Off Screen




Regisseur Pieter Kuijpers maakte twee jaar geleden zijn filmdebuut
met het fel gesmaakte ‘Van God Los’, een misdaaddrama rond de
beruchte bende van Venlo. Nu vond ik ‘Van God Los’ eerlijk gezegd
vooral een nogal overspannen bedoening, waarin emotionele
intensiteit werd gelijkgesteld aan personages die zo luid mogelijk
tegen elkaar stonden te schreeuwen, maar de film toonde wel een
onmiskenbaar visueel talent en een commerciële drive die een
aangename afwisseling vormde van de doorsnee muffe Nederlandse (of
Belgische) productie. ‘Off Screen’ gaat verder op de ingeslagen
weg: een overduidelijk op Amerikaanse leest geschoeide prent, met
hier en daar enkele zeer zelfbewuste visuele stijlgrepen en een
scenario dat interessante dingen belooft, maar ze nét niet weet te
leveren.

Op 11 maart 2002 stapte een gewapende man de Amsterdamse
Rembrandttoren binnen waar tot voor kort het hoofdkantoor van
Philips gevestigd was. Hij gijzelde 18 mensen uit protest tegen de
“misleidende creatieve onzin” van de breedbeeldtelevisie. Het
incident eindigde met de zelfmoord van de gijzelnemer, een
59-jarige buschauffeur die – o, voorspelbaarheid – door de buren
werd beschreven als een “rustige, onopvallende man die niemand
lastigviel”. Geen vrouw, geen kinderen, niet veel bezoek.

Kuijpers en zijn scenarist Hugo Heinen fantaseren verder, gebaseerd
op deze gebeurtenis. We leren John Voerman (Jan Decleir) kennen als
een eenzame man die naarmate hij een dagje ouder wordt, alles
begint te verliezen. Zijn vrouw is eruit getrokken, hij heeft geen
contact meer met zijn kinderen en kleinkinderen en op z’n werk is
hij uitgerangeerd. Aangezien z’n baas het niet over z’n hart kan
krijgen hem meteen te ontslaan, wordt hij op een buslijn gezet waar
zo goed als niemand op- of afstapt. Naarmate Johns frustraties en
teleurstellingen steeds groter worden, begint hij zich te fixeren
op de breedbeeldtelevisies van Philips – hij is ervan overtuigd dat
er in een zwarte banden aan de zijkanten van het beeld een
verborgen code schuilgaat, die deel uitmaakt van een groot complot
om de consumenten te misleiden, manipuleren en bedriegen. Wanneer
John dan ook nog eens kennismaakt met Gerard Wesselinck (Jeroen
Krabbé), één van de bonzen van Philips, slaan zijn stoppen
door.

Kuijpers raakt hier twee thema’s aan die al eerder sterke films
hebben opgeleverd en nog steeds de moeite van het verkennen waard
zijn. Aan de ene kant heb je het klassieke verhaal van de
wereldvreemde eenzaat die langzaam maar zeker gek zit te worden op
z’n kamertje, en anderen wil laten boeten voor zijn ongeluk – een
klassiek gegeven, dat onlangs nog werd gebruikt in ‘The Assassination of Richard Nixon’. Maar
aangezien het aantal mensen dat het simpelweg niet meer kan rédden
in de wereld er bepaald niet minder op wordt met de jaren (hoe lang
is het geleden dat u nog eens bent buitengekomen voor wat gezond
menselijk contact?), valt daar nog wel een sterke film uit te
persen. Aan de andere kant heb je de paranoia over de nog steeds
groter wordende invloed van de media op ons leven – en dan is tv
eigenlijk al lang out, waar we ons tegenwoordig bij
consensus zorgen over moeten maken, is de kwalijke invloed van het
internet op onze tedere, kwetsbare breintjes. Hebben
televisiemakers echt de bedoeling om van ons niet meer dan brave,
gezapige consumenten te maken? En hoe ver willen ze gaan om dat te
doen?

Dat zijn op zich best wel interessante thema’s, maar jammer genoeg
vertoont het scenario soms behoorlijk grote gaten. Zo is de
gijzeling zelf eigenlijk maar een lachertje – John houdt twee
mensen onder schot, meer niet, en op een bepaald moment stuurt hij
één van die twee dan nog weg om papieren tegen de vensters te gaan
hangen. Er zijn scènes waarin hij zich meer dan een volle minuut
van zijn gijzelaars wegdraait om de berichtgeving van zijn actie op
tv te kunnen volgen – hadden zijn slachtoffers dat gewild, dan
hadden ze gewoon stilletjes kunnen weglopen. Ze hadden zich niet
eens moeten haasten. Bovendien wordt de complottheorie die John op
het spoor komt, steeds gekker – een scène waarin Jeroen Krabbé Jan
Decleir in een stoel vastgespt en hem dwingt om naar een scherm met
goudvissen te kijken tot hij spontaan begint te kotsen en in z’n
broek pist, is ronduit belachelijk. Oké, goed, het einde verklaart
veel – en kunt u overigens al van een kilometer afstand zien
aankomen – maar ondertussen zit je je er wel aan te ergeren.

Kuijpers heeft wel degelijk geleerd van ‘Van God Los’ en doet het
ditmaal iets kalmer aan – geen personages die waanzinnige grimassen
trekken terwijl ze hun dialogen samen met liters spuug op het
publiek afvuren, geen overbodige voice-over, geen bizarre
camerabewegingen waar die niet nodig zijn. ‘Off Screen’ is strakker
dan z’n voorganger, alsof de makers minder de behoefte voelen om zo
nodig te bewijzen wat ze allemaal wel kunnen. De enige plekken waar
Kuijpers zich laat meeslepen door z’n visuele pretentie, zijn de
overgangen tussen de flash-backs en het heden: een ‘Matrix’-achtige
code flitst plots het scherm op, we krijgen een luide swoesj te
horen en zo zitten we weer in de andere tijdlijn. Nounou, waar was
dat nu voor nodig? Maar goed, laten we daar niet al te moeilijk
over doen: ‘Off Screen’ is zeer bekwaam in beeld gezet (dat shot
van Decleir in de regen!) en duurt met z’n 86 minuten ook geen
seconde te lang.

Met zowel Jan Decleir als Jeroen Krabbé in de cast, heeft Kuijpers
overigens zowat het beste van de Belgische en Nederlandse
filmgeschiedenis verenigd. Krabbé amuseert zich door in te spelen
op z’n imago van de gladde Nederlandse jongen met de vlotte babbel,
Decleir bevestigt nog maar eens z’n reputatie van menselijke
kameleon en verdwijnt helemaal in z’n rol van depressieve
buschauffeur. Dit is een man die zozeer vastzit in z’n eigen
fatsoensnormen dat hij zelfs z’n gijzelnemers beleefd aanspreekt
met: “Zou u zo vriendelijk willen zijn”, en hen vraagt of hij hen
alstublieft bij hun voornaam mag noemen. Decleir weet de
ambiguïteit van die man – duidelijk gestoord, maar daarom nog geen
onvriendelijke kerel – perfect weer te geven.

‘Off Screen’ is een oprechte poging om een goeie Nederlandse
thriller te maken voor een groot publiek, en hier en daar komt
Kuijpers verdomd dicht in de buurt. Maar uiteindelijk laat het
scenario zichzelf teveel meeslepen in vergezochte, haast science
fiction-achtige conspiracy theories, zodat het menselijke
verhaal van John Voerman en zijn eenzame strijd tegen God weet wat,
onherroepelijk verloren gaat.

http://www.offscreendefilm.nl/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 14 =