Hoop Dreams




Soms gebeurt het wel eens dat films hun eigen onderwerp uitkiezen.
Andrew Jarecki begon destijds ‘Capturing
the Friedmans’
te maken als een korte documentaire over
professionele clowns die kinderfeestjes opvrolijken – op die manier
kwam hij David Friedman tegen, de oudste zoon van het gezin, en zo
ging de bal aan het rollen. Steve James’ ‘Hoop Dreams’, uit ’94,
neemt nergens zo’n dramatische wending als Jarecki’s film, hij
verandert niet openlijk van onderwerp, maar toch is er over de loop
van de prent een duidelijke evolutie merkbaar. James begint het
verhaal te vertellen van William Gates en Arthur Agee, twee tieners
die ervan dromen om basketball te spelen voor de NBA, maar naarmate
de jaren verstrijken, wordt ‘Hoop Dreams’ steeds meer een
verhandeling over de sociale omstandigheden waarin arme, zwarte
families in de VS maar al te vaak moeten leven. Wat begint als een
individueel verhaal van twee personen en hun gezinsleden, wordt op
den duur een onthullende dissertatie over de lower
class.

James begint de beide jongens te volgen kort voor ze aan de high
school beginnen, en blijft dat doen tot ze aan hun eerste jaar van
de universiteit zijn geraakt. We beginnen met twee kinderen van een
jaar of veertien die met grote ogen naar de televisie kijken, naar
hun grote helden op het basketbalveld. Nadat ze op de speelpleinen
in hun buurt ontdekt worden door een talentenjager, krijgen zowel
William als Arthur de gelegenheid om te beginnen aan een dure,
prestigieuze katholieke school, St. Joseph’s, die bekend staat voor
zijn basketploeg. Onder normale omstandigheden zou geen van beide
jongens ooit het geld kunnen ophoesten om naar die school te gaan,
en we zien hen een beetje onwennig door de gangen lopen – dit is
een overwegend blanke school, vol kinderen uit de suburbs,
een andere wereld.

William weet zich het best aan te passen aan zijn nieuwe omgeving –
hij werkt hard om zijn punten op het gewenste peil te houden en
begint meer dan beloftevol aan zijn carrière in de ploeg van St.
Joseph’s. Voor Arthur gaat het moeilijker. De lessen interesseren
hem niet en op het veld toont hij veel talent, maar weinig
discipline. Tijdens zijn eerste jaar moet hij St. Joseph’s
verlaten.

In Amerika kijkt daar niemand van op, maar als ik zoiets zie in een
film, kan ik haast niet anders dan me vragen stellen bij het
systeem dat toelaat dat een zwakkere leerling, een jongen die het
niet meteen kan opbrengen om zichzelf de hele tijd helemaal te
geven op de rijpe leeftijd van 14, simpelweg wordt afgevoerd. Eén
van de mooie dingen die ‘Hoop Dreams’ presteert, is dat de film ons
een blik gunt op hoe survival of the fittest nog steeds
dagelijks wordt doorgevoerd in de VS als sociaal principe. De
zwakkere leerling, het kind met gedragsproblemen, wordt niet
geholpen of gesteund – ongeacht z’n talent, ongeacht z’n
achtergrond, wordt hij teruggestuurd naar waar hij vandaan
komt.

Arthur heeft het tijdens de eerste helft van de film sowieso
moeilijker. Hij gaat terug naar wat we hier een
“concentratieschool” noemen in het ghetto, zijn basketcarrière is
zo dood als een pier, zijn vader verlaat het gezin en begint zelfs
crack te gebruiken. In één hartverscheurende scène zien we hoe
Arthur op een plaatselijk speelpleintje wordt aangesproken door
zijn vader, nu slechts nog een schim van de man die hij aan het
begin van de film was. Na een kort gesprek is hij weer weg en we
zien hem op de achtergrond een andere man aanspreken – er vindt een
soortement transactie plaats tussen hen en hoewel we niet zeker
kunnen zijn, ben ik ervan overtuigd dat dit de eerste keer was dat
we iemand live op film crack hebben zien kopen. Het gezin krijgt
het steeds moeilijker – moeder Sheila moet rondkomen met nog geen
300 dollar per maand, en vraagt het rechtuit aan de filmploeg: “Hoe
moet ik leven? Hoe moet ik mijn kinderen eten geven?” We horen dat
de elektriciteit nog maar net terug aan is, nadat die was
afgesloten wegens wanbetaling.

Voor William lijkt het makkelijker te gaan – hij wordt de
sterspeler van St. Joseph’s en de oogappel van zijn coach. Maar
zijn problemen beginnen later pas, wanneer hij een knieblessure
krijgt die maar niet wil genezen. Op de meest cruciale momenten,
wanneer hij tijdens een match het verschil tussen winst of verlies
kan uitmaken, of wanneer hij zijn kunnen wilt laten zien aan
talentenjagers voor professionele teams, begeeft zijn knie het. En
zo, ondanks al zijn inspanningen en al zijn harde werk, lijkt het
toch nog faliekant af te lopen.

‘Hoop Dreams’ biedt een fascinerend beeld op een sociaal systeem
dat geen vangnet biedt voor arme mensen. Arthur en William krijgen
een éénmalige kans om naar St. Joseph’s te gaan, maar de eisen die
aan hen worden gesteld zijn immens voor zo’n jonge kinderen.
William kan het aan, Arthur niet – hoewel op lange termijn Arthur
misschien nog het beste af is. Vanuit zijn eigen middelbare school
begint hij uiteindelijk toch weer basket te spelen en nu, een paar
jaar ouder en met alweer heel wat miserie achter de rug, wil hij er
écht iets van maken. Terwijl William met z’n knie sukkelt, scoort
Arthur de éne overwinning na de andere. Zo gaat dat dan. Ontsnappen
uit een ghetto is mogelijk, maar alleen op dezelfde manier waarop
het in theorie mogelijk is om levend door een mijnenveld te raken.
Zet één stap verkeerd en je bent eraan voor de moeite – ook al ben
je al bijna aan het einde van dat veld. Voor zover je hulp krijgt
van anderen, wordt die afgewogen tegen je prestaties – altijd
opnieuw die prestatiegerichtheid. Scoren, winnen, slagen in alles
wat je doet. Want als je faalt, vlieg je terug naar dat ghetto waar
je vader aan de crack zit en je moeder zich aan de keukentafel met
een getergde blik afvraagt waar ze het geld vandaan moet halen voor
je volgende maaltijd.

Steve James maakte ‘Hoop Dreams’ in de dagen voor reality
tv
, en doet dan ook iets dat tegenwoordig waarschijnlijk niet
meer gepikt zou worden: hij bewaart een respectvolle afstand van de
jongens en de familie. Natuurlijk filmt hij hen ook in hun
privé-leven, maar hij dringt zich niet op. De verslaving van
Arthurs vader wordt niet uitgebuit voor emotioneel effect, maar
droogweg vermeld, waarna de film verder gaat met Arthurs pogingen
om iemand te worden in het sportwereldje. Op een bepaald moment
komen we erachter dat William al een jaar lang vader is van een
dochtertje – meer dan een jaar lang heeft hij dat geheim kunnen
houden terwijl een cameraploeg zijn doen en laten volgde, tot hij
zélf besloot om het bekend te maken. William en Arthur worden door
de filmmakers niet beroofd van hun privé-leven, wat de indruk
versterkt dat er niet of nauwelijks door hen wordt gemanipuleerd.
Natuurlijk zal film nooit de volledige waarheid vertellen, wanneer
je een dikke vijf jaar uit het leven van twee mensen reduceert tot
een film van drie uur, zullen er altijd dingen verloren gaan, maar
je krijgt wel het idee dat dit het leven is zoals het echt
plaatsvindt, niét zoals het wordt geïnterpreteerd en gemanipuleerd
door een stel documentairemakers die uit zijn op goedkoop
effectenbejag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 2 =