41035




De eerste echte Nederlandse politieke thriller, maar de
voorgeschiedenis van de film is eigenlijk spannender dan de intrige
zelf: op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn, extreem-rechts populistisch
politicus en voorzitter van z’n eigen partij, vermoord toen hij een
radiostudio in Hilversum verliet. Twee en een half jaar later, op 2
november 2004, werd Theo Van Gogh, controversiëel filmmaker met
uitgesproken meningen over al wat maar naar Islam rook,
neergeschoten terwijl hij door Amsterdam fietste. Van Gogh was op
dat moment de laatste hand aan het leggen aan een film over de
moord op Fortuyn – irony’s a bitch. De regisseur werd
plotseling al evenzeer een martelaar voor de rechtse zaak als zijn
onderwerp en zijn film werd zowaar gebombardeerd tot een testament
voor (daar komt-ie, u vroeg het zich al af) de vrije meningsuiting.
Was het allemaal de moeite?

Van Gogh en scenarist Thomas Ross fantaseren voor hun versie van de
feiten een samenzweringstheorie bij elkaar waarvan zelfs Oliver
Stone zou zeggen: “Jongens, gaan jullie ‘t nu niet een béétje ver
zoeken?” Held van het verhaal is fotojournalist Jim de Booy, die op
het moment van de moord aan de andere kant van het Mediaplein een
soapster staat te fotograferen. Zijn kiekjes blijken achteraf
bizarre informatie te bevatten, die suggereert dat Volkert van der
G. misschien niet alleen gehandeld heeft. Eén en ander leidt in de
richting van Aysa Him, een Turkse die samen met Volkert in de
Vereniging Milieu Offensief zat, haar vriend Erdogan (Cahit Ölmez,
u misschien nog bekend uit de serie ‘Flikken’) en een stelletje
mysterieuze rijke bonzen die achter de schermen alle touwtjes in
handen houden.

Meer vertellen over de plot zonder belangrijke details te
onthullen, zou moeilijk zijn. Laat het volstaan te zeggen dat Jim
zijn eigen leven en dat van zijn zestienjarige dochter riskeert in
zijn zoektocht naar de waarheid en dat Van Gogh – omdat hij het
uiteindelijk toch nét niet aandurfde om openlijk een Islamitisch
complot tegen Fortuyn uit z’n duim te zuigen – de schuld legt bij
die oude, vertrouwde boosdoeners: big business. Pimmetje de
integere volksvertegenwoordiger stond in de weg van de rendabele
zakenbelangen van het establishment, en moest dus uit de weg worden
geruimd. Jaja, en Lee Harvey Oswald heeft op z’n eentje Kennedy
vermoord.

Dat Van Gogh niet vies is van een staaltje schaamteloze demagogie
en manipulatie op z’n tijd, mag duidelijk zijn. Aan het begin van
de film toont hij de reacties in een café op de moord op Fortuyn –
een paar klanten bestellen gelijk een fles champagne om het
heuglijke feit te vieren, maar een zwarte dame huilt in close-up
bittere tranen. Zou er ook maar één zwarte gehuild hebben om
Fortuyn? Zou ook maar één linkse rakker zo dom zijn geweest om in
een vol café de moord openlijk te beklinken? Ik betwijfel het, maar
ondertussen heeft Van Gogh toch maar z’n punt duidelijk gemaakt.
Veel later krijgen we een montage van televisieprogramma’s waarin
Fortuyn aangevallen wordt door politieke tegenstanders – ze noemen
hem een fascist, de nieuwe Mussolini en zelfs “een minderwaardig
mens”. En daar tegenover zet Van Gogh dan beelden van een breed
glimlachende Fortuyn, schedel blinkend in de spotlichten, die zijn
gevolg salueert en zijn slogan “at your service” afsteekt.
De boodschap: de kogel kwam misschien niet helemààl van links, maar
toch een beetje – de onophoudelijke politieke aanvallen die Fortuyn
te verduren kreeg, hebben bijgedragen tot een klimaat waarin de
moord kon gebeuren. Onzin, als u het mij vraagt – in een open
debatcultuur worden politici nu eenmaal op het matje geroepen voor
de dingen die ze zeggen in het openbaar, ze worden aangevallen en
bekritiseerd. Moeten we dat maar laten vallen omdat de één of
andere gek misschien naar een pistool zou kunnen grijpen? Er is
geen enkel concept de laatste jaren zo ongelooflijk misbruikt als
dat van de vrije meningsuiting. In de naam van dat heilig principe,
eigenen sommige politici zich het recht toe eender wat voor de
voeten van het publiek te werpen, zonder dat iemand daar commentaar
op dient te leveren, want dan belemmer je die vrijheid. Vrijheid
van meningsuiting is niets meer geworden dan het recht om tegen de
anderen te zeggen dat ze moeten zwijgen. Het is geen toeval dat het
Vlaams Blok/Belang onderhand al twee jaar lang als een hitsige hond
het been van Fortuyns spook berijdt – ze hadden zich toch zo graag
aan de herinnering aan Fortuyn willen liëren, om een graantje mee
te pikken van zijn martelaarschap, en het lukte hen maar niet. Ach
ja.

