Broken Flowers




Eigenlijk is het vreemd dat het nog zo lang geduurd heeft voordat
regisseur Jim Jarmusch en Bill Murray samen een film maakten –
Jarmusch heeft z’n carrière gebouwd op minimalistische cinema,
waarin de stiltes en pauzes evenveel of zelfs méér te betekenen
hadden dan de dialogen of actie. En Murray is de laatste jaren
schijnbaar tot het inzicht gekomen dat hoe minder hij doet als
acteur, hoe meer hij uitdrukt. Een match made in heaven,
dus, van twee artiesten voor wie het gerust een beetje minder mag
zijn. Murray dook eerder al op in een segment van Jarmusch z’n
episodenfilm ‘Coffee and
Cigarettes’
, maar ditmaal maakt hij met z’n mistroostige
gezicht en lome lichaam anderhalf uur lang de dienst uit.
Bijrolletjes – vaak van gereputeerde actrices – komen en gaan, maar
in essentie is dit een one man show voor een acteur die sinds
‘Lost In Translation’ is herontdekt
als een groot tragikomisch talent.

Murray speelt Don Johnston, een Don Juan van middelbare leeftijd
die aan het begin van de film wordt verlaten door zijn huidige
vriendin Sherry (Julie Delpy). Kort daarna krijgt hij een brief in
de bus waarin een anonieme vrouw hem vertelt dat hij negentien jaar
geleden een zoon bij haar verwekte. Die jongen is nu vastbesloten
om zijn vader te vinden, dus, staat er in de brief, “wees niet
verbaasd als hij binnenkort voor je deur staat”. Don heeft geen
idee wie de briefschrijfster wel kan zijn, maar weet algauw een
lijstje op te stellen van vier vrouwen waar hij een twintigtal jaar
geleden een relatie mee had. Geholpen door zijn buurman Winston
(een kostelijke Jeffrey Wright), begint hij aan een tocht langs
zijn oude vlammen, om erachter te komen wie de moeder van zijn kind
is.

Voor een Jim Jarmusch-film is dat eigenlijk al vrij uitgebreid qua
plot. Jarmusch is altijd al meer geïnteresseerd geweest in
stemmingen en thematische ideeën dan in een rechtlijnig verhaal. In
die zin is ‘Broken Flowers’ één van z’n meest toegankelijke films:
we krijgen een traditionele set-up met een makkelijk te volgen
verhaal en personages die zich soms wel enigszins bizar gedragen,
maar absoluut nergens vervallen in het soort van absurde
kwinkslagen waar Jarmusch vroeger al wel eens een voorliefde voor
toonde. De plot is nog steeds het minste van Jarmusch z’n zorgen –
anders had hij wel een ander einde aan z’n film geplakt – en wie
komt kijken om een netjes afgewerkt verhaaltje te zien, zal zich
waarschijnlijk rotvervelen. Maar er is ditmaal op z’n minst een
duidelijke narratieve draad, die het makkelijker maakt op de
gebruikelijke excentriciteiten van de regisseur te smaken.

Want zoals dat altijd het geval is, neemt Jarmusch graag z’n tijd.
Zijn hele filmografie is eigenlijk één lang experiment met tempo.
Hoe traag kan een film gaan, zonder domweg langdradig te worden?
Hoe laag kun je het tempo leggen zonder dat je je publiek verliest?
In het verleden is Jarmusch meer dan ééns van die balanceerkoord
afgevallen, maar ditmaal weet hij z’n film precies te monteren
zoals het moet – traag, maar niet saai. Bedachtzaam en zorgvuldig
uitgecalculeerd, maar nergens overtollig. We krijgen een hele resem
scènes van Bill Murray die op z’n sofa of in z’n auto zit en voor
zich uitstaart met de blik van een man die door niets nog verrast
wordt in het leven. Hij heeft het allemaal al gezien, allemaal al
eens meegemaakt. In die scènes gebeurt er bitter weinig, maar ze
vormen het hart van de film, omdat ze ons het hoofdpersonage tonen
zoals hij in essentie is, zoals hij is wanneer er geen anderen
bijzijn om hem af te leiden: hij zit op de bank en staart voor zich
uit. Passief, zonder de minste levenslust. Dan gaat hij liggen op
de bank. En dat is wel zo ongeveer zijn schema voor die dag.

Op die manier weet Jarmusch een droogkomisch beeld te scheppen van
een man die zich, misschien voor de eerste keer in z’n leven,
bewust moet worden van wat hij vroeger heeft gedaan. Don is een
Casanova, voor wie elke vrouw die hij ziet – ook tijdens zijn reis,
de hele film lang – de mogelijkheid biedt op een kortstondige
seksuele verovering. Wanneer hij die brief krijgt, wordt hij uit
z’n passiviteit gerukt en moet hij het feit onder ogen komen dat
die betekenisloze rendez-vous van toen wel degelijk gevolgen
hebben. Wie is de moeder van zijn zoon? Uiteindelijk is dat
onbelangrijk – wat ertoe doet is dat Don naar haar (en naar zijn
zoon zelf) op zoek gaat. Dat hij inziet dat zijn daden van toen nu
nog steeds echo’s achterlaten in het heden, en dat hij van zijn
sofa afkomt.

Naar goede gewoonte bij Jarmusch – en bij Bill Murray – is dat
beeld dus droogkomisch, en de tandem regisseur/acteur weten hier
een aantal hilarische pareltjes tevoorschijn te toveren. Zo is
buurman Winston een brave huisvader met vijf kinderen, die van z’n
vrouw een verbod heeft gekregen om nog te roken. Wanneer z’n oudste
dochter hem betrapt in de tuin, legt hij haar vriendelijk uit: ‘Dit
is geen echte sigaret, lieverd. Het is alleen maar een joint.’
Later in de film heeft Murray een ontmoeting met één van z’n
ex-lieven, die tegenwoordig een animal communicater is
(gespeeld door Jessica Lange). ‘Ik realiseerde me plots dat ik de
gave had om te begrijpen wat dieren wilden zeggen,’ vertelt Lange.
Murray vertrekt geen spier, maar de ironie druipt ervan af wanneer
hij vriendelijk informeert wat de huiskat momenteel van hem denkt.
De laatste jaren worden komedies steeds burlesker, met
schetengrappen, luid gevloek en allerhande gortigheden om toch maar
duidelijk te maken aan het publiek wanneer ze moeten lachen. Het is
heerlijk om een film als ‘Broken Flowers’ te zien, die van komisch
understatement een stijl apart maakt. Er wordt nérgens geknipoogd
naar het publiek van “kijk eens hoe grappig wij zijn” – regisseur
en acteur houden steeds een pokerface.

Zo zie je maar hoeveel de schijn van een verhaal kan uithalen:
Jarmusch kan rustig een trage film maken, hij kan het publiek op
een schaamteloze manier een conventioneel einde ontzeggen en hij
kan z’n humor zo droog houden als hij wil, gewoonweg omdat hij
ditmaal voor een sterke narratieve rode draad heeft gezorgd die z’n
publiek over al die drempels heendraagt. En omdat hij Bill Murray
heeft, natuurlijk, die hier opnieuw ruwweg hetzelfde nummertje
opvoert als in ‘Lost In Translation’
en ‘The Life Aquatic With Steve
Zissou’
, maar er toch in slaagt om het publiek nooit te
vervelen en altijd oprecht over te komen. Oké, je kunt zeggen dat
hij in herhaling valt en strikt genomen zou je daar geen ongelijk
in hebben, maar hey: veel slechtere acteurs doen dat al jarenlang.
Bill for president, en snel een beetje!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 2 =