Il Mio Viaggio In Italia




Cinefielen zijn vreemde wezens, waar normale mensen doorgaans
liefst zo ver mogelijk van weg blijven. Net zoals iedereen die
geobsedeerd is door een bepaald onderwerp, of dat nu film is,
muziek, literatuur, voetbal of wat dan ook, voelt elke cinefiel een
bepaalde dwang om zich met films bezig te houden. Andere mensen,
normale mensen, gaan naar de bioscoop bij wijze van ontspanning, om
zich te vermaken op een zaterdagavond. Een cinefiel gaat omdat hij
een bepaalde film nu eenmaal gezien moét hebben. Geen “misschien”,
geen “als ik even tijd heb”, geen “ik zal ‘m wel meepikken als ze
‘m op tv geven”, neenee, vergeet het maar. Je moét die film zien,
want als je die film niet ziet dan, dan, dan… Tja, dan zal je
oude moeder ter plekke dood neervallen, je huis zal afbranden, je
zal miserabel en eenzaam sterven en je lijk zal pas gevonden worden
wanneer de buren na een week of twee de stank niet meer kunnen
harden en de politie bellen. En het soort films waar hij zich
verplicht voelt naar te kijken, zijn zelden vrijblijvende
komedietjes met Will Smith, of actiefilms van Jerry Bruckheimer.
Die kunnen leuk zijn, veronderstel ik, maar ze zullen niemands
leven veranderen. De films die je bijblijven, waar je hart sneller
van gaat slaan, zijn doorgaans degenen die méér willen bereiken en
betekenen, die meer ambitie hebben dan enkel vermaak. Oké, dat zijn
dan dikwijls ook wel de moeilijkere films, soms ontoegankelijk,
soms pretentieus – maar altijd met een ziel, met een emotionele of
intellectuele kern die ervoor zorgt dat we ze niet kunnen
vergeten.

Een deel van de mensen die dit leest, zit nu begrijpend te knikken.
Dat zijn de mensen die, zoals ik, regelmatig de fout maken om tegen
hun vrienden lange verhalen af te steken over films die die anderen
nooit gezien hebben en die hen geen bal interesseren. De laatste
jaren probeer ik erop te letten dat zo min mogelijk te doen – nu
giet ik m’n enthousiasme in m’n recensies en zit u ermee
opgescheept. En dan is er een heel groot deel van de mensen die dit
leest, die dat allemaal maar pretentieuze flauwekul vindt en naar
de nieuwste Amerikaanse remake van een Japanse horrorfilm wil gaan
zien. Het ga hen goed.

Martin Scorsese is zo’n beetje de ultieme cinefiel, en ‘Il Mio
Viaggio in Italia’ is zijn vier uur durende liefdesbrief aan de
Italiaanse films die zijn jeugd mee bepaald hebben en zijn carrière
als regisseur hebben gestuurd. Over de loop van de documentaire
schetst hij de loopbanen van regisseurs als Roberto Rossellini,
Vittoria de Sica, Frederico Fellini en Luchino Visconti – eerst
geeft hij een algemeen overzicht van wie ze waren en in welke
context hun films geplaatst moeten worden, vervolgens geeft hij een
uitgebreide analyse van drie of vier van hun projecten. Scorsese
neemt er z’n tijd voor, met lange fragmenten die dikwijls ook
gewoon voor zichzelf mogen spreken. Aan het einde van de rit – 240
minuten die voorbij vliégen – hebben we niet alleen een academische
syllabus gekregen van de Italiaanse cinema tussen pakweg 1940 en
1965, maar we hebben ook kunnen delen in de overzadigbare
filmpassie van iemand die niets liever doet dan naar films kijken
en ze maken.

Dat is wat Scorsese naar zijn documentaire brengt: hij ziet die
films oprecht graag, hij is verliefd op elke seconde ervan, en dat
gevoel probeert hij op de kijker over te brengen. De manier waarop
hij dat doet, is door zo min mogelijk te vervallen in technische
details. Hij steekt zelden of nooit litanieën af over belichting of
camerabewegingen, maar probeert duidelijk te maken welk emotioneel
effect de films hadden op hem persoonlijk. Hij vertelt over de
omstandigheden waarin hij ze bekeek, thuis op tv of in een bioscoop
in de buurt, en doet pogingen om, zo goed en zo kwaad als het kan,
het gevoel dat hij ervaarde bij het kijken, over te brengen op z’n
eigen publiek.

Dat wil niet zeggen dat Scorsese af en toe niet technisch wordt –
vooral zijn besprekingen van ‘Senso’ van Visconti, ‘L’avventura’
van Michelangelo Antonioni en ‘8 1/2’ van Fellini besteden veel
aandacht aan de manier waarop techniek wordt gebruikt om de inhoud
te ondersteunen. Goeie filmmakers – en geen enkele daarvan heeft de
naam Michael Bay of John Turtletaub – hebben altijd een reden om
hun camera ergens neer te zetten. Vaak is dat een zeer praktische
reden, soms een pretentieus-artistieke. Maar er gaat altijd een
redenering achter schuil, en Scorsese wijst ons daarop, door
commentaar te geven over fragmenten uit de films. Maar uiteindelijk
keert hij toch altijd terug naar de emotionele ervaring – het is
technologie ten dienste van inhoud en gevoelens, niet ten dienste
van zichzelf.

Scorsese toont zich hier, net als in z’n eerdere documentaire ‘A
Personal Journey Through American Movies’, simpelweg een
filmenthousiast, iemand die niet kan leven zonder films en die z’n
passie wil delen met anderen. Zoals hij het zelf uitlegt in z’n
commentaar, is de Amerikaanse cinema zodanig dominant geworden dat
de Europese films vergeten dreigen te worden – dat is in Europa
zelf al het geval, kun je nagaan hoe erg het in de VS wel gesteld
moet zijn. Ook hier in België en Nederland worden alle films die
niet Engels gesproken zijn, beschouwd als “anderstalige” films.
Zelfs Nederlands gesproken prenten. De beste manier om mensen aan
te zetten om naar bepaalde films te kijken, beweert Scorsese, is
door aan je vrienden te vertellen: ‘Ik heb die en die film gezien,
het was een goeie, jij moet ook gaan kijken.’ En dat is precies wat
de regisseur hier probeert te doen. Hij heeft die Italiaanse films
gezien en ervan genoten, en hij probeert ons zover te krijgen dat
we ze ook gaan opzoeken. En met succes: zijn liefde voor de prenten
is zo aanstekelijk, dat je na het bekijken van z’n documentaire
ogenblikkelijk de dichtstbijzijnde videotheek wilt binnenstormen om
elke Italiaanse film die je maar kunt vinden buiten te
zeulen.

Dit is een grootmeester van de cinema die z’n persoonlijke
favorieten met ons deelt. Waarom doet hij dat? Om dezelfde reden
dat een andere cinefiel z’n vrienden steendood verveelt met lange
verhalen over de films die hij zelf indrukwekkend vond: omdat hij
niet anders kàn. Omdat hij over die films moét praten, want anders
dan zal z’n ouwe moeder steendood neervallen, z’n huis afbranden en
hijzelf miserabel en eenzaam sterven om pas twee weken nadien
gevonden te worden wanneer de buren de stank niet meer kunnen
harden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + negentien =