Maar goed, de film. De eerste tien minuten van ’06/05′ zijn zonder
zonder meer magnifiek in elkaar gestoken: een vlijmscherpe montage,
een hels tempo en een goede soundtrack zorgen ervoor dat de
openingssequens van de film, die aanleidt tot de moord op Fortuyn,
als een sneltrein voorbij raast – meteen krijgen we een energy
boost
, het camerawerk is hip en de verschillende personages
worden op een ingenieuze manier vrijwel allemaal tegelijk in het
strijdtoneel gegooid. Van Gogh zal dat niveau verderop in de film
nooit meer behalen, maar soms komt hij wel in de buurt: hij heeft
zich duidelijk laten inspireren door Oliver Stone’s ‘JFK’ en probeert door een gelijkaardige
montage en visuele stijl te hanteren, ook diezelfde koortsachtige
energie te bereiken. Meer dan wat ook wil Van Gogh overtuigen, hij
wil z’n kijkers het gevoel geven dat ze naar een belangrijke film
aan het kijken zijn, een film die hen dingen vertelt waarvan Het
Establishment niet wil dat ze die zien. Dat is het gevoel dat
‘JFK’ perfect tot leven wist te
roepen. Voornamelijk met behulp van een sterke hoofdrol van Thijs
Römer, slaagt Van Gogh er af en toe in om hetzelfde te doen.

Van Gogh kón filmen: hij maakt op ingenieuze wijze gebruik van
archiefbeelden, de dialogen bekken doorgaans wel lekker en de
stilistiek van de prent is voor het overgrote deel comme il
faut
. Maar dat alles kan niet verbergen dat de
samenzweringstheorie die hier wordt opgehangen, geen moment
overtuigt en dat Jack Wouterse fenomenaal miscast is als
hoofdbooswicht Van Dam. Dat is dan zogezegd de Grote Man Achter De
Schermen, maar telkens we hem zien, krijgen we enkel een
zwaarlijvige kerel op het scherm die half in de schaduw vage
dreigementen uitspreekt terwijl hij aan een verdacht dun sigaretje
trekt en een spelletje flipperkast speelt op z’n computer. Wouterse
straalt ongeveer evenveel dreiging uit als die dikkerd die u elke
middag op de bovenverdieping van de Quick eenzaam met z’n Giant
kunt zien zitten.

’06/05′ is zeker geen slecht gemaakte film: het gaat als een gek
vooruit en Van Gogh heeft wel degelijk een paar handige trucs
geleerd van z’n voorgangers (buiten Stone ook nog Antonioni’s
‘Blowup’ en het oeuvre van
Costa-Gavras). Maar de politiek van Van Gogh is al even
simplistisch en eenzijdig als die van Fortuyn, en de mechanismen
van de plot zelf kraken en piepen soms vervaarlijk onder het
gewicht van Van Gogh’s politieke agenda.

http://www.0605defilm.nl/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =