Pelican :: March Into The Sea (EP)

Episch. Dit woord duikt zowat in elke Pelican-review op en dat is
zeker niet onterecht. Met deze EP als preview op het nieuwe album
The Fire In Our Throats Will
Beckon the Thaw
(jaja, naast hun muziek hebben ze ook lange
cd-titels met post-rock bands gemeen) laat het kwartet uit the
windy city
horen dat ze met het uit monolitische riffs
opgetrokken Australasia
nog lang niet aan hun plafond zaten. Vergelijkingen met andere
“instru-metal bands” zoals Isis, Cult of Luna en Neurosis dringen zich vaak op,
maar Pelican onderscheidt zich duidelijk van voorgenoemde groepen,
hoewel er zeker raakpunten zijn, zoals de lang uitgesponnen
composities en de logge gitaren.
Zo maken ze bijvoorbeeld geen gebruik van vocals en hebben ze die
ook niet nodig om je aandacht te grijpen en tot op het einde als
een pitbull vast te houden. Daarnaast bevatten hun nummers een
minder melancholische ondertoon en klinkt alles eerder
triomfantelijk (zoals gitarist Laurent Lebec zelf zegt: “We’re
a fucking triumphant band.
“)

Laat ik met de laatste track beginnen: de remix van ‘Angel Tears’
door Justin Broadrick (Jesu, Godflesh, Techno Animal,
etc.) Met behulp van keyboards, loops en een eenvoudig
piano-melodietje tovert Broadrick het 3e nummer op Australasia om tot iets wat
perfect op een Jesu-plaat zou passen. Het geheel klinkt ‘amorfer’
dan het origineel, eerder machinaal en dromerig, alsof iemand de
zwaartekracht een paar tellen naar omhoog heeft gedraaid. Een zeer
sterke remix dus, maar uiteindelijk is het ook niet meer dan dat:
een remix.

De echte blikvanger op dit schijfje is het 20 minuten lange
titelnummer ‘March Into the Sea’, een nummer dat op The Fire In Our Throats Will Beckon
the Thaw
drastisch ingekort werd. Op Australasia nam Pelican je mee
voor een trip door de woestijn onder een snikhete zon, deze keer
laten ze je het aurale equivalent van een wolkbreuk ervaren, een
gevoel dat mede versterkt wordt door het – zoals gewoonlijk –
magistrale artwork (voor één keer niet van de hand van
HydraHead-labelbaas & Isis-frontman Aaron Turner).
Aangezien de vorige plaat na een paar luisterbeurten teveel een
beetje monotoon kon gaan klinken, heeft de band dit euvel
overwonnen door meer frequente tempo- en melodiewisselingen toe te
passen die verre van geforceerd klinken. De ene hersensplijtende
riff gaat zeer natuurlijk in de andere over. Na 6,5 minuten werkt
het nummer naar een eerste climax toe, waarna enkel de drummer
verder speelt en hoge melodieuze gitaren Explosions In The
Sky-gewijs rond elkaar kronkelen. Hierna nemen de zware gitaren het
weer over en wordt er alweer naar een machtige climax toegewerkt.
Uiteindelijk dooft het nummer uit met een sfeervolle outro van
akoestische gitaren, piano en zelfs een dwarsfluit (!) waarvan de
haren op je lijf recht gaan staan. Prachtig.

Op deze 2 nummers tellende EP is de vooruitgang van het
riff-festijn dat Australasia was zeer merkbaar. Er
is meer aandacht voor melodie en variatie, wat de muziek rijker
doet klinken zonder dat er ook maar een greintje aan kracht moet
worden ingeboet. Pelican bewijst dat een band geen zanger nodig
heeft om groots en indrukwekkend te klinken. Meer zelfs, een stem
zou afbreuk doen aan de sfeer die deze band weet te creëren.
Episch? Zeker en vast!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − zeventien =