Dear Frankie




Eigenlijk is het gek: maak een tranentrekker in Hollywood en
iedereen zal het noemen wat het is: een tranentrekker. Maak er één
in Europa, liefst ergens waar de locaties lekker troosteloos ogen
en de mensen niet zo onnatuurlijk ravissant zijn als in Tinseltown,
en opeens hoor je kreten als “emotioneel oprecht!” en “ontroerend
menselijk drama!” ten hemel stijgen, zelfs wanneer die al bij al
niet echt verdiend zijn door de film. Shona Auerbach wist dat
trucje te flikken met ‘Dear Frankie’, een ongegeneerd Kleenex-drama
dat om de één of andere reden over de grote plas alom geprezen werd
om z’n gebrek aan vals sentiment. Ofwel ben ik gewoon een harteloze
klootzak die geen emotie van sentiment kan onderscheiden (een
mogelijkheid als een andere), ofwel ligt het toch aan dat zwak dat
mensen hebben voor personages die Engels spreken met een
eigenaardig accent. Hoe het ook zij, wat ik zag in ‘Dear Frankie’
was publieksmanipulatie grand cru, die veel minder met de
echte wereld te maken heeft dan de makers ons willen doen
geloven.

Frankie (Jack McElhone) is een negenjarig jongetje dat samen met
z’n moeder (Emily Mortimer) en grootmoeder (Mary Riggans) verhuisd
is naar een klein stadje aan de Schotse kust. Aangezien Schotland
in de cinema één grote sociale woonwijk is, weet u wat u kan
verwachten: winkels waar ze het soort goedkope fish ‘n chips
verkopen dat ik nog niet met een revolver tegen m’n kop zou opeten,
groezelige café’s en deprimerende woonkazernes. De familie is
tijdens de voorbije jaren keer op keer verhuisd om Frankies
gewelddadige vader te ontlopen. Om haar zoon op z’n minst de
illusie te geven dat zijn vader een goed mens is, maakt ze hem wijs
dat hij op een schip zit, de HMS Accra, en schrijft ze zelf brieven
naar Frankie in zijn naam. Wanneer echter blijkt dat er écht een
HMS Accra bestaat en dat die boot binnen twee weken aan wal komt,
staat ze voor een niet erg aantrekkelijke keuze: Frankie de
waarheid vertellen of iemand anders vragen om de rol van vader te
spelen? Op die manier komt ze terecht bij het spook van de opera
zelf, Gerard Butler, die enkele dagen lang de papa uithangt en –
verhip! – zowaar vaderlijke gevoelens krijgt tegenover het klein
grut.

Die plot op zichzelf belichaamt sowieso al alle kenmerken van een
ouderwets jankfestijn: de moedige moeder, het kranige kind, de
verloren vader, de verleidelijke vreemdeling en de grandioze
grootmoeder. De indruk die je krijgt, is niet dat je naar echte
mensen aan het kijken bent, maar wel naar standaardfiguren, die van
het rek “melodrama-clichés” werden gehaald. De sterkste drama’s in
dit genre, diegenen die mij persoonlijk bijblijven, zijn gewoonlijk
diegenen waarin het minste wordt uitgesproken. Kijk maar naar
‘In The Bedroom’, een toonbeeld van
dramatisch minimalisme: alle emotie borrelde onder de oppervlakte,
maar kreeg nauwelijks de kans om naar boven te komen. Wanneer dat
dan toch gebeurde, was het resultaat adembenemend (die ruzie tussen
Sissy Spacek en Tom Wilkinson!). En zo zijn er nog films – de nooit
uitgesproken liefde tussen Bill Murray en Scarlett Johansson in
Lost In Translation’ was
fenomenaal. Vergelijk dat dan met ‘Dear Frankie’, waarin àlles
wordt uitgesproken. Dit is een heel letterlijke film – geen emotie
of ze wordt je drie, vier keer met hand en tand uitgelegd opdat
iedereen het toch maar begrepen zou hebben. En dat gaat op den duur
behoorlijk tegensteken.

Maar met die plot houdt Shona Auerbach het nog niet voor bekeken,
want – hou u vast aan uw zakdoeken – Frankie… is… (de krop in
mijn keel verhindert me welhaast om verder te schrijven)… hij
is… doof! De kleine hoort geen lap! En voor het geval u
dààrna nog niet aan het janken bent, voert de regisseur tegen het
einde van haar film alsnog de echte vader van Frankie op, die…
(de krop in mijn keel barst los in onhoudbaar geschrei van pure
menselijke, oprecht emotionele miserie) die… op sterven
ligt!
Zoals de goddelijke Thelma Ritter het al zei in ‘All
About Eve’: ‘What a story! Everything but the bloodhounds
snapping at her rear end.’

Auerbach weet simpelweg niet hoe ze informatie moet overbrengen
naar haar publiek zonder een personage voor haar camera te zetten
en het hem of haar domweg te laten zeggen. Laat staan informatie
over de emoties van de personages, want dat is de moeilijkste om op
een subtiele manier in je film te stoppen. Zelfs Frankie, die
nochtans niet kan praten, krijgt toch de gelegenheid om dat te doen
via een voice-over die zijn brieven naar z’n vader voorleest. Alles
moet letterlijk gezegd worden, het publiek krijgt absoluut niets te
doen.

Komt daar nog bij dat de situaties niet altijd even geloofwaardig
zijn. Hoe groot is de kans dat dat schip uitgerekend aanmeert in
het onooglijke gat waar Frankie is komen wonen? Hoe bestaat het dat
er zich binnen een ruimte van pakweg een uur of vier, vijf
plotseling een hechte vader/zoon-band ontwikkelt tussen een kind en
een volslagen vreemde? Indien de plot wat geloofwaardiger en minder
openlijk manipulatief aan de man was gebracht, had ik dat misschien
nog kunnen aanvaarden (een goeie regisseur kan ongelooflijke
bullshit aan het publiek verslijten zonder dat ze ophouden in ‘m te
geloven), maar zoals het hier is… Nope.

Auerbach heeft heel wat mensen in de luren kunnen leggen met ‘Dear
Frankie’ – sommige mensen zijn er schijnbaar van overtuigd dat ze
de nieuwe Mike Leigh of Ken Loach gevonden hebben – maar mij maakt
u niks wijs: dit is ongeveer even dramatisch diepgravend als een
aflevering van ‘Thuis’, maar dan met een iets betere cast en iets
meer middelen gedraaid. Niet dat er persé iets mis is met ‘Thuis’,
maar hou het alstublieft waar het hoort: op tv, en dan nog liefst
niet in prime time.

http://www.miramax.com/dearfrankie/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =