The Door in the Floor




We leven in een wereld vol onrustwekkende tendensen: terrorisme, de
verrechtsing van de samenleving, oprukkend nationalisme, constante
herhalingen van ‘F.C. De Kampioenen’ en, alsof dat allemaal nog
niet erg genoeg was, nu ook het ontstaan van een nieuwe familie
kindacteurtjes. Na Dakota Fanning, het onuitstaanbaar arische
creatuur dat ons onlangs nog kwam lastigvallen in ‘War of the Worlds’, krijgen we nu haar
jongere zusje Elle (zeven jaar oud en voorbestemd om nét zo
irritant te worden als haar zus), in ‘The Door in the Floor’. Nog
even en we krijgen een nieuwe clan in de traditie van de Culkins.
Be afraid. Be very afraid.

Voor het overige valt er al bij al maar weinig interessants te
melden over ‘The Door in the Floor’, een nogal onevenwichtig
melodrama, losjes gebaseerd op de roman ‘A Widow For One Year’ van
John Irving. Jeff Bridges en Kim Basinger spelen de hoofdrollen als
Ted en Marion Cole, die een aantal jaar geleden hun twee
tienerzoons hebben verloren bij een auto-ongeluk. Op het moment dat
we ze leren kennen, ligt hun huwelijk aan flarden: Ted, een auteur
van kinderboeken die in z’n vrije tijd al eens graag een
naaktportret schildert, is beginnen drinken als een Zwitser en
Marion vult haar dagen met lange wandelingen over het strand, een
melancholische blik in haar ogen. Het koppel heeft nog een jong
dochtertje, Ruth (Elle Fanning dus), dat heen en weer wordt
geslingerd tussen haar beide ouders.

Tijdens de zomer krijgt het ongelukkige koppel bezoek van Eddie
(Jon Foster), een zestienjarige jongen die wanhopig een schrijver
wil worden en zichzelf, zoals alle aspirant-schrijvers, veel te
serieus neemt. Eddie zal enkele maanden lang als assistent dienen
van Ted, maar raakt gaandeweg betrokken in de emotionele, mentale
en seksuele koude oorlog tussen hem en Marion.

In essentie is dat nog wel een boeiend gegeven: ‘The Door in the
Floor’ gaat over twee mensen die zowat het meest traumatiserende
meemaken dat een koppel ooit kàn beleven, en die vervolgens geen
enkele manier kunnen vinden om er samen uit te komen. Over de loop
van de film zien we niet alleen hun gezamenlijke leven, maar ook
hun persoonlijke emotionele bestaan imploderen. Eddie, de
onschuldige jongen die zonder het te beseffen of te willen in die
hele bende terechtkomt, gaat als pion dienen in de nooit aflatende
veldslag tussen die twee mensen.

Tot zover zit alles dus wel goed, het basisconcept voor een goeie
film is er. Het probleem is dat die zelfdestructie van dat koppel
op een nogal oppervlakkige manier in beeld wordt gebracht. Kim
Basinger doet ongelooflijk haar best als Marion, een vrouw van wie
we zien dat ze ooit een ongelooflijke schoonheid moet zijn geweest,
maar die nu haar beste tijd wel heeft gehad. Basinger speelt de rol
vrijwel zonder make-up en loopt continu rond met de getergde blik
van iemand die de malende mechanismen van haar eigen verstand met
de beste wil ter wereld niet kan stopzetten. Het is, onder de
omstandigheden, een degelijke acteerprestatie, maar ze krijgt zo
weinig interessants om te doen. Ze betrapt Eddie terwijl die aan
het masturberen is (met de deur open, trouwens, de idioot) en
besluit à la minute om hem dan gelijk maar even te verleiden en
over de loop van de zomer half gek te neuken. Wanneer ze daar niet
mee bezig is, loopt ze over het strand of zit ze op een sofa voor
zich uit te staren met de blik op oneindig. En dat is dan hoe in
deze film een vrouw omgaat met het trauma dat haar leven heeft
lamgelegd. Strikt genomen is het allemaal niet onmogelijk, maar het
is niet genoég. Ik zat de hele tijd te denken aan Atom Egoyans
meesterlijke ‘The Sweet Hereafter’,
en hoe twee ouders die hun kinderen verloren in een busongeluk in
die film, hun verdriet probeerden te verdrinken in vrijwel
emotieloze seks. Wat die personages deden, was hetzelfde als wat
Kim Basinger hier doet: ze gebruikten seks als vluchtmiddel. Maar
in dié film werd daar een context aan gegeven, we begrepen waarom
ze dat deden, omdat ze voor en na de seks ook al eens een paar
interessante dingen tegen elkaar zeiden.

Jeff Bridges, op zijn beurt, is alweer oerdegelijk als Ted –
Bridges is één van de meest onverstoorbare acteurs van zijn
generatie, iemand die schijnbaar voor elke rol rustig z’n tijd
neemt om ‘m helemaal te doorgronden en dan rustig op te bouwen. Die
zacht brommende stem, die slome gebaartjes, die berustende blik in
de ogen suggereren een acteur die precies weet wat hij doet. Maar
het scenario laat ook hem in de steek – Teds escapades vervallen op
den duur in kluchtige toestanden die behoorlijk uit de toon vallen
in zo’n zwaar drama. Kijk maar eens naar een scène waarin hij op de
vlucht moet voor een razende dame die probeert hem te overrijden
met haar Jeep. Ted vlucht een boekenwinkel binnen, waar de eigenaar
hem prompt al z’n boeken laat signeren. Vervolgens wordt hij terug
naar huis gereden door een literatuurstudente die danig onder de
indruk is van zijn aanwezigheid en hij doet haar meteen een
voorstel om te komen poseren voor een portret. Op dat moment zitten
we niet meer in een relatiedrama, maar in een farce, een soortement
deurenkomedie. En daar kan ook Jeff Bridges niets aan
verhelpen.

Jon Foster, tenslotte, schiet duidelijk tekort tegenover het
acteergeweld van Bridges en Basinger. Acteren is méér dan alleen
maar grote ogen trekken, zelfs al bestaat je rol er dan uit de
verloren onschuld te vertolken. Zet hem tegenover ervaren acteurs
en hij ziet er ronduit geïntimideerd uit.

‘The Door in the Floor’ bevat de kiemen van een goeie film, maar
wat hier nodig was, is een grondige poetsbeurt van het scenario,
zodat de toon ervan consequenter had kunnen worden en ook Basingers
personage verder had kunnen worden uitgediept. Niettemin, je moet
het ze nageven: de prent bevat één van de allerbeste laatste shots
die ik ooit heb gezien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =