dZihan & Kamien :: Fakes

Wat krijgen we nou? Het promo-exemplaar van deze Dzihan &
Kamien moet een grap zijn. Op de tweede schijf van deze dubbelaar
staat namelijk het volgende te lezen: “This cd contains song
excerpts only
“. Mooi is dat. Zeventien minuten om een plaat te
beoordelen? En een bijhorende promotekst die ons moet overtuigen
hoe ongelooflijk deze plaat wel is? “Yet, the real surprise is
the second cd.”
Inderdaad, een heel onaangename. En de
beunhazen van Couch Records maken het nog bonter. “Music is our
only goal and asset. Should our work appeal to you in any way,
please show your appreciation by not copying it.
” Nee, beste
labels, voor de rol van deurmat of pispaal bedanken we. Of moeten
we voortaan ook maar flarden recensie plaatsen? Respect voor muziek
verkrijg je niet met een betuttelende attitude als deze. Daar
bestaat zelfs een woord voor: fake.

Waar we wel iets over kwijt kunnen is het eerste schijfje van dit
album. Twaalf integrale (oef!) remixen die het Oostenrijkse duo
dZihan & Kamien klaarstoomde met bronmateriaal van
uiteenlopende artiesten als Billie Holiday, Serge Gainsbourg, Nitin
Sawhney of Tosca. Afgaand op de ons bekende originelen zijn deze
remixen van onder een flink laagje stof getoverd en die indruk
wordt bevestigd bij het luisteren. Want de tijd dat de
(afschuwelijke) term ‘lounge’ niet muf en belegen klonk ligt, is
intussen voltooid verleden tijd. Het genre beleefde zijn hoogtepunt
met artiesten als Kruder & Dorfmeister, hun spin-offs Peace
Orchestra en Tosca, Fila Brazillia en Thievery Corporation. Talloze epigonen
volgden, waaronder een rits kwalitatieve zoals de subtoppers dZihan
& Kamien. Maar de tijden zijn veranderd. Lounge bleek een reus
op lemen voeten en met het aantal verzamelaars dat op de markt
kwam, kon het Atomium enkele keren in een nieuw blinkend kleedje
worden gestoken. Vandaag geurt lounge naar mottenballen en oude
bomma’s, iets wat enkele pretentieuze yupclubs en zogenaamd trendy
cafés in het Antwerpse nog steeds niet lijken begrepen te
hebben.

Natuurlijk hoeft muziek die gedateerd klinkt helemaal niet slecht
te zijn. Op zijn best klinkt dit oudere werk erg degelijk, op
andere momenten onderhoudend. En laat dat nu net de achilleshiel
zijn van sofamuziek als deze: nooit vervelend, maar ook zelden of
nooit innemend. Best te pruimen is ‘Don’t Explain’ waar de
melancholische stem van Billie Holiday mooi met percussie
onderbouwd wordt. Ook de onderhuidse melancholie uit Tosca’s
‘Busenfreund’ weten d&K te bewaren. ‘Ambala’ van Pramod
Upadyaya is chill out volgens de regels van de kunst, net als het
naar nu-jazz geurende ‘Touch The Sun’, steeds met de typerende
lichtvoetige percussie eroverheen gedrapeerd. Maar af en toe flirt
onze vinger toch met de skipfunctie. Zo gaan d&K flink de mist
in met hun makeover van ‘Je T’Aime… Moi Non Plus’ van Gainsbourg.
De stomende seks uit het origineel wordt herleid tot steriele en
slaapverwekkende VT4-erotiek.

Wie nog wel plaats heeft voor een extra chill out-plaatje, zal zijn
vingers niet verbranden aan ‘Fakes’. Het tweede luik waarin het
jazzcombo The Brut Imperial Quintet zwierige versies van
D&K-klassiekers uit de hoed helpt toveren is zelfs – zo
vermoeden we toch – bijzonder te pruimen. Maar illegale
internetwegen bewandelen om daar zekerheid over te verkrijgen
zullen we niet doen. De platenfirma vroeg ons toch om respectvol
met muziek om te springen, right? We zeiden het al: over een
dergelijke behandeling zijn we helemaal niet te spreken. Over die
blonde van op café daarentegen…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 9 =