Batman Begins

De enige echte Batman is en blijft natuurlijk Adam West – een
ietwat pafferige man van middelbare leeftijd in een maillot die op
z’n duizend gemakken aan een touw een torengebouw opkruipt, enkel
om onderweg even stil te blijven staan, in de camera te knipogen en
te zeggen: ‘Now kids, don’t smoke cigarettes!’ Wat kan er
ooit beter zijn dan dat? Sindsdien heeft de franchise een oneffen
parcours afgelegd, via de prachtig vormgegeven films van Tim Burton
en de vreselijke mishandeling van het concept waar Joel Schumacher
zich schuldig aan maakte. Nu, na een pauze van acht jaar, is het
aan Christopher Nolan, regisseur van ‘Memento’ en ‘Insomnia’, om nieuw leven te blazen in de
comateuze reeks. Hij doet dat met een degelijke genrefilm die
sowieso een sterke verbetering betekent tegenover de
Schumacher-miskleunen (hoe kan het ook anders?), maar die zich nog
steeds niet kan meten met Tim Burtons eighties classic.

Nolan gaat in ‘Batman Begins’ de origine van de mythologie na –
Bruce Wayne (Christian Bale), is de zoon van een steenrijke
industriëel die zijn fortuin aanwendt om de armen te helpen, maar
die op een avond voor de ogen van Bruce samen met zijn vrouw wordt
doodgeschoten door een overvaller. Bruce raakt op de dool en
terwijl het familiebedrijf geleid wordt door slijmerige manager
Earle (Rutger Hauer), slaagt hij erin om ergens in Azië in een
gevangenis te belanden. Daar wordt hij uit gered door Ducard (Liam
Neeson), een geheimzinnig personage dat lid is van de League of
Shadows, een organisatie die criminelen op een hardhandige manier
aanpakt, omdat de wet dat nu eenmaal niet kan.

Eens hij weer thuis is, verzint Wayne met behulp van zijn butler
Alfred (Michael Caine) zijn vleermuizenpersona en trekt hij erop
uit om Gotham City op te kuisen. Hij gaat achter gangster Carmine
Falcone (Tom Wilkinson) aan, een ploert die de stad doet verzuipen
in de drugs, en hij krijgt ook te maken met de gruwelijke
psychiater Jonathan Crane (aka Scarecrow, gespeeld door Cillian
Murphy), die een plan heeft ontwikkeld om een zwaar hallucinogeen
te verspreiden via de waterleidingen.

Dat is behoorlijk wat – de meeste superheldenfilms hebben één held
en één schurk, deze heeft een voetbalteam aan beide. Buiten Tom
Wilkinson, Cillian Murphy en Rutger Hauer, krijgen we als
boosdoeners ook nog Ken Watanabe én een verrassingsoptreden dat ik
uiteraard nooit zou willen verraden. Aan de kant van de goeien
krijgen we buiten Alfred ook nog Katie Holmes als een openbaar
aanklaagster (en met haar looks is ze natuurlijk érg geloofwaardig
in die rol), Morgan Freeman als een soortement uitvinder die Bruce
voorziet van zijn speeltjes én Gary Oldman als de laatste eerlijke
flik in Gotham City. En als u denkt dat dat allemaal nog niet
genoeg is, hou dan in gedachte dat we daarbovenop ook nog eens
flash-backs krijgen naar de jeugd van Bruce om z’n fascinatie met
vleermuizen te verklaren en de dood van z’n vader te laten zien.
Het voornaamste bezwaar dat ik heb tegen de film, is dat hij op die
manier overladen raakt met plotlijnen en personages. Het leuke aan
pakweg ‘Spider-Man 2’ (nog steeds de
beste comic book movie tot op heden), was dat zeker de helft van de
film gespendeerd werd aan scènes die in principe niks te maken
hadden met de plot, maar die de personages tot leven brachten. Hier
is dat geen optie – die plot is zo’n uitgebreid, complex, log
bakbeest dat echt élke seconde van ‘Batman Begins’ ertoe moet
bijdragen. Nolan kan het zich nooit permitteren om ook maar even
stil te staan en om zich heen te kijken. Z’n film duurt nu al 140
minuten, stel je voor dat hij dat er nog bij had moeten
nemen.

Wat wel een leuk idee was, was het toevoegen van een subtext rond
het verschil tussen wraak en gerechtigheid. Batman is een
vigilante-held die het recht in eigen handen neemt omdat de
corrupte autoriteiten daar niet toe in staat zijn. Met dat soort
van verhaallijnen bevind je je op gevaarlijk moreel gebied – hoe
verantwoord je dat soort van geweld? De meeste van dit soort films
gaan nogal licht over dat vraagstuk, Nolan maakt er echter een
centraal thema van: de League of Shadows promoot zuivere
wraakgevoelens, waarbij alles en iedereen die iets verkeerd doet
een kopje kleiner wordt gemaakt, Batman zelf zoekt echter naar iets
anders, naar gerechtigheid in de ware zin van het woord. Die
tegenstelling wordt vrij goed aan de man gebracht, wat leuk is,
aangezien ze de kern uitmaakt van zowat elk verhaal in dit
genre.

Nolan ging ook voor een meer down to earth-look voor de
film. We krijgen te zien hoe het Batkostuum in elkaar zit, de
Batmobiel is niet meer dan een soort Humvee van gepantserd en in
het zwart geschilderd staal. Al die klassieke Batman-parafernalia
krijgen hier een zeer aards aspect. Ook de slechteriken zijn in
essentie gewoonweg gangsters, die af en toe al eens een masker
opzetten om niet herkend te worden en op die manier aan hun alter
ego geraken. Het fantasie-aspect (dat bij Tim Burton nog levend en
wel was), wordt hier sterk teruggeschroefd, alsof Nolan erop uit is
om ons te doen geloven dat dit allemaal echt mogelijk is. De
regisseur perst elk laatste druppeltje realisme dat hij kan vinden
uit het concept. De kitsch en camp, die inherent zijn aan het
genre, worden hier teruggeschroefd tot ze bijna volledig
verdwijnen. Dat was een gedurfde keuze van Nolan, maar één met
gemengde resultaten: aan de éne kant vermijdt hij daarmee
natuurlijk over de top-onzin zoals Schumachers films, maar aan de
andere kant blijft ‘Batman Begins’ daardoor ook grotendeels
humorloos (alleen Alfred zorgt af en toe voor een komische noot) en
visueel weinig explosief. Tim Burtons episodes in de reeks spatten
van het scherm met immense, expressionistische decors en kleurrijke
personages (denk maar aan Jack Nicholson als Joker) – Burton
begreep zelf ook wel dat hij een stripverfilming aan het maken was
en amuseerde zich ermee. Omdat Nolan echter realistisch wil gaan
met de reeks, elimineert hij dat hele aspect. Het is
geloofwaardiger en de toon van het hele ding is gepast duister en
somber, maar er zit absoluut geen vreugde in de film, geen gevoel
van fun.

De acteurs leveren knap werk: Christian Bale, pijnlijk mager in
‘The Machinist’, ziet er hier uit
als een man van staal en legt een gezonde dosis agressie in z’n rol
– dit is de pissed off-versie van ‘Batman’, en het is leuk
om zien. Hij wordt omringd door een legioen karakteracteurs die
nauwelijks commentaar nodig hebben. Mijn persoonlijke favoriet was
Michael Caine als Alfred, allicht omdat hij de enige is die al eens
een grapje durft te maken. Alleen Katie Holmes zorgt voor een valse
noot in de cast – iemand zou de knappe jongedame echt eens moeten
uitleggen dat acteren meer is dan één mondhoek optrekken en onder
je ellenlange wimpers loeren.

Nolan heeft in ieder geval de reeks weer tot leven gebracht –
‘Batman Begins’ heeft zo z’n gebreken, maar het is een
onderhoudende film met een paar kappe actiesegmenten. Wat kun je
redelijkerwijs nog meer verwachten in dit genre? Ze kunnen
tenslotte niet allemaal ‘Spider-Man
2’
zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − elf =