme aan, waarbinnen de blazers voor een milde melancholische toets zorgen die uitmondt in "Les Lumieres pt. 2": een opzwepende koortsdroom. "THROW IT ON A FIRE" schreeuwt een brandend braambos ons maniakaal toe. Maar de Sint-Vitusdans werpt ons uitgeput ter aarde neer.

"Recording A Tunnel (The Horns Play Underneath The Canal)" laat een tweede maal van zich horen. Maar deze naamgenoot heeft een andere agenda. Bijna zachtmoedig laat het de geluidsgolven over ons vermoeide lichaam vloeien. "The Upwards March" geeft nog meer respijt: geen drilsergeant die in onze oren brult maar een bataljon strijkers en blazers die ons aanport ten strijde te trekken en welgemutst de pas versnelt. Een intermezzo tijdens het marcheren, meer is het niet: "The Bells Play The Band" als spielerei, het geeft een perfecte aanzet tot "Recording A Tape…(Typewriter Duet)".

Laat Barton Fink geplaagd blijven door twijfels terwijl Burroughs insecticide door het lichaam en de bladen jaagt. Een surreële uitstap waarbij the Cheshire Cat zijn legendarische grijns tot het uiterste doordrukt. Een duet van valse noten klinkt verbazingwekkend ijl en speels. "Nuero" laat zich evenmin eenvoudige definiëren. Speels en vrolijk laat ze zich een pak aanmeten bij "Salvatore Amato" die het thema een stap verder neemt tot begin en einde in elkaar overvloeien.

Bell Orchestre schetst op Recording A Tape The Colour Of The Night een dansvoorstelling die nooit bestaan heeft. Na een grandioze openingsdans worden lichamen kronkelend heen en weer gegooid tot zij in de finale elkaar verstrengeld terugvinden en de toeschouwer zwetend naar adem hapt, zijn doorwrochte artikels vergetend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